De hoezen van de Britse Beatles LP's
Door Patrick
Roefflaer
Bij het
schrijven van deze artikels heb ik informatie gehaald uit deze boeken: 'Yesterday' door Robert Freeman, The Beatles Anthology book, door The Beatles,
'Many Years From Now' door Miles, 'In My Life' door Pete Shotton,
'The complete EMI Recording Sessions'
door Mark Lewisohn en 'The Beatles London' door Mark Lewisohn en Piet Schreuder.
Daarnaast vond
ik interessante informatie op talrijke websites.
THE BEATLES
Bijna in
dezelfde mate waarin hun muziek de wereld heeft veranderd, hebben de hoezen van
de hun langspeelplaten mee geholpen de regels te veranderen van hoe een hoes er
moet uitzien. Zowat alle hoezen van de originele Britse LP's
werden geïmiteerd en geparodieerd door diverse artiesten.
Jammer genoeg
werden die hoezen echter, zoals dat ook met de muziek zelf het geval was,
veranderd en bijgewerkt voor de Amerikaanse platen.
Patrick Roefflaer
DEEL 1 : PLEASE PLEASE ME
DEEL 12:
GET
BACK
DEEL 13: ABBEY ROAD
DEEL 14: LET IT BE

Please Please Me
- Angus McBean
Toen er voor het eerst overlegd werd
hoe de debuutplaat van de Beatles zou heten, stelde hun producer, George
Martin, Off The Beatle
Track voor. Er kon dan bijvoorbeeld een foto getrokken worden bij het
paviljoen van de insecten, in de Londense zoo. Die ligt
immers vlakbij de EMI studio in Abbey Road, noord
Londen, waar de plaat was opgenomen.
Paul zette meteen wat schetsen op
papier. George Martin stelde een fotograaf voor, waar hij eerder al mee had
samengewerkt: Angus McBean.

Please Please Me
- Paul McCartney's schetsontwerp. Hoewel John Lennon kunstschool had gevolgd, was het vooral Paul die
nauw betrokken was bij het ontwerpen van de hoezen van De Beatles.
De directie van de dierentuin wou
echter geen toestemming geven.
George Martin vond het echter een
goede vondst en toen bleek dat de Beatles de titel niet zouden gebruiken, hield
hij hem voor zijn eerste plaat met instrumentale covers van hun nummers,
uitgebracht in 1964.

George Martin's album
In de derde week van januari 1963
vond een eerste fotosessie plaats, in de studio van Angus
McBean, in diens huis in Londen. De Beatles droegen
voor de gelegenheid splinternieuwe rood-bruine
fluwelen kostuums.
Eén van de foto's werd, in september
1963, gebruikt voor het hoesje van de EP The Beatles’ Hits en later, in
Amerika, voor de door het label Vee Jay uitgebrachte plaat Introducing
The Beatles. Voor deze hoes werd de oorspronkelijke foto echter gespiegeld.

UK EP-hoes

USA - Introducing The Beatles album
Die eerste fotosessie was niet geheel
bevredigend en er werd een tweede datum geprikt. McBean
sprak met hen af in het Londense kantoor van de
platenmaatschappij EMI in Manchester Square. Dat gebeurde ergens midden in
februari 1963. De fotograaf herinnerde zich later: "Eens door de voordeur
kwam ik in het trappenhuis. Er keek iemand over de leuning - Ik vroeg of de
jongens daar waren en het antwoord was "ja". "Wel", zei ik,
"laat ze zo over de leuning hangen en ik trek ze van hier uit."
Ik had mijn gewone portretlens op,
dus ging ik op mijn rug liggen, om zo de foto te trekken. Ik klikte een paar
keer en zei "Dat zal het zijn."

