De hoezen van de Britse Beatles LP's

Door Patrick Roefflaer 

Bij het schrijven van deze artikels heb ik informatie gehaald uit deze boeken: 'Yesterday' door Robert Freeman, The Beatles Anthology book, door The Beatles, 'Many Years From Now' door Miles, 'In My Life' door Pete Shotton, 'The complete EMI Recording Sessions' door Mark Lewisohn en 'The Beatles London' door Mark Lewisohn en Piet Schreuder.

Daarnaast vond ik interessante informatie op talrijke websites.

THE BEATLES

Bijna in dezelfde mate waarin hun muziek de wereld heeft veranderd, hebben de hoezen van de hun langspeelplaten mee geholpen de regels te veranderen van hoe een hoes er moet uitzien. Zowat alle hoezen van de originele Britse LP's werden geïmiteerd en geparodieerd door diverse artiesten.
Jammer genoeg werden die hoezen echter, zoals dat ook met de muziek zelf het geval was, veranderd en bijgewerkt voor de Amerikaanse platen.
En, tenminste wat de hoezen betreft, geldt dat ook voor de cd-uitgaven. Met uitzondering van Sgt. Pepper’s en de luxe uitgave van de Dubbele Witte zijn die cd-hoesjes allemaal slechts een verminkte uitgave van het origineel.
Natuurlijk werden, zoals dat ook mij de muziek gebeurde, verschillende ideeën uitgeprobeerd, voor de juiste hoes werd gevonden voor elke LP. Voor haast elk album werden zo één of meerdere  ontwerpen afgekeurd.

In deze serie kun je het verhaal lezen achter de hoezen van de oorspronkelijke Britse LP's van de Beatles.

Patrick Roefflaer

 

DEEL 1 : PLEASE PLEASE ME
DEEL 2 : WITH THE BEATLES
DEEL 3 : A HARD DAY'S NIGHT
DEEL 4 : BEATLES FOR SALE
DEEL 5 : HELP!
DEEL 6 : RUBBER SOUL
DEEL 7 : REVOLVER
DEEL 8 : A COLLECTION OF BEATLES OLDIES... BUT GOLDIES
DEEL 9 : SGT. PEPPERS LONELY HEARTS CLUB BAND
DEEL 10: MAGICAL MYSTERY TOUR
DEEL 11: THE BEATLES (DE DUBBELE WITTE)

DEEL 12: GET BACK
DEEL 13: ABBEY ROAD
DEEL 14: LET IT BE
 


 

DEEL 1

PLEASE PLEASE ME

Please Please Me - Angus McBean

 

Toen er voor het eerst overlegd werd hoe de debuutplaat van de Beatles zou heten, stelde hun producer, George Martin, Off The Beatle Track voor. Er kon dan bijvoorbeeld een foto getrokken worden bij het paviljoen van de insecten, in de Londense zoo. Die ligt immers vlakbij de EMI studio in Abbey Road, noord Londen, waar de plaat was opgenomen.

 

Paul zette meteen wat schetsen op papier. George Martin stelde een fotograaf voor, waar hij eerder al mee had samengewerkt: Angus McBean.

 

Please Please Me - Paul McCartney's schetsontwerp. Hoewel John Lennon kunstschool had gevolgd, was het vooral Paul die nauw betrokken was bij het ontwerpen van de hoezen van De Beatles.

 

De directie van de dierentuin wou echter geen toestemming geven.

 

George Martin vond het echter een goede vondst en toen bleek dat de Beatles de titel niet zouden gebruiken, hield hij hem voor zijn eerste plaat met instrumentale covers van hun nummers, uitgebracht in 1964.

 

 

George Martin's album

 

In de derde week van januari 1963 vond een eerste fotosessie plaats, in de studio van Angus McBean, in diens huis in Londen. De Beatles droegen voor de gelegenheid splinternieuwe rood-bruine fluwelen kostuums.

Eén van de foto's werd, in september 1963, gebruikt voor het hoesje van de EP The Beatles’ Hits en later, in Amerika, voor de door het label Vee Jay uitgebrachte plaat Introducing The Beatles. Voor deze hoes werd de oorspronkelijke foto echter gespiegeld.
 

 UK EP-hoes

 

USA - Introducing The Beatles album

 

Die eerste fotosessie was niet geheel bevredigend en er werd een tweede datum geprikt. McBean sprak met hen af in het Londense kantoor van de platenmaatschappij EMI in Manchester Square. Dat gebeurde ergens midden in februari 1963. De fotograaf herinnerde zich later: "Eens door de voordeur kwam ik in het trappenhuis. Er keek iemand over de leuning - Ik vroeg of de jongens daar waren en het antwoord was "ja". "Wel", zei ik, "laat ze zo over de leuning hangen en ik trek ze van hier uit."

Ik had mijn gewone portretlens op, dus ging ik op mijn rug liggen, om zo de foto te trekken. Ik klikte een paar keer en zei "Dat zal het zijn."

 

Please Please Me - foto sessie

 

Er werden een paar verschillende foto's getrokken van de vier jongens die over de reling van de eerste verdieping naar beneden keken naar de ingang van het gebouw.

 

Maar opnieuw was niet iedereen tevreden.

Op 5 maart trok de EMI fotograaf John Dove wat publiciteitsfoto's van de Beatles in en rond het EMI-kantoor. Op een aantal van deze foto's zijn ook muziekuitgever Dick James, producer George Martin en manager Brian Epstein te zien.

Na afloop probeerde hij ook een geschikte foto voor de hoes te maken, met de Beatles gekkend rond een parkeermeter op het nabijgelegen Montague Place en van de trappen springend van de EMI studio (later herdoopt in de Abbey Road Studios).

 

Op de trapppen van de platenstudio - John Dove

 

Rond een parkeermeter op Montague Place - John Dove

 

Uiteindelijk werd beslist dat de foto van Angus McBean in de trappenhal nog de beste optie was.

 

De hoes maakte de trappenhal zo beroemd dat wanneer einde jaren ‘90 het EMI kantoor aan Manchester Square werd ontruimd om te verhuizen naar een andere locatie, de trappenhal werd ontmanteld en nauwgezet terug opgebouwd in het nieuwe kantoor.

 

Naast de hoes van de eerste plaat, werden een aantal varianten van deze sessie gebruikt voor deze platen:

 

de Britse EP The Beatles (N°1)

 

de compilaties The Beatles 1962-1966 (de rode)
en The Beatles 1967-1970 (de blauwe)

 

de bootleg cd Come Together (The Beatles In The ‘90s)

  

De tekst op de achterzijde van de hoes werd geschreven door de journalist Tony Barrow, die werd ingehuurd door Brian Epstein.

Op de binnenhoes van de eerste oplage werd reclame afgedrukt voor "Emitex" doekjes om vinylplaten mee te reinigen.

 

In januari 2001 heeft een werknemer van een poetsfirma in het kantoor van EMI in west Londen een doos weggegooid met daarin 450 negatieven. Nochtans stond op de doos aangegeven: "Geen rommel — niet weggooien."

De belangrijkste verliezen zijn de zeven negatieven van de foto's die door Angus McBean werden getrokken voor de hoes van Please Please Me. In februari 2007 werd de poetsfirma door EMI en Apple Corps samen aangeklaagd om een schadevergoeding van 1,1 miljoen euro te betalen.

 

 


 

DEEL 2

WITH THE BEATLES

 


With The Beatles - Robert Freeman

 

In augustus 1963 verbleven de Beatles, tijdens een zomertournee langs de Britse kuststeden, een weekje in een hotel in Bournemouth. Op uitnodiging van Brian Epstein, kwam de jonge jazz-fotograaf Robert Freeman (27), een paar dagen bij hen op bezoek, om wat foto's te trekken.

Wanneer George Martin belde dat er een foto nodig was voor de hoes van de tweede LP van de Beatles album, vroeg Brian hem of hij wat ideeën had. Robert stelde voor om iets te doen met schaduw, iets dat aansloot bij het imago van de Beatles in hun zwarte kledij. Iets in de aard van zijn zwart-wit foto's van jazz artiesten.

Freeman herinnert zich dat de volgende dag alles werd klaargezet in de eetzaal van het Palace Hotel: met de kastanjebruinen fluwelen gordijnen als achtergrond en het natuurlijke licht dat van opzij binnenviel door de grote ramen.
 

Robert Freeman's boek - A Private View

 

Paul McCartney meent nochtans dat de sessie plaatsvond in een gang: "Hij sleepte vier stoelen aan en zette die klaar in de gang. Het was helemaal niet zoals in een studio. De gang was eerder donker en er was een raam aan het einde. Door die natuurlijke lichtinval te gebruiken verkreeg hij dat beeld."

Freeman zette Ringo opzettelijk wat lager om geen vier koppen in een rij te krijgen. Ringo was trouwens al wat kleiner en hij was als laatste bij de groep gekomen. Freeman herinnert zich niet dat hij hen expres in een bepaalde volgorde heft geplaatst, maar merkte achteraf dat de volgorde net omgekeerd was ten opzichte van die van de eerste hoes, Please Please Me.

 

Freeman gebruikte een erg gevoelige film, met grove korrel en een telelens van 180 mm. Binnen een half uurtje was één van de allerbekendste hoezen in de muziekgeschiedenis ontworpen.

Paul: "Hij verkreeg dat sfeervolle beeld, waarvan mensen denken dat er eindeloos is aan gewerkt met de grootst mogelijke technische details. Maar het duurde nog geen uur. Hij zette zich, nam een paar foto's en klaar was hij... Robert was goed. Ik hield veel van zijn foto's."

 

Hoewel de Beatles blij waren met het resultaat – het riep herinneringen op aan de foto's die Astrid Kirchherr en Jürgen Volmer van hen trokken in Hamburg in 1960 – was dat niet voor iedereen het geval. Tony Barrow, die de publiciteit voor de groep verzorgde, schreef in het fanblad Beatles Monthly dat "Brian Epstein ontgoocheld was over de foto en dat de Beatles hem onder druk zetten om hen te steunen en de foto door te drukken bij de platenmaatschappij."

De verantwoordelijken bij EMI vonden dat de foto "schokkerend humorloos" was. "Waar is de vreugde? Waarom kijken ze zo streng? Wij willen blije Beatles voor blije fans."

 

Blije Beatles voor blije fans - een ongebruikte outtake van de sessie - Robert Freeman

 

Bovendien werden dat soort zwart-wit foto's voordien enkel gebruikt voor jazzplaten, waarvan het ontwerp doorgaans kwalitatief hoogstaand was. Voor populaire muzikanten werd zoiets gewoon weg niet gedaan.

Uiteindelijk wonnen de Beatles het pleit en werd de hoes één van de meest herkenbare beelden van de groep.

 

Opnieuw werd de hoestekst voor de achterzijde toe vertrouwd aan Tony Barrow.

In de Verenigde Staten werd dezelfde foto gebruikt voor de eerste plaat die er werd uitgebracht door Capitol: Meet the Beatles!. Hiervoor werd de foto echter blauw getint.

 

Meet The Beatles - USA album

 

Freeman werd nooit aangesteld als de officiële fotograaf van de groep, maar hij zou hen in de volgende drie jaar dikwijls blijven trekken. Paul McCartney omschreef zijn foto's later als "van de beste die er van de Beatles zijn gemaakt".

 

De hoes werd - zoals trouwens alle hoezen van de groep - regelmatig geïmiteerd of geparodieerd. Een voorbeeld is de hoes van Meet the
Residents:

 

 

 


DEEL 3

 

A HARD DAY'S NIGHT


A Hard Day's Night - Robert Freeman

 

Voor de hoes van derde plaat van The Beatles, werd Robert Freeman opnieuw gevraagd. Omdat het om de soundtrack van de film A Hard Day's Night ging, stelde hij voor een suggestie van beweging weer te geven door opeenvolgende foto's naast elkaar te plaatsen. Vier rijen met elk vier portretten, omkaderd alsof het beelden zijn uit een film. De foto's van de vier individuele Beatles werden getrokken in de studio van Freeman, in Londen. Hij vroeg hen om telkens een ander gelaatsuitdrukking aan te nemen.

 

De foto's werden ook gebruikt aan het einde van de film.

 


Deze Britse filmposter had zelfs nog meer beelden

 

Terwijl de oorspronkelijke Britse uitgave een blauwe omkadering had, werd die in andere landen vervangen door een rode rand. Dat was onder andere het geval met de Braziliaanse en Amerikaanse uitgaven. De Amerikaanse tegenhanger van A Hard Day's Night had trouwens slechts vier grote foto's in plaats van de zestien kleinere, waarmee het oorspronkelijke idee helemaal werd teniet gedaan.

 

   
De Amerikaanse en Braziliaanse uitgaven

 


Het programmaboekje bij de Duitse film had ook een rode omkadering. Merk op hoe acteur Wilfred Brambell er tussen is geslopen.

 

De tekst op de achterhoes was -voor het laatst - geschreven door Tony Barrow. Er staan ook nog eens vier portretten bij van The Beatles, gemaakt tijdens de filmopnamen. Ook deze foto's werden door Robert Freeman getrokken.  

 


De achterzijde van A Hard Days Night - Robert Freeman

 


DEEL 4

BEATLES FOR SALE

Beatles For Sale - Robert Freeman

 

In de herfst van 1964 vergaderden de Beatles met hun manager Brian Epstein en de fotograaf Robert Freeman om te brainstormen over de hoes van hun volgende langspeelplaat. Die plaat moest nog voor de Kerstdagen in de winkels liggen. Drie dingen stonden vast: het moest een openklapbare hoes worden, de foto in kleur en niet in een studio getrokken. Zo'n openklapbare hoes was een revolutionair idee, nooit eerder door iemand gebruikt.

 

Op een frisse najaarsdag nam Robert Freeman de vier muzikanten mee naar Hyde Park in het centrum van Londen. Hij had hun verteld dat ze niets speciaals hoefden aan te trekken. Ze droegen toch al meestal zwarte kledij, met een wit hemd en een zwarte sjerp.

 

Omdat het al bijna zeven uur was en het 's avonds snel donker werd, moest het allemaal snel gebeuren. Zowel de foto voor de voor- als die  voor de achterhoes waren binnen een uurtje getrokken. 

 

Voor de foto aan de voorzijde, hield een assistent een tak vast, waaraan nog wat herfstbladeren hingen. Dat zorgde voor wat diepte in de foto en leverde enkele kleurrijke vlekken op vooraan in beeld.

 

Voor de foto op de achterhoes, klom Freeman in een boom, zodat hij de vier jonge mannen van bovenaf kon trekken, tegen een achtergrond van gevallen bladeren. Hij noemt het achteraf zijn favoriete foto van de Beatles.

 

de foto van de achterhoes - Robert Freeman

 

De herfsttinten en de gelaatsuitdrukkingen van de vier, op beide fotos' leken de vermoeidheid weer te geven waarmee de Beatles te kampen hadden. Hun beroemdheid en het niet aflatende toerschema begonnen hun tol te eisen. 

 

Beatles For Sale poster

 

Voor de binnenzijde van de uitklaphoes, werden twee zwart-wit foto's gekozen die de hoogtepunten van het drukke jaar symboliseerden:
-
een scène uit hun Amerikaanse tournee: de Beatles tijdens hun optreden in het Coliseum in Washington DC, op 11 februari, 1964. Een prachtige foto, waarop de fotograaf terecht heel fier is;
- een beeld dat herinnert aan hun eerste film: A Hard Day's Night werd in de Twickenham Film Studios opgenomen. De foto is getrokken aan de inkom van het zaaltje waar de Beatles elke avond samen met de regisseur, Richard Lester, keken naar de opnamen van die dag. Ze poseerden er voor een wand met een collage van foto's uit diverse films.

 

Beatles For Sale - de opengeklapte binnenhoes - Robert Freeman

 

De tekst op de binnenhoes was - voor het eerst - van de hand van Derek Taylor. Taylor was sinds april van dat jaar door Brian Epstein in dienst genomen als nieuwe PR-man.

 


DEEL 5

HELP!

 

Help! - Robert Freeman

 

Ook voor de hoes van de volgende LP, de soundtrack van de tweede Beatlesfilm, Help!, werd de fotograaf Robert Freeman gevraagd voor het ontwerp.

 

Hij kwam met het voorstel om met seintekens de letters H, E, L en P te spellen, waarbij elk van de vier Beatles een andere letter zou uitbeelden. De inspiratie daarvoor had hij opgedaan toen hij aanwezig was bij de filmopnamen in de Zwitserse Alpen. Voor een scéne bij de muziek van 'Ticket To Ride', waren de Beatles aan het dollen waren in de sneeuw. Helemaal in het zwart gekleed, zwaaiden ze daarbij met hun armen in de lucht, tegen de achtergrond van de wit besneeuwde hellingen. Ook lieten ze zich achterover vallen in de sneeuw.  

 

De foto werd getrokken in de Twickenham Film Studio nabij London, waar de Beatles de laatste filmscènes draaiden. In de studio werd een speciaal geconstrueerd platform opgericht, met een wit geschilderde achtergrond. De vier jonge mannen droegen zwarte hoeden, jassen en capes uit de voorraden van de filmstudio.