Please Please Me
- foto sessie
Er werden een paar verschillende
foto's getrokken van de vier jongens die over de reling van de eerste
verdieping naar beneden keken naar de ingang van het gebouw.
Maar opnieuw was niet iedereen
tevreden.
Op 5 maart trok de EMI fotograaf John
Dove wat publiciteitsfoto's van de Beatles in en rond het EMI-kantoor. Op een aantal van deze foto's zijn ook
muziekuitgever Dick James, producer George Martin en manager Brian Epstein te
zien.
Na afloop probeerde hij ook een
geschikte foto voor de hoes te maken, met de Beatles gekkend rond een
parkeermeter op het nabijgelegen Montague Place en
van de trappen springend van de EMI studio (later herdoopt in de Abbey Road Studios).

Op de trapppen van de
platenstudio - John Dove

Rond een parkeermeter op Montague
Place - John Dove
Uiteindelijk werd beslist dat de foto
van Angus McBean in de
trappenhal nog de beste optie was.
De hoes maakte de trappenhal zo
beroemd dat wanneer einde jaren ‘90 het EMI kantoor aan Manchester Square werd
ontruimd om te verhuizen naar een andere locatie, de trappenhal werd ontmanteld
en nauwgezet terug opgebouwd in het nieuwe kantoor.
Naast de hoes van de eerste plaat,
werden een aantal varianten van deze sessie gebruikt voor deze platen:

de Britse
EP The Beatles
(N°1)

de compilaties The Beatles 1962-1966 (de rode)
en
The Beatles 1967-1970 (de blauwe)

de bootleg cd
Come Together (The Beatles In The ‘90s)
De tekst op de achterzijde van de
hoes werd geschreven door de journalist Tony Barrow,
die werd ingehuurd door Brian Epstein.
Op de binnenhoes van de eerste oplage
werd reclame afgedrukt voor "Emitex"
doekjes om vinylplaten mee te reinigen.
In januari 2001 heeft een werknemer
van een poetsfirma in het kantoor van EMI in west Londen een doos weggegooid
met daarin 450 negatieven. Nochtans stond op de doos aangegeven: "Geen
rommel — niet weggooien."
De belangrijkste verliezen zijn de
zeven negatieven van de foto's die door Angus McBean werden getrokken voor de hoes van Please Please Me. In februari
2007 werd de poetsfirma door EMI en Apple Corps samen aangeklaagd om een
schadevergoeding van 1,1 miljoen euro te betalen.

With The Beatles - Robert Freeman
In augustus 1963 verbleven de
Beatles, tijdens een zomertournee langs de Britse kuststeden, een weekje in een
hotel in Bournemouth. Op uitnodiging van Brian
Epstein, kwam de jonge jazz-fotograaf Robert
Freeman (27), een paar dagen bij hen op bezoek, om wat foto's te trekken.
Wanneer George Martin belde dat er
een foto nodig was voor de hoes van de tweede LP van de Beatles album, vroeg
Brian hem of hij wat ideeën had. Robert stelde voor om iets te doen met
schaduw, iets dat aansloot bij het imago van de Beatles in hun zwarte kledij.
Iets in de aard van zijn zwart-wit foto's van jazz artiesten.
Freeman herinnert zich dat de
volgende dag alles werd klaargezet in de eetzaal van het Palace
Hotel: met de kastanjebruinen fluwelen gordijnen als achtergrond en het
natuurlijke licht dat van opzij binnenviel door de grote ramen.

Robert Freeman's boek
- A Private View
Paul McCartney meent nochtans dat de
sessie plaatsvond in een gang: "Hij sleepte vier stoelen aan en zette die
klaar in de gang. Het was helemaal niet zoals in een studio. De gang was eerder
donker en er was een raam aan het einde. Door die natuurlijke lichtinval te
gebruiken verkreeg hij dat beeld."
Freeman zette Ringo opzettelijk wat
lager om geen vier koppen in een rij te krijgen. Ringo was trouwens al wat
kleiner en hij was als laatste bij de groep gekomen. Freeman herinnert zich
niet dat hij hen expres in een bepaalde volgorde heft geplaatst, maar merkte
achteraf dat de volgorde net omgekeerd was ten opzichte van die van de eerste
hoes, Please Please Me.
Freeman gebruikte een erg gevoelige
film, met grove korrel en een telelens van 180 mm. Binnen een half uurtje was
één van de allerbekendste hoezen in de muziekgeschiedenis ontworpen.
Paul: "Hij verkreeg dat
sfeervolle beeld, waarvan mensen denken dat er eindeloos is aan gewerkt met de
grootst mogelijke technische details. Maar het duurde nog geen uur. Hij zette
zich, nam een paar foto's en klaar was hij... Robert was goed. Ik hield veel
van zijn foto's."
Hoewel de Beatles blij waren met het
resultaat – het riep herinneringen op aan de foto's die Astrid Kirchherr en Jürgen Volmer van hen trokken in Hamburg in 1960 – was dat niet
voor iedereen het geval. Tony Barrow, die de
publiciteit voor de groep verzorgde, schreef in het fanblad Beatles Monthly dat "Brian Epstein ontgoocheld was over de
foto en dat de Beatles hem onder druk zetten om hen te steunen en de foto door
te drukken bij de platenmaatschappij."
De verantwoordelijken bij EMI vonden
dat de foto "schokkerend humorloos" was. "Waar is de vreugde?
Waarom kijken ze zo streng? Wij willen blije Beatles voor blije fans."

Blije Beatles voor blije fans - een ongebruikte outtake van de sessie - Robert Freeman
Bovendien werden dat soort zwart-wit
foto's voordien enkel gebruikt voor jazzplaten, waarvan het ontwerp doorgaans
kwalitatief hoogstaand was. Voor populaire muzikanten werd zoiets gewoon weg
niet gedaan.
Uiteindelijk wonnen de Beatles het
pleit en werd de hoes één van de meest herkenbare beelden van de groep.
Opnieuw werd de hoestekst voor de
achterzijde toe vertrouwd aan Tony Barrow.
In de Verenigde Staten werd dezelfde
foto gebruikt voor de eerste plaat die er werd uitgebracht door Capitol: Meet
the Beatles!. Hiervoor werd de foto echter blauw getint.

Meet The Beatles - USA album
Freeman werd nooit aangesteld als de
officiële fotograaf van de groep, maar hij zou hen in de volgende drie jaar
dikwijls blijven trekken. Paul McCartney omschreef zijn foto's later als
"van de beste die er van de Beatles zijn gemaakt".
De hoes werd - zoals trouwens alle
hoezen van de groep - regelmatig geïmiteerd of geparodieerd. Een voorbeeld is
de hoes van Meet the
Residents:


A Hard Day's Night - Robert Freeman
Voor de hoes van derde plaat van The Beatles,
werd Robert Freeman opnieuw gevraagd. Omdat het om de soundtrack van
de film A Hard Day's Night
ging, stelde hij voor een suggestie van beweging weer te geven door
opeenvolgende foto's naast elkaar te plaatsen. Vier rijen met elk vier
portretten, omkaderd alsof het beelden zijn uit een film. De foto's van de
vier individuele Beatles werden getrokken in de studio van Freeman,
in Londen. Hij vroeg hen om telkens een ander gelaatsuitdrukking aan te
nemen.
De foto's werden ook gebruikt aan het einde van de film.

Deze Britse filmposter had zelfs nog meer beelden
Terwijl de oorspronkelijke Britse uitgave een blauwe omkadering
had, werd die in andere landen vervangen door een rode rand. Dat was onder
andere het geval met de Braziliaanse en Amerikaanse uitgaven. De
Amerikaanse tegenhanger van A Hard Day's Night had trouwens slechts vier grote foto's in plaats van
de zestien kleinere, waarmee het oorspronkelijke idee helemaal werd teniet
gedaan.
De Amerikaanse en Braziliaanse uitgaven

Het programmaboekje bij de Duitse film had ook een rode omkadering. Merk op
hoe acteur Wilfred Brambell er tussen is
geslopen.
De tekst op de achterhoes was -voor het laatst - geschreven
door Tony Barrow. Er staan ook nog eens vier
portretten bij van The Beatles, gemaakt tijdens de filmopnamen. Ook deze foto's
werden door Robert Freeman getrokken.