 

"Maar wanneer ze hun armen in de juiste houdingen hadden, kwam dat niet goed over," herinnert Freeman zich.  "Daarom improviseerden we wat en zochten naar houdingen die er goed uitzagen."

Op een half uurtje was alles achter de rug.

 

Om een mooie compositie te krijgen, draaide Freeman achteraf enkele beelden ook nog eens om.  Dat is duidelijk merkbaar aan een paar details: de jassen van John, George en Ringo zijn bijvoorbeeld allemaal verkeerd dichtgeknoopt.

 

 John, George en Ringo terug omgedraaid.

 

In Nederland werd een andere versie van de hoes van Help! gedrukt, met het logo van Shell als  achtergrond. Het merendeel van deze variante werden in Nederland gedrukt, maar een aantal werden in Zweden geperst. De plaat was bedoeld voor personeelsleden van de olieproducent en was nooit commercieel verkrijgbaar.

 

 

De befaamde Nederlands-Zweedse  Help! hoes.

 

In de loop der jaren ontstond er wat discussie of de houdingen van de Beatles nu al dan niet een betekenis hadden. Dat werd nog wat onduidelijker omdat, in de Verenigde Staten, de foto’s in een andere volgorde werden geschikt – van George-John-Paul-Ringo naar George-Ringo-John-Paul (omdat Paul dan naar het Capitol logo wees?). Bovendien werd de afbeelding van George daarbij ook nog eens terug gespiegeld.

Maar hoe je het ook draait of keert: het blijft onzin. Het was dan ook niet echt bedoeld om iets uit te drukken, het was gewoon iets wat er goed uitzag.

De Amerikaanse versie van  Help!

 

 

Om de titels van de liedjes op de hoes te krijgen, werden de foto’s van de Beatles ook nog eens verkleind voor de Amerikaanse hoes van Help!.

 

Op de achterhoes,staat deze keer geen begeleidende tekst afgedrukt. In plaats daarvan staan er, net als bij de vorige film, A Hard Day’s Night, weer portretten van de vier Beatles. Ook deze foto's werden getrokken door Robert Freeman.

 

De achterzijde van de Britse Help!  - Robert Freeman

 


 

DEEL 6

RUBBER SOUL


Rubber Soul - Robert Freeman

 

Voor de hoes van Rubber Soul zocht de fotograaf Robert Freeman naar een foto vanuit een ander perspectief en met een nieuwe kleur tonaliteit. Zijn voorkeur ging uit naar een combinatie van bruin, zwart en groen, om een monochroom effect te krijgen. Daarom liet hij de vier suède jassen dragen en plaatse hen voor een rododendronstruik.

 

Freeman meent zich te herinneren dat de foto werd getrokken in de tuin van Kenwood, Lennons huis in Weybridge. Mark Lewisohn en Piet Schreuder beweren echter dat het gebeurde in een bos in Old Lane, Hatchford End bij Cobham. Mogelijk was het huis van Lennon de plaats waar ze hadden afgesproken om van daar uit naar de locatie te vertrekken.

 

Enkele dagen na de fotosessie kwamen de Beatles samen in het appartement van een vriend om de meest geschikte foto uit te kiezen. Robert Freeman projecteerde de dia's op een witte karton, met de afmetingen van een LP-hoes. Plots begon de karton zachtjes weg te glijden. Daardoor werd de projectie vervormd en de gezichten lang gerekt. Ze vonden het resultaat mooi en vroegen Robert of hij het zo kon afdrukken. En dat lukte.

 

Freeman zelf is niet tevreden over het resultaat. Hij vind dat het budget dat EMI hem ter beschikking had gesteld te beperkt was. In een van zijn fotoboeken drukte hij later de foto af in sepiatinten (kijk ook op bladzijde 196 van The Beatles Anthology boek). Dat was het resultaat waarnaar hij streefde: een afspiegeling van de veranderingen in het leven van de vier jonge mannen..
 


de sepiaversie in een boek van Robert Freeman

 

De titel is een woordspeling op "Plastic Soul". Dat was een uitdrukking waarmee zwarte muzikanten smalend de muziek van The Rolling Stones omschreven. Op Anthology 2 kun je horen hoe Paul uitroept "Plastic soul, man, plastic soul", na take 1 van ‘I'm Down’.

 

De vier gezichten op de hoes zijn herkenbaar genoeg, zodat er geen groepsnaam nodig was.

 

Voor de achterhoes werden acht rechthoekige zwart-wit foto's van Robert Freeman gekozen. Twee portretten van elke Beatle afzonderlijk.

 


Achterhoes van Rubber Soul - foto's Robert Freeman

 


DEEL 7

REVOLVER

 

 

Bij de ontwerper van de vorige hoezen, fotograaf Robert Freeman, werd ook nu weer naar voor ideeën gepolst. Hij kwam met een montage voor van de gezichten van de vier Beatles, die op de plaat zelf zou worden afgedrukt. De plaat zou dan in een doorzichtige hoes worden gestopt. Wanneer de plaat werd afgespeeld zouden de vier gezichten dan samenvloeien tot één enkele afbeelding. Maar het resultaat was niet zo goed als het idee. De montage is afgedrukt in het boek The Beatles Anthology.

 

Omdat Freeman zijn eerste film ging draaien, in 1966, was het zijn laatste opdracht voor de Beatles. Er was dus geen sprake van een ruzie. 
 

 

Klaus Voormann, een vriend van vroeger, uit de Hamburgse tijd van de groep, was recent naar Londen verhuisd om er een muziekcarrière uit te bouwen. Aan hem werd gevraagd om de hoes te ontwerpen. 

 

Om alvast een beeld te krijgen lieten ze hem enkele van de pas afgewerkte tracks horen. "Je kunt je voorstellen hoe ik me voelde toen ik een paar van die nummers had gehoord," vertelt Klaus in een interview voor het Britse muziektijdschrift Mojo. "Er werden nieuwe wegen ingeslagen en ik moest met iets komen dat even radicaal vernieuwend was. Of de koper ten minste een beeld geven van wat hem te wachten stond.

[Hun manager] Brian Epstein had schrik dat de fans zich van hen zouden afkeren en uitroepen 'Wat is er met onze Beatles gebeurd? Ik wil ze terug zoals vroeger.'"  

 

"Ik wou daarom iets totaal anders maken," vertelde hij aan Martin O'Gorman in 2006. "Ik maakte wat schetsen in viltstift, op een groot blad in A2 formaat, met verschillende tekeningen van de koppen."

 


 

"Van de presentatie maakte ik geen grootste show. Ik vouwde het blad gewoon op, stak het in mijn zak en ging naar hen toe. Dat was genoeg!"

 

Zijn ontwerp was een lijntekening van de hoofden van de vier Beatles. "Ik tekende hen uit mijn geheugen," legde hij uit in Mojo. "Het gezicht van George was het moeilijkste. John, Paul en Ringo waren gemakkelijk, maar George was altijd een probleem. Ik kreeg het maar niet goed. Dus pakte ik een krant met een foto van hem en knipte de ogen en de mond uit."

 

Volgens Johns vriend, Pete Shotton, werd de foto's uitgezocht bij Lennon thuis, in Kenwood: "John, Paul en ik zelf waren een hele avond in de weer met bladeren door stapels kranten en tijdschriften om foto's te zoeken van de Beatles. Die knipten we dan uit en plakten ze op. De resultaten van ons werk werden later gevoegd tussen de tekeningen van Klaus Voormann."

 

"De foto van Ringo met het gestreepte hemd kwamen uit een tijdschrift," vertelt  Voormann, "Op de foto had een meisje een poster tegen de muur. Vandaar die rare hoek. Ik zocht speciaal naar foto's waarop John gezichten trok of Paul aan het lachen was. Gewoon foto's die hen van hun vriendelijke kant tonen. Er was een afbeelding bij waarop Paul op het toilet zit. Ik denk dat die in  Hamburg werd getrokken."

 

Klaus herinnert zich de voorstelling van het afgewerkt geheel. "Ik trok naar het  EMI kantoor, naar het bureel van George Martin en ik zette het karton daar op een lage kast. Brian Epstein was er bij, George Martin, zijn secretaresse en de vier gasten. Ik had er schrik voor, want niemand zei een woord. Ze keken alleen maar. Ik dacht, verdomme, ze vinden het maar niks.

Paul kwam naar voren, om iets te onderzoeken. Toen zei hij: "He, dan ben ik, op de pot!" George Martin keek er naar en riep: "Dat kun je niet tonen!" Paul weer: "Maar nee, dat is fantastisch!" Maar toen dacht hij er even over na en zei dan toch: "Misschien moeten we die er toch maar afhalen."