De achterzijde van A Hard Days Night
- Robert Freeman

Beatles For Sale -
Robert Freeman
In de herfst van 1964 vergaderden de Beatles met hun
manager Brian Epstein en de
fotograaf Robert Freeman om te brainstormen over de hoes van hun
volgende langspeelplaat. Die plaat moest nog voor de Kerstdagen in de
winkels liggen. Drie dingen stonden vast: het moest een openklapbare
hoes worden, de foto in kleur en niet in een studio getrokken. Zo'n
openklapbare hoes was een revolutionair idee, nooit eerder door iemand
gebruikt.
Op een frisse najaarsdag nam Robert Freeman de vier
muzikanten mee naar Hyde Park in het centrum van
Londen. Hij had hun verteld dat ze niets speciaals hoefden aan te trekken. Ze
droegen toch al meestal zwarte kledij, met een wit hemd en een zwarte sjerp.
Omdat het al bijna zeven uur was en het 's avonds snel donker
werd, moest het allemaal snel gebeuren. Zowel de foto voor de voor- als
die voor de achterhoes waren binnen een uurtje getrokken.
Voor de foto aan de voorzijde, hield een assistent een tak
vast, waaraan nog wat herfstbladeren hingen. Dat zorgde voor wat diepte in
de foto en leverde enkele kleurrijke vlekken op vooraan in beeld.
Voor de foto op de achterhoes, klom Freeman
in een boom, zodat hij de vier jonge mannen van bovenaf kon trekken,
tegen een achtergrond van gevallen bladeren. Hij noemt het achteraf zijn
favoriete foto van de Beatles.

de foto van de
achterhoes - Robert Freeman
De herfsttinten en de gelaatsuitdrukkingen van de
vier, op beide fotos' leken de vermoeidheid weer te
geven waarmee de Beatles te kampen hadden. Hun beroemdheid en het niet
aflatende toerschema begonnen hun tol te eisen.

Beatles For Sale
poster
Voor de binnenzijde van de uitklaphoes, werden twee zwart-wit foto's
gekozen die de hoogtepunten van het drukke jaar symboliseerden:
- een scène uit hun Amerikaanse tournee: de Beatles tijdens
hun optreden in het Coliseum in Washington DC, op 11
februari, 1964. Een prachtige foto, waarop de fotograaf terecht heel fier is;
- een beeld dat herinnert aan hun eerste film: A Hard Day's
Night werd in de Twickenham
Film Studios opgenomen. De foto is getrokken aan
de inkom van het zaaltje waar de Beatles elke avond samen met de
regisseur, Richard Lester, keken naar de opnamen van die dag. Ze poseerden
er voor een wand met een collage van foto's uit diverse films.

Beatles For Sale - de
opengeklapte binnenhoes - Robert Freeman
De
tekst op de binnenhoes was - voor het eerst - van de hand van Derek
Taylor. Taylor was sinds april van dat jaar door Brian
Epstein in dienst genomen als nieuwe PR-man.

Help! - Robert Freeman
Ook voor de hoes van de volgende LP,
de soundtrack van de tweede Beatlesfilm, Help!,
werd de fotograaf Robert Freeman gevraagd voor het ontwerp.
Hij kwam met het voorstel om met
seintekens de letters H, E, L en P te spellen, waarbij elk van de vier Beatles
een andere letter zou uitbeelden. De inspiratie daarvoor had hij opgedaan toen
hij aanwezig was bij de filmopnamen in de Zwitserse Alpen. Voor een scéne bij de muziek van 'Ticket To Ride',
waren de Beatles aan het dollen waren in de sneeuw. Helemaal in het zwart
gekleed, zwaaiden ze daarbij met hun armen in de lucht, tegen de achtergrond
van de wit besneeuwde hellingen. Ook lieten ze zich achterover vallen in de
sneeuw.
De foto werd getrokken in de Twickenham Film Studio nabij London, waar de Beatles de
laatste filmscènes draaiden. In de studio werd een speciaal geconstrueerd
platform opgericht, met een wit geschilderde achtergrond. De vier jonge mannen
droegen zwarte hoeden, jassen en capes uit de voorraden van de filmstudio.
"Maar wanneer ze hun armen in de
juiste houdingen hadden, kwam dat niet goed over," herinnert Freeman
zich. "Daarom improviseerden we wat
en zochten naar houdingen die er goed uitzagen."
Op een half uurtje was alles achter
de rug.
Om een mooie compositie te krijgen,
draaide Freeman achteraf enkele beelden ook nog eens om. Dat is duidelijk merkbaar aan een paar
details: de jassen van John, George en Ringo zijn bijvoorbeeld allemaal
verkeerd dichtgeknoopt.