Dat brak het ijs.

Toen begonnen ze allemaal door elkaar te praten. Iedereen vond het goed, George vond het goed, John vond het goed, Ringo vond het goed. Ik keek naar Brian, die in een hoekje stond... met tranen in zijn ogen. Ik dacht: "Oh, nee… wat is die bezig?" Hij kwam naar me toe en zei: "Klaus, dit is precies wat we nodig hebben. Ik had er schrik voor dat het niet goed zou komen, maar ik weet dat dit de perfecte hoes is. Bedankt!""

Klaus heeft zichzelf ook op de hoes getekend: een klein figuurtje, aan de rechterzijde, tussen de hoofden van John en George.

 

In The Beatles Anthology vertelt Paul: "We vonden het geweldig dat er kleine dingetjes uit de oren kwamen en hoe hij die kleine collage had gemaakt tussen die grotere tekeningen. Hij kende ons ook goed genoeg om ons echt te vatten in die tekeningen. We waren geflatteerd."

 

De titel van de plaat stond nog niet vast. Die werd pas beslist op 2 juli 1966, terwijl de Beatles op tournee waren, in Tokio. Lange tijd werd Abracadabra overwogen, maar die titel bleek iemand anders al te hebben gebruikt. Andere kandidaten waren: Magic Circles en Beatles On Safari, Bubble And Squeak en Free Wheelin' Beatles.

Uiteindelijk was iedereen het eens over  Revolver. De titel is een referentie naar de beweging (to revolve) van de plaat op de draaitafel en heeft niets te maken met een wapen.

 

Voor de achterhoes, werd een zwart-wit foto van Robert Whitaker gekozen, waarop de bekende gezichten verborgen zijn achter zonnebrillen. De foto werd getrokken tijdens het draaien van de promo filmpjes voor 'Paperback Writer' en 'Rain'.

 

 

 

Op 11 maart 1967, tijdens de negende uitreiking van de jaarlijkse Grammy onderscheidingen, werd Revolver verkozen tot "Beste LP hoes van 1966".
 


 

DEEL 8

A COLLECTION OF BEATLES OLDIES... BUT GOLDIES


A Collection of Beatles Oldies - David Christian

 

 

Tegen het najaar van 1966 liet George Martin aan de platenmaatschappij E.M.I. weten dat de Beatles geen plaat zouden klaar hebben voor de Kerstperiode. Dat bood de platenmaatschappij de mogelijkheid om voor het eerst een "greatest hits" compilatie van de groep uit te brengen. 

 

Doordat in die tijd in Engeland singles zelden op een langspeelplaat werden gezet, stonden er acht nummers op de verzamelaar die nog niet eerder op LP waren verschenen. Bovendien was één nummer, 'Bad Boy' nog niet eerder uitgebracht in het Verenigd Koninkrijk, wat de plaat nog aantrekkelijker maakte voor de verzamelaars.

 

De tekening op de voorzijde van de hoes was van David Christian, in een typische jaren zestig stijl.

 


De foto op de achterzijde van de hoes - Robert Whitaker

 

Voor de achterzijde werd gekozen voor een kleurenfoto van Robert Whittaker (sic).

 

Die foto werd getrokken op 30 juni 1966, terwijl de groep op tournee was in Japan. Opgesloten in hun suite begonnen ze, voor hun eerste optreden in de Nippon Budokan Hall, aan een schilderij met olie en waterverf op een groot vel papier.

 

Na afloop van het concert werkten ze verder aan hun kunstwerkje. Ondertussen luisterden ze naar de lakplaten van Revolver en rookten wat sterks. De meegereisde fotograaf Bob Whitaker was getuige van het tafereel.

 

Een andere foto van de schilderende Beatles is te zien in het boek The Beatles Anthology.

 

 


The Beatles aan het schilderen in Japan - Robert Whitaker

 

In het midden van de tafel stond een lamp, waarrond gewerkt werd. Toen alles klaar was werd de lamp weggenomen en signeerden de vier de tekening, zodat die kon worden verkocht voor een goed doel.

 


Het complete en gesigneerde schilderwerk

 

 


DEEL 9

SGT. PEPPERS LONELY HEARTS CLUB BAND


Sgt. Pepper - Peter Blake/Michael Cooper

 

 

 

 

"We begonnen het moe te worden om altijd The Beatles te zijn… Het werd allemaal wat voorspelbaar. Ik stelde daarom voor: 'Waarom doen we niet alsof we aan andere band zijn? Met een andere naam en een andere identiteit, andere persoonlijkheden...Denk u eens in, dan kunnen we een plaat maken alsof we die andere band zijn." Zo verwoorde Paul McCartney, in 1989, het idee achter de schijf die het concept langspeelplaat voorgoed op de kaart zette.

 

John Dunbar, een vriend van de Beatles (en de man van Marianne Faithfull), stelde voor om voor de hoes van hun volgende plaat gewoon iets abstracts te kiezen, zonder enige uitleg.

Paul vond dat wel erg radicaal.


Hij maakte dan zelf wat schetsen. Het uitgangspunt was een oude foto van de jazzband van zijn vader, Jim McCartney. Op die eerste schetsen stonden de Beatles voor een muur vol portretten van hun helden. Zelf dragen ze lange militaire jassen en hebben allemaal een snor. In hun handen hebben ze koperen blaasinstrumenten.
"Ik stelde me voor dat we waren uitgenodigd bij de burgemeester of zo," legde Paul uit, "met een aantal prominenten en vrienden van ons er om heen. En we stonden allemaal voor zo een bloemenuurwerk en we waren gekleed zoals de leden van een fanfare."


Paul toonde de tekeningen aan een vriend, de galeriehouder, Robert Fraser. Fraser stelde voor om een echte kunstenaar te vragen. Peter Blake bijvoorbeeld. Die had in 1963 de groep al eens uitgebeeld en begon naam te maken binnen de Pop Art beweging.


Fraser en McCartney gingen Blake opzoeken in zijn huis in West Londen om te zien of hij interesse had. Paul toonde hem zijn schetsen. "Ik kwam met het voorstel om er een levensgrote collage van te maken," herinnert Blake zich. "We bedachten dat we hiermee om het even wie in het publiek konden plaatsen. Dat gaf ons hele nieuwe mogelijkheden."


Het idee om hun eigen publiek samen te stellen werd enthousiast ontvangen en elke Beatle stelde een lijst op met hun "favoriete personen".


Peter Blake legt uit: "Ik vroeg hen een lijst te maken met mensen die ze het liefst in het publiek zouden zien bij dit ingebeelde concert. Johns lijst was het interessants. Hij had Jezus en Ghandi er bij en - cynisch genoeg - ook Hitler.


De lijst van George waren allemaal guru's.

Ringo zei,'Wat de anderen willen is goed voor mij'. Het kon hem niet schelen.

Robert Fraser en ikzelf schreven ook wat namen op."

 

"Ik heb geen idee waar sommige van die namen vandaan komen," beweerde George Harrison, "Ik geloof dat Peter Blake een paar van die rare kwasten er bij heeft gezet … Ik wou enkel mensen die ik bewonderde. Ik heb er niemand op gezet die ik niet kon uitstaan. In tegenstelling tot wat anderen hebben gedaan."

 

Michael Cooper was een uitstekende fotograaf en bovendien een zakenpartner van Robert Fraser. Dus kreeg hij de opdracht voor de sessie. De opstelling vond plaats in zijn studio.

 

Peter Blake en diens vrouw Jann Haworth werkten twee weken aan de collage, in zijn studio. Een ontwerper, Gene Mahon, die was ingehuurd als coördinator van het project, selecteerde de meer dan zestig foto's, die hij bij elkaar zocht in bibliotheken en tijdschriften. Hij overzag ook het vergroten en uitknippen. Vervolgens werden de zwart-wit foto's manueel ingekleurd en op kartonnen platen gekleefd.

 

Peter en Jann bevestigden de bovenste rij tegen de muur. De volgende rij kwam daar 15 cm voor en zo verder om diepte in het geheel te krijgen. 

 

Er werden wat wassen beelden gehuurd bij Madame Tussaud en het standbeeld van de bokser Sonny Liston is een kunstwerk van Jann Haworth. Een palmboom en wat favoriete spulletjes dienden als invulling van het decor. John sleepte zijn draagbare TV-set aan, terwijl de biograaf Hunter Davis een beeldje meebracht dat bij Paul thuis op de schoorsteenmantel stond.

 

Peter Blake vertelt: "De jongen die het bloemstuk op de voorgrond maakte, vroeg of hij een gitaar mocht maken met de hyacinten en het meisje met op haar trui 'Welcome the Rolling Stones, Good Guys' was een pop van Shirley Temple. De trui kwam van Adam, de jonge zoon van Michael Cooper."