John, George en Ringo terug omgedraaid.
In Nederland werd een andere versie
van de hoes van Help! gedrukt, met het logo van Shell als achtergrond. Het merendeel van deze variante
werden in Nederland gedrukt, maar een aantal werden in Zweden geperst. De plaat
was bedoeld voor personeelsleden van de olieproducent en was nooit commercieel
verkrijgbaar.

De befaamde Nederlands-Zweedse Help! hoes.
In de loop der jaren ontstond er wat
discussie of de houdingen van de Beatles nu al dan niet een betekenis hadden.
Dat werd nog wat onduidelijker omdat, in de Verenigde Staten, de foto’s in een
andere volgorde werden geschikt – van George-John-Paul-Ringo
naar George-Ringo-John-Paul (omdat Paul dan naar het Capitol logo wees?). Bovendien werd de afbeelding van
George daarbij ook nog eens terug gespiegeld.
Maar hoe je het ook draait of keert:
het blijft onzin. Het was dan ook niet echt bedoeld om iets uit te drukken, het
was gewoon iets wat er goed uitzag.

De Amerikaanse versie van
Help!
Om de titels van de liedjes op de
hoes te krijgen, werden de foto’s van de Beatles ook nog eens verkleind voor de
Amerikaanse hoes van Help!.
Op de achterhoes,staat deze keer geen
begeleidende tekst afgedrukt. In plaats daarvan staan er, net als bij de vorige
film, A Hard Day’s Night,
weer portretten van de vier Beatles. Ook deze foto's werden getrokken door
Robert Freeman.

De achterzijde van de Britse Help! - Robert Freeman

Rubber Soul - Robert Freeman
Voor de hoes van Rubber Soul zocht de fotograaf Robert Freeman
naar een foto vanuit een ander perspectief en met een nieuwe kleur tonaliteit.
Zijn voorkeur ging uit naar een combinatie van bruin, zwart en groen,
om een monochroom effect te krijgen. Daarom liet hij
de vier suède jassen dragen en plaatse hen voor
een rododendronstruik.
Freeman meent zich te herinneren dat de foto werd getrokken
in de tuin van Kenwood, Lennons
huis in Weybridge. Mark Lewisohn
en Piet Schreuder beweren echter dat het
gebeurde in een bos in Old Lane, Hatchford End bij Cobham.
Mogelijk was het huis van Lennon de plaats waar ze
hadden afgesproken om van daar uit naar de locatie te vertrekken.
Enkele dagen na de fotosessie kwamen de Beatles samen in
het appartement van een vriend om de meest geschikte foto uit te kiezen. Robert
Freeman projecteerde de dia's op een witte karton, met de afmetingen van
een LP-hoes. Plots begon de karton zachtjes weg te
glijden. Daardoor werd de projectie vervormd en de gezichten lang gerekt.
Ze vonden het resultaat mooi en vroegen Robert of hij het zo kon
afdrukken. En dat lukte.
Freeman zelf is niet tevreden over het resultaat. Hij vind dat
het budget dat EMI hem ter beschikking had gesteld te beperkt was. In een
van zijn fotoboeken drukte hij later de foto af in sepiatinten (kijk
ook op bladzijde 196 van The Beatles Anthology
boek). Dat was het resultaat waarnaar hij streefde: een afspiegeling van
de veranderingen in het leven van de vier jonge mannen..

de sepiaversie in een boek van Robert Freeman
De titel is een woordspeling op "Plastic Soul".
Dat was een uitdrukking waarmee zwarte muzikanten smalend de muziek
van The Rolling Stones omschreven. Op Anthology 2 kun je horen hoe Paul uitroept
"Plastic soul, man, plastic soul", na take
1 van ‘I'm Down’.
De vier gezichten op de hoes zijn herkenbaar genoeg, zodat er
geen groepsnaam nodig was.
Voor de achterhoes werden acht rechthoekige zwart-wit
foto's van Robert Freeman gekozen. Twee portretten van elke Beatle
afzonderlijk.