Het vel in de grote trom werd geschilderd door een echte kermisschilder, Joe Ephgrave. Hij maakte eigenlijk twee versies. Het vel dat werd gekozen maakt nu deel uit van de iconografie van The Beatles en is waarschijnlijk (op dat van The Beatles, met de lange T na) het meest bekende drumvel te wereld.

 

De militair aandoende uniformen die de Beatles dragen werden speciaal voor hen gemaakt door Burman, een kleermaker gespecialiseerd in kostuums voor films en theater. "Ze lieten ons foto's zien van de mogelijkheden," herinnert Paul zich, "Wilden we Edwardiaanse kostuums of  kostuums uit de Krimoorlog? We kozen de meest excentrieke dingen van de verschillende types en combineerden die. … We kozen psychedelische kleuren, in de aard van de fluorescerende sokken uit de jaren vijftig."

 

Sir Joseph Lockwood, de directeur van de platenmaatschappij EMI, had schrik dat de beeltenis van Mahatma Gandhi niet goed zou vallen bij de Indische regering. Die werd daarom op het laatste moment verwijderd. Hetzelfde gold voor Hitler. "Dit was pas een paar maanden na de ophef die ze hadden meegemaakt tijdens de Amerikaanse tournee over zijn uitspraak dat "de Beatles groter waren dan Jezus", verklaart Blake. "Dus die vielen er allemaal af."

 

Sir Joe realiseerde zich ook dat vele van de mensen die waren afgebeeld nog in leven waren. Ze riskeerden rechtszaken wanneer ze geen toestemming hadden verleend om te worden afgebeeld. Dus moest er van iedereen een geschreven toestemming worden gevraagd. Brian Epstein, die zo al vreesde voor complicaties, gaf zijn vroegere assistente Wendy Hanson, de opdracht iedereen aan te schrijven. "Uren heb ik aan de telefoon gehangen met Amerika," vertelde Wendy, "Fred Astaire was alleraardigst; Shirley Temple wou de plaat eerst horen; met Marlon Brando kwam ik goed overeen, maar Mae West vroeg zich af hoe ze in godsnaam terecht kwam in een 'eenzame hartenclub'."

De acteur Leo Gorcey van de Bowery Boys was de enige die om een vergoeding vroeg. Zijn gezicht werd daarom weggewerkt met wat extra blauwe lucht.

 

The Beatles arriveerden in de studio in de vroege avond van 30 maart 1967. "We dronken eerst wat," vertelt Blake, "Zij gingen zich omkleden en dan deden we de sessie. Alles bij elkaar duurde het drie uur, inclusief de foto's voor de achter- en de binnenhoes."

 

Eigenlijk had een Nederlandse groep, The Fool, een tekening gemaakt voor die binnenhoes.

Barry Miles: "Simon en Marijke schilderden een droomlandschap met gestileerde bergtoppen en wonderlijke vogels. Iets in de aard van een Chinese prent, maar dan eentje gemaakt onder invloed van LSD. In de lucht waren twee, met regenbogen omgeven, ovale panelen uitgespaard voor teksten. Eentje daarvan was gevuld met sterren en kometen. Dan was er ook nog een leeg paneel met een pauw. Kleine figuurtjes van de Beatles piepten van tussen de bloemen en planten. De stijl was Euro-psychedelisch, schatplichtig aan Mucha, Beardsley, art nouveau en 19de eeuwse kinderboek illustraties.

Jammer genoeg klopten de verhoudingen niet, zodat, zelfs met een toegevoegde boord, het geheel amateuristisch overkwam. The Beatles vonden het echter prachtig."

 

De oorspronkelijke binnenhoes van The Fool

 

 

Maar Fraser had een andere opinie. Hij vond dat het in de toekomst zou worden bekeken als een typisch jaren zestigwerkje, beïnvloed door drugs. Robert stelde een serie portretten voor.

 

Voor de gebruikte foto keken de Beatles allemaal in de camera en trachtten een gevoel van liefde voor hun fans uit te stralen. "Daarom kijken we zo" verklaart Paul "Als je naar onze ogen kijkt, zie je de moeite die we deden om het met onze ogen uit te drukken."

 

 


Ogen vol liefde op de binnenhoes - Michael Cooper

 

 

John zag het anders: "Wanneer je naar die foto kijkt, zie je twee mensen die zweven en twee die niet zweven."

 

Gene Mahon, die verantwoordelijk was voor de typografie, stelde voor om de teksten af te drukken op de hoes. Dat was nooit eerder gedaan. De muziekuitgeverij van de Beatles, Northern Songs, maakte onmiddellijk bezwaar, omdat dat natuurlijk heel slecht zou zijn voor de verkoop van de bladmuziek.

 


De achterhoes van Sgt Pepper - Michael Cooper

 

The Beatles wilden dat de plaat zou worden geperst op gekleurd vinyl, maar EMI vertelde hen dat zoiets niet mogelijk was.

 

In plaats daarvan werd, zij het enkel bij de eerste Britse persing, de omslag van de LP versierd met een abstracte tekening in rood, roze en wit - een ontwerp van Simon en Marijke. Op die manier droegen ze toch nog iets bij aan de hoes. 

 


de binnenhoes door The Fool

 

The Beatles wilden ook nog een zakje bij iedere plaat, met daarin een aantal kleine spulletjes: snoepjes, badges, kleurpotloden en zo.

Maar EMI voorzag enorme problemen en kosten. Dus maakte Blake een kartonnen blad met tekeningen om uit te knippen: een snor, een prentkaart, strepen van een sergeant, twee badges en een prentje op voet.

 


Het binnenvel met de spulletjes om uit te knippen - Peter Blake

 

 

Bij E.M.I. werd geschokt gerangeerd op de kostprijs voor deze hoes. Het normale budget voor een hoes in de jaren zestig was £25. Voor belangrijke groepen, zoals The Beatles mocht dat al eens oplopen tot £75. Maar dit... de kosten voor copyright en retouches liepen op tot £1,367.13s.3d. terwijl Robert Fraser aankwam met een kostennota van £1,500.12s.

 

Peter Blake: "Ik weet niet zeker wat het allemaal samen heeft gekost. Je leest de gekste cijfers… Ikzelf kreeg zo'n £200. Mensen zeggen me wel eens: 'Je moet er wel een pak mee hebben verdiend!' Dat is niet zo, doordat Robert het copyright had afgestaan. Maar dat maakt allemaal niet zoveel uit, omdat ik fier ben aan zoiets moois te hebben meegewerkt."

 

Iedereen vond de hoes schitterend.

 

Toch had Brian Epstein zo zijn twijfels. Hij had het zo al moeilijk omdat de Beatles, nu ze niet meer op tournee gingen, steeds minder beroep op hem deden. Daarenboven zag hij de vele verwijzingen naar drugs in Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Hij had schrik dat de foto's op de hoes het image van nette jongens, dat hij zo zorgvuldig had opgebouwd, nog meer schade zou gaan toebrengen. Hij had daarom graag gehad dat de hele plaat zou worden verkocht in een bruine papieren zak.

 

Zijn angst bleek onterecht, want op 8 maart 1968, tijdens de tiende uitreiking van de Grammy onderscheidingen, werd Sgt. Pepper’s uitgeroepen tot "beste  hoesontwerp van 1967". En ook nog als "Plaat van het jaar", "Beste hedendaagse plaat" en "best opgenomen plaat", maar dat is een ander verhaal.

 


DEEL 10

MAGICAL MYSTERY TOUR


de Britse dubbel-EP Magical Mystery Tour - John Kelly

 

"De hoes van de Mystery Tour was helemaal Pauls idee," weet Tony Barrow, toen perschef van The Beatles. "Na de plotse dood van  Brian Epstein gebeurde van alles in zeven haasten. Paul was vooral bezorgd dat de band uiteen zou vallen zonder iemand die de touwtjes in handen hield. De Magical Mystery Tour was een poging van Paul om de band een beetje leiding te geven."

 

De eerste vergadering over het project vond plaats bij Paul thuis, begin september 1967 - amper enkele weken voor het begin van de opnamen. De bedoeling was om de film in de Kerstperiode in de zalen te hebben en de plaat in de winkels.

 

"Het was oktober voor we zelfs maar begonnen na te denken over een verpakking," gaat Barrow verder. "Er was geen ontwerper aangetrokken. Paul kwam met het voorstel om er een mini-dubbele plaat van te maken. Hij en ik werkten samen aan de tekst.

Uiteindelijk haalden we er Bob Gibson bij. Hij maakte de illustraties voor [het fanblad] Beatles Monthly. We vroegen hem op een stripversie van de film te maken."

 

De foto's waren verzorgd door John Kelly.

 

In Engeland werden de zes nieuwe songs van de film gepresenteerd als een dubbele EP. De EP, afkorting van extended play was erg populair begin jaren zestig, waarbij vier songs op een singeltje werden samengebracht. Halverwege de jaren zestig was dit formaat echter voorbijgestreefd. In dit geval bevatte elk schijfje drie songs.

 

De hoes bevatte bovendien "Een volledig in vierkleurendruk uitgevoerd boekje van 32 bladzijden, vol exclusieve foto's, een stripversie van het originele verhaal, plus de teksten van de songs in de show!"

 

De grote haast waarmee een en ander gebeurde is merkbaar aan het feit dat het boekje slechts 28 bladzijden omvatte en dat enkele afbeeldingen scènes voorstellen die niet in de uiteindelijke film voorkomen.

 

De oorspronkelijk kostprijs was 19s 6d (19 shilling en 6 dime - net iets minder dan £1).

 

De eerste persingen hadden een openklapbare hoes, met het volledige boekje en een blauw tekstvel. De singles zaten in witte binnenhoesjes die pasten in de hoes.

 

  


Magical
Mystery Tour: binnenzijde en boekje

 

 

In Amerika was het EP formaat al langer afgeschaft.  Daarom besliste Capitol om de songs aan te vullen met enkele recente singles en zo een volwaardige langspeelplaat samen te stellen. Deze LP verscheen zelfs elf dagen voor de Britse dubbel-EP, op 27 november 1967.

 

 

 


de hoes van de Amerikaanse LP Magical Mystery Tour

 

De hoes van de LP was een uitvergroting van het oorspronkelijke hoesje. Toch waren er een paar aanpassingen: de titels van de extra songs waren, onder foto toegevoegd - in hetzelfde lettertype. Het volledige boekje was inbegrepen, compleet met het tekstvel.

De verpakking zag er mooi uit in groot formaat.

 

Dat zag ook EMI in, die de Amerikaanse LP, in 1976, ook in Engeland op de markt brachten. En toen de cd in 1989 hun intrede deden, was dit de enige Amerikaanse versie van een Beatles LP die officieel werd uitgebracht.

  

 


DEEL 11

THE BEATLES (DE DUBBELE WITTE)

 

A Doll's House

In juni 1968, terwijl de opnamen voor hun volgende plaat pas van start waren gegaan, vroegen The Beatles aan een aantal kunstenaars om voorstellen te bedenken voor de hoes.

In 1973 bood een verzamelaar uit Londen een psychedelische tekening te koop aan waarvan hij beweerde dat het een van die afgekeurde ontwerpen betrof. Het is bedoeld als een openklappende hoes, waarbij de titel op de voorzijde zou komen en op de achterzijde een berg oprijzend uit de zee. In het gebergte zijn de vier gezichten van de groepsleden herkenbaar, alsof ze in de rotsen zijn uitgehouwen. 

 

Een ander voorstel was een doorzichtige hoes. Wanneer de plaat er uit werd gehaald zou dan een kleurfoto te voorschijn komen.

Sommige bronnen menen dat een tekening van John Patrick Byrne ook een van de afgekeurde ontwerpen is. Op de afbeelding worden de vier omringd door teken dieren en vogels. Merk op dat Yoko aanwezig is, in de vorm van een hanger rond de nek van John.

 

De tekening werd in 1972 voor het eerst gepubliceerd in het boek The Beatles Illustrated Lyrics van Alan Aldrigde en in 1980 gebruikt voor de verzamelaar The Beatles Ballads.

John kwam met het voorstel om de plaat A Doll's House te noemen, naar het boek van de Noorse schrijver Henrik Ibsen. Maar die mogelijkheid kwam te vervallen toen, halverwege de volgende maand, Music In A Doll's House op de markt kwam. Dat was het debuut van Roger Chapman met zijn groep Family.

Tegen het einde van de zomer werd het duidelijk dat er genoeg materiaal was opgenomen om twee platen uit te brengen. Een dubbel-LP was erg ongewoon in die tijd voor niet-klassieke muziek. Er waren er slechts twee uitgebracht tot dan toe: Freak Out van Frank Zappa en Blonde On Blonde van Bob Dylan.

Een nieuw concept

Er werd overeen gekomen dat de hoes van de volgende plaat heel anders moest zijn dan de caleidoscopische hoezen van de twee voorgaande Beatlesplaten, Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en Magical Mystery Tour.

Paul McCartney polste Robert Fraser, een bevriende galeriehouder of die geen geschikte kunstenaar wist die een hoes zou kunnen ontwerpen.  Hij kwam met Richard Hamilton (45), een van de pioniers van de  Pop Art. Paul kende zijn werk en een afspraak werd geregeld in het hoofdkantoor van Apple. In Blinds And Shutters, een boek van de fotograaf Michael Cooper, vertelt Richard over de ontmoeting met Paul: "Omdat Sergeant Pepper zo overdreven was, legde ik uit, zou ik iets geneigd zijn iets heel subtiels te doen, bijna een beperkte oplage. Omdat hij niet afkeuring reageerde ging ik nog een stapje verder. Ik stelde een totaal witte hoes voor. Of als dat te wit en te proper zou zijn, konden we misschien iets er op schilderen in de aard van een bruine ring, alsof er een kopje koffie op had gestaan."

Als verwijzing naar het pas opgerichte Apple label, stelde hij voor om een appel tegen een wit papier te smijten om een vlek te creëren: "een zeer subtiele licht groene vlek, met misschien wat pulp." Omdat zoiets te moeilijk werd om te realiseren kwam het idee te vervallen.

Genummerde exemplaren

In een interview voor het Nederlandse tijdschrift Beatles Unlimited (BU 98-99) beweert fotograaf John Kelly echter dat het allemaal zijn idee was. "Ik deed toen veel modefotografie en zo en ik was veel bezig met wit - verschillende tinten wit. Ik had een totaal witte Kerstkaart ontworpen. Ik drukte er matte witte letters op, zodat het alleen leesbaar werd als je het onder een bepaalde hoek hield..... Wit was het dus helemaal voor mij. John Lennon was toen ook in zijn witte periode. Hij droeg alleen nog wit in die tijd. Ik kwam met het idee voor die hoes, compleet met de nummering en alles. En The Beatles vonden het goed."

Paul blijft er echter bij dat het Richard Hamilton was die voorstelde om elke hoes afzonderlijk te nummeren. "Ik stelde een individuele nummering voor," bevestigt Hamilton, "om zo de ironische situatie te creëren waarbij er een genummerde uitgave zou zijn op zoiets als een vijf miljoen exemplaren."

EMI reageerde niet zo enthousiast als the Beatles op het idee, maar Paul wist hen te overtuigen: "Platen moeten toch door het en of andere machine om te worden verpakt.  Kun je er dan geen dingetje bijzetten aan het einde van de band, waardoor er een nummer op geslagen wordt?"

Dus kreeg elke plaat een uniek serienummer. De nummers 000001 tot 000020 werden voorbehouden voor the Beatles zelf en hun vrienden. "We kregen de eerste vier," herinnert Paul zich. "Ik heb geen idee waar die van mij is. Die is al lang kwijt geraakt. Ooit zal die wel weer opduiken bij Sothebys, denk ik. John kreeg 000001 want hij had de grootste mond. Hij riep 'Nummer 1, deze kant!" Hij kende de kneepjes van het vak, hoe je zoiets moet aanpakken!"
George Martin kreeg nummer 000007 en Derek Taylor 000009.
Iedere fabriek nummerde afzonderlijk, waardoor er een stuk of twaalf kopieën zijn met het nummer 000001.
Er zijn fans die zeer geïnteresseerd zijn in die lage nummers. Hoe lager, hoe duurder natuurlijk. Nummer 0050000 gaat tegenwoordig van de hand voor € 600, terwijl een 0000010 € 7 500 opbrengt.

En hoe gaat we het noemen?

Ondertussen hadden ze nog geen titel voor de plaat. Richard Hamilton stelde voor gewoonweg 'The Beatles' nemen. Omdat Sgt. Pepper’s genoemd was naar een fictieve band en de vier zelden samen speelden als een groep voor deze plaat, leek het hen een goede grap om de plaat opnieuw naar een fictieve band te noemen: The Beatles dus.

Maar alle problemen waren nog niet van de baan. De titel moest worden in reliëf worden aangebracht op de hoes. John Kelly: "De drukker maakte problemen. Hij beweerde dat waar er normaal honderd platen in een pak zaten – standaard verpakking – er nu maar 98 in konden, maximaal 99. Dus was er weer heel wat druk om dat plan te laten varen... Uiteindelijk ging het allemaal door, maar het was een heel gedoe."

Mag het iets meer zijn?

Na een tijdje had Richard Hamilton zijn bedenkingen: "... ik begon me schuldig te voelen omdat ik hun dubbel-LP in een gewone witte hoes wou stoppen. Zelfs de belettering is onopvallend, bijna onzichtbaar. Ik stelde voor om wat extra te geven: een grote poster. Iets dat er bij zat. Iets om het toch iets meer te geven dan een doorsnee hoes."

Twee weken lang reed Paul, die oktobermaand in 1968, bijna dagelijks naar het huis van Hamilton in Highgate, om er te werken aan een collage. Paul: "Het was erg spannend voor mij, omdat ik interesse heb in kunst. En nu kreeg ik de gelegenheid om hem te assisteren... foto’s verzamelen en nieuwe afdrukken maken. En de tweede week mocht ik toekijken terwijl hij de collage maakte. Het is heerlijk om toe te kijken terwijl iemand aan het schilderen is. Het mooiste was dat hij uiteindelijk de collage helemaal volstopte met prenten en foto’s en dan overal witte stukjes papier er over plakte. Zo kreeg je wat ruimtegevoel... Hij legde me uit dat het zo kon ademen."

De meeste recente foto’s waren getrokken door John Kelly, maar er waren er ook een paar bij van Paul’s nieuwe vriendin, Linda Eastman.

Op de achterzijde van de poster, werden de teksten afgedrukt. Net als bij de hoes van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band was dat een opdracht voor graficus/schilder Gordon House. Hij kwam ook met het voorstel om vier portretten te maken, voor op de binnenzijde van de hoes. 

Fotograaf John Kelly beweert opnieuw dat het allemaal zijn idee was. "Ik zei: 'Als je een witte hoes hebt, dan moet je wat foto's van jezelf aan de binnenkant plaatsen. Geen groepsfoto, maar individuele portretten. Simpel en eenvoudig - iets voor de fans.
Ze gingen akkoord en ik trok de foto's in het kantoor van Apple. Een eenvoudige mooie foto, geen speciale belichting of zo. Drie portretten werden daar getrokken.
Paul was moeilijker. Die kon niet beslissen of hij geschoren of ongeschoren zou poseren. We hadden er discussies over en probeerden met en zonder stoppels. De uiteindelijke foto werd gemaakt in [zijn huis in] Cavendish Avenue."

Grote, mooi verzorgde kleurafdrukken van de foto's werden ook nog eens afzonderlijk in de hoes gestopt.

 

 

Het Apple logo

Op de plaat zelf kwam, voor het eerst, het Apple logo. Apple was de pas opgerichte platenmaatschappij van The Beatles.

Waar het Apple logo vandaan komt, vertelde Paul McCartney in 1993 aan de Vlaamse journalist Johan Ral.
"Daar zit een mooi verhaal aan vast. Ik had een vriend, Robert Fraser, die een gallerij had in Londen. Ik had hem verteld dat ik veel hield van [de Belgische surrealistische schilder René] Magritte. We waren Magritte aan het ontdekken in die tijd, door tijdschriften en zo. We hielden van zijn gevoel voor humor. Toen we hoorden dat hij een gewone kerel was die schilderde van 9 tot 1, met zijn bolhoed op, werd het nog meer intrigerend.
Robert keek altijd uit naar schilderijen voor mij, want hij kende mijn smaak. Het was zo goedkoop toen. Ongelofelijk lijkt dat nu... Op een dag bracht hij dat schilderij naar mij thuis. Het was een mooie zomerdag en we zaten in de tuin. Hij wou ons niet storen en dus zette hij dat schilderij van Magritte op de tafel. Het was een appel, met daarop geschreven "Au revoir". Ik vond het fantastisch. Hij wist dat ik het goed zou vinden en dat ik het zou willen en dat ik hem later wel zou betalen... Het was echt: wow! Wat een fantastisch concept. Ik heb het schilderij nog altijd.
Die grote groene appel werd de inspiratie voor ons logo. Voor de achterzijde besloten we hem gewoon door te snijden."

 

Het schilderij heet eigenlijk ‘Le jeu de mourre’ (Het spel van Mora) en dateert uit 1966.
De titel kwam van Magrittes vriend, de Belgische dichter Louis Scutenaire, en is waarschijnlijk een woordspeling op ‘Les jeunes amours’ (De jonge geliefden), de titel van een werk van Magritte waarop drie appels staan. Het spel van  Mora is "een spelletje waarbij één van de spellers snel enkele vingers van één hand omhoog steekt, terwijl de ander een getal roept. Hij wint wanneer beiden hetzelfde getal geven."

 

Verschil moet er zijn!

De originele Britse persingen hadden de opening van boven. Daar werden de platen ook zowel in mono als in stereo verkocht, waarbij er aanzienlijke verschillen in de mix zaten.
In Amerika werd gekozen voor de standaard openingen opzij en werd enkel de stereoversie verkocht.
Een ander verschil is dat de vier foto’s in de Amerikaanse versie iets kleiner waren dan in de Britse versie. Bij de allereerste exemplaren zat er bovendien een doorschijnend blaadje tussen de foto’s om ze te beschermen tegen krassen. Ook zaten de platen zelf in een volledig zwarte binnenhoes.


 

DEEL 12

GET BACK


de onuitgebrachte Get Back hoes - Angus McBean

 

In het kader van de "terug naar de bron" filosofie van de sessies in januari 1969, paste het idee perfect om de hoes van Get Back precies zo uit te voeren als die van hun debuutplaat er had uitgezien. Een vergelijking tussen de foto's op Please Please Me en Get Back zou dan weergeven hoezeer de vier mannen in die zes jaar waren veranderd.

De fotograaf Angus McBean werd terug gecontacteerd. Hij kreeg de opdracht een exacte kopie te maken van die ondertussen beroemd geworden foto van hun eerste LP-hoes.

McBean herinnert het zich nog goed: "[In 1963]  vroeg ik aan John Lennon hoe lang hij verwachtte dat de groep het zou volhouden. Hij zei: "Oh, een jaar of zes, denk ik – heb je ooit gehoord van een kale Beatle?". Wel, het was precies zes jaar later dat ze me vroegen om de shot over te doen, met the Beatles zoals ze er nu uitzagen - en haar hadden ze nog genoeg.

Toen ik [in het EMI kantoor] een kijkje ging nemen zag ik meteen een probleem: er was een nieuwe inkom gebouwd en het was onmogelijk om op dezelfde plaats te gaan staan. EMI stelde voor dat ik binnen een week zou terug keren. Ondertussen werd de inkompartij afgebroken."

 

De eigenlijke fotosessie vond plaats op 13 mei 1969 om zes uur 's avonds.

 

McBean vertelt verder: "Toen we het opnieuw probeerden kwam Ringo Starr pas zo laat aan dat het personeel van EMI allemaal via de trap naar beneden kwam gestroomd.
Ik stelde mijn camera alvast op. John was gefascineerd door fotografie. Hij kwam naast mij op de grond liggen om door de lens te kijken. Ik hoor nog de kreten van de meisjes van EMI toen ze zich zagen over wie ze moesten stappen om de deur uit te kunnen!"

 

The Beatles deden hun uiterste best om precies dezelfde houdingen aan te nemen als op de oorspronkelijke foto uit 1963.

 

Tussendoor vonden John en George het zelfs nodig om ander kostuums aan te trekken.

  

 John en George met donkere kostuums…     ….   en met lichte kostuums

 

 

Eind mei 1969 werd een eerste versie van Get Back samengesteld. Er werden al kopies klaargemaakt voor promotie, compleet met het ontwerp van de hoes. Bedoeling was om de plaat in juli 1969 uit te brengen onder de titel "GET BACK with Don't Let Me Down and 9 other songs".

 

 

Maar in juli 1969 werd het project verschoven naar september 1969, zodat de plaat gelijktijdig zou verschijnen met de geplande film en de TV special over het totstandkomen van de plaat.

 

Er kwam echter nog meer uitstel, omdat The Beatles ondertussen Abbey Road hadden opgenomen. Zij stonden er op dat die plaat eerst werd uitgebracht, vooral omdat ze zelf inmiddels alle interesse in het Get Back gedoe hadden verloren.

Tegen het einde van het jaar raakte de film dan toch af. Daarbij zaten er echter enkele scènes in de film waarbij songs te horen waren die niet op de afgewerkte plaat stonden. Dus moest er een aangepaste versie komen. Op 5 januari 1970 stelde Glyn Johns die nieuwe versie van Get Back samen. De hoes bleef zo goed als ongewijzigd: enkel de titel was veranderd, omdat 'Let It Be' naar voor werd geschoven als de volgende single.

 

 

 Get Back with Let It Be…              of toch maar gewoon Let It Be

 

Uiteindelijk bleef de hoes ongebruikt. John Lennon en Allen Klein haalden Phil Spector er bij om het iets bruikbaars van de banden te maken. Get Back werd Let It Be en kreeg uiteindelijk een andere hoes, ook al omdat de vier mannen er ondertussen helemaal anders uitzagen.

 

De fotoshoot van McBean bleek echter toch nog nuttig. In 1973 werden foto's van zowel zijn eerste sessie in 1963 als de tweede van zes jaar later gebruikt om de voor- en achterzijde van de compilaties

The Beatles 1963-1966 en The Beatles 1967-1970  te illustreren.

 

 


De blauwe verzamelaar

 

een leuke montage van beide fotosessies samen
 


DEEL 13

ABBEY ROAD


Abbey Road - foto: Iain MacMillan

 

Oorspronkelijk dachten The Beatles er over om de plaat Everest te noemen, naar het merk van sigaretten dat geluidstechnicus Geoff Emerick steeds rookte. Haast vanzelfsprekend kwam dan het voorstel op de proppen om de foto voor de hoes te gaan maken met de gelijknamige berg als achtergrond. Maar geen enkel van de vier hoofdrolspelers zag het zitten om naar helemaal naar het Himalaya gebergte te trekken alleen maar voor een hoesfoto.

Wanneer hen werd gevraagd hoe ver ze dan wel wilden gaan kwam het antwoord: "Waarom doen we het niet gewoon hier op straat?"

 

Paul schoot onmiddellijk in actie en kwam met een ruwe schets van hoe het er moest uitzien. Hij vond de perfecte locatie: het zebrapad op de hoek van Abbey Road, vlak bij de opnamestudio van EMI in noord Londen. 

Het zebrapad in Abbey Road, met op de achtergrond de EMI studio

 

 

 

de tekening van Paul

  

 

Een vriend van John en Yoko, de freelance fotograaf Iain MacMillan, werd gevraagd om de foto te maken

 

Op vrijdag 8 augustus 1969, om 11:35 in de voormiddag hield een politieagent het verkeer in Abbey Road tegen. Iain beklom dan een kleine ladder in het midden van de straat en The Beatles liepen een paar keer over het zebrapad heen en weer. Iain trok zes foto's en klaar was Kees. Dankzij het degelijke speurwerk van Mark Lewisohn weten we nu dat Macmillan een Hasselblad camera gebruikte, met een breedhoeklens van 50 mm en een sluitertijd van f22, bij 1/500 sec.

 

De vijfde foto werd als beste geselecteerd. Niet liepen de vier daarop netjes in de pas, maar bovendien liepen ze ook weg van de studio. Daar schenen ze nogal belangrijk te vinden op dat moment.

 

Linda Eastman had haar man, Paul McCartney vergezeld naar de fotoshoot. Zij trok wat extra plaatjes van the Beatles, terwijl die aan het wachten waren voor de sessie.

 

 

 

John en Paul aan het wachten,
foto: Linda Eastman

 

  

Het meest gefotografeerde zebrapad ter wereld, zoals het er tegenwoordig uit ziet.

 

 De hoes bleef verder heel sober: geen tekstblad en zelfs geen titel op de voorzijde... eigenlijk eenvoudig een foto op de voorzijde en een op de achterzijde. Voor die achterzijde trok Iain MacMillan een foto van een van de ouderwetse straatnaamborden, uitgevoerd in tegeltjes.

 


het Abbey Road straatnaambord - foto: Iain MacMillan

 

Bij de opsomming van de songs op de achterhoes, maakten the Beatles opzettelijk geen melding van 'Her Majesty', om zo de verrassing niet te bederven. Jammer genoeg werd dit "gecorrigeerd" voor sommige Amerikaanse persingen. Dit is echter het enige verschil met de originele hoes.

 

Enkele maanden later werd elk detail van deze en de vorige hoezen van The Beatles grondig bestudeerd, op zoek naar hints over de vermeende dood van Paul McCartney. "Ik kreeg brieven en kaartjes van over de hele wereld," weet George Martin. "Ze wezen me er op dat het duidelijk was dat Paul dood moest zijn. Ze zeiden dat ze alle aanwijzingen hadden gevonden. Uiteindelijk begon ik het haast zelf te geloven."

 

Ook Peter Blake liep er bijna in: "We gingen op bezoek bij Paul. We hadden het over de geruchten en hij zei: 'Weet je, eigenlijk ben ik niet Paul McCartney. Je hebt de echte Paul ontmoet toen je werkte aan [de hoes van] Sgt. Pepper. Hij had geen litteken aan zijn mond. Kijk maar: ik wel. Ik ben een vervanger.'  En heel even, twijfelde ik. Toen vertelde hij me dat hij met de fiets gevallen was.…"

 

Als gevolg van de populariteit van de plaat werden de EMI Studios later omgedoopt in "Abbey Road Studios".

 

De hoes werd talrijke malen geparodieerd, zelfs door McCartney zelf, voor zijn Paul Is Live cd, in 1993.

  


Paul Is Live - Iain MacMillan

 


 

DEEL 14

LET IT BE


Let It Be - Ethan Russell/John Kosh

 

Toen het materiaal van de sessies uit januari 1969 eindelijk werd uitgebracht in mei 1970 stond er op de achterhoes:

 

"This is a new phase BEATLES album ... essential to the content of the film, LET IT BE was that they performed live for many of the tracks; in comes the warmth and the freshness of a live performance; as reproduced for disc by PHIL SPECTOR."

 

Maar door de inbreng van Phil Spector was niets nog hetzelfde. De plaat kreeg een nieuwe titel, een nieuwe hoes en uiteindelijk herinnerde niets nog aan de originele Get Back.

 

De foto van Angus McBean was ondertussen al bijna een jaar oud en werd niet langer als representatief beschouwd. Er was dus behoefte aan een nieuwe foto, maar de groep was ondertussen in feite gesplit. Geen van de vier hoofdrolspeler had er nog behoefte aan om "Beatle" te spelen. Van een fotosessie kon dus geen sprake zijn.

 

De verantwoordelijke voor de hoes, John Kosh, zocht dus vier afzonderlijke portretten die werden samengebracht tegen een zwarte achtergrond. De foto's waren het werk van Ethan A. Russell, die ze had getrokken tijdens de filmopnamen in januari 1969.

 

Op de achterhoes kwamen nog vier andere zwart-wit foto's, boven de hierboven aangehaalde tekst, plus het Apple logo. De appel was niet langer groen, maar rood, waarmee het einde van the Beatles werd aangegeven.


de achterhoes van Let It Be - Ethan Russell/John Kosh

 

In Engeland werd de eerste persing van de dertiende en laatste Beatlesplaat uitgebracht in een doos. Daarin zat, behalve de plaat in de gewone hoes, ook een groot formaat boek van 164 bladzijden: "The Beatles Get Back".

In het boek, dat was gedrukt op kwalitatief glanzend papier, stond heel veel tekst en meer dan honderd kleurenfoto's. De foto's waren opnieuw getrokken door Ethan Russell, tijdens de Get Back sessies. De tekst, veelal dialoog uit de film, was verzorgd door twee journalisten van het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone: Jonathan Cott en David Dalton.

 

In tegenstelling tot op de hoes stond op het label van de LP het gewone groene appellogo.

 

Dit prachtig geheel was wel wat duurder dan een gewone LP. De oorspronkelijke prijs was £2:19s:11d.. Een complete doos is tegenwoordig echter gemakkelijk het honderdvoudige waard. Jammer alleen dat de bladzijden zo gemakkelijk loskwamen, zodat het erg moeilijk is om een ongeschonden boek te vinden.

 


het Britse Let It Be pakket

 

 


Het Get Back boek

 

Vanaf de tweede Britse persing, een half jaar later waren de doos en het boek niet langer verkrijgbaar. In plaats daarvan kwam een standaard Lp hoes. Zelfs de rode appel was verdwenen en werd vervangen door een groene.

 

In de Verenigde Staten werd de plaat uitgebracht in een uitklaphoes met twee extra foto's… en een rode appel logo. Geen doos, geen boek.

 

 


de binnenhoes van de Amerikaanse versie van Let It Be

 

 

Na de split en zeker na het aflopen van het contract met EMI-Capitol in januari 1976, brachten beide platenmaatschappijen enkele compilaties uit die te leiden hadden van een schijnbaar willekeurige keuze van songs, foute informatie en ronduit lelijke hoezen. Maar The Beatles zelf hadden bij deze platen geen inbreng meer.