Achterhoes van Rubber Soul - foto's Robert Freeman

Bij de ontwerper van de vorige
hoezen, fotograaf Robert Freeman, werd ook nu weer naar voor ideeën gepolst.
Hij kwam met een montage voor van de gezichten van de
vier Beatles, die op de plaat zelf zou worden afgedrukt. De plaat zou dan
in een doorzichtige hoes worden gestopt. Wanneer de plaat werd afgespeeld
zouden de vier gezichten dan samenvloeien tot één enkele
afbeelding. Maar het resultaat was niet zo goed als het idee.
De montage is afgedrukt in het boek The Beatles Anthology.
Omdat Freeman zijn eerste
film ging draaien, in 1966, was het zijn laatste opdracht voor de
Beatles. Er was dus geen sprake van een ruzie.

Klaus Voormann,
een vriend van vroeger, uit de Hamburgse tijd
van de groep, was recent naar Londen verhuisd om er een muziekcarrière uit
te bouwen. Aan hem werd gevraagd om de hoes te ontwerpen.
Om alvast een beeld te krijgen lieten
ze hem enkele van de pas afgewerkte tracks horen. "Je kunt je
voorstellen hoe ik me voelde toen ik een paar van die nummers had
gehoord," vertelt Klaus in een interview voor
het Britse muziektijdschrift Mojo. "Er
werden nieuwe wegen ingeslagen en ik moest met iets komen dat even radicaal
vernieuwend was. Of de koper ten minste een beeld geven van wat hem te wachten
stond.
[Hun manager] Brian
Epstein had schrik dat de fans zich van hen zouden
afkeren en uitroepen 'Wat is er met onze Beatles gebeurd? Ik wil ze terug zoals
vroeger.'"
"Ik wou daarom iets totaal
anders maken," vertelde hij aan Martin O'Gorman
in 2006. "Ik maakte wat schetsen in viltstift, op een groot blad
in A2 formaat, met verschillende tekeningen van de koppen."

"Van de presentatie maakte
ik geen grootste show. Ik vouwde het blad gewoon op, stak het in mijn
zak en ging naar hen toe. Dat was genoeg!"
Zijn ontwerp was een lijntekening van
de hoofden van de vier Beatles. "Ik tekende hen uit
mijn geheugen," legde hij uit in Mojo.
"Het gezicht van George was het moeilijkste. John, Paul en Ringo
waren gemakkelijk, maar George was altijd een probleem. Ik kreeg het
maar niet goed. Dus pakte ik een krant met een foto van hem en knipte de
ogen en de mond uit."
Volgens Johns
vriend, Pete Shotton, werd de foto's uitgezocht bij Lennon thuis, in Kenwood:
"John, Paul en ik zelf waren een hele avond in de weer met bladeren door
stapels kranten en tijdschriften om foto's te zoeken van de Beatles. Die
knipten we dan uit en plakten ze op. De resultaten van ons werk werden
later gevoegd tussen de tekeningen van Klaus
Voormann."
"De foto van Ringo met het
gestreepte hemd kwamen uit een tijdschrift," vertelt Voormann, "Op de foto had een meisje een
poster tegen de muur. Vandaar die rare hoek. Ik zocht speciaal naar foto's waarop
John gezichten trok of Paul aan het lachen was. Gewoon foto's die hen van hun
vriendelijke kant tonen. Er was een afbeelding bij waarop Paul op
het toilet zit. Ik denk dat die in Hamburg werd getrokken."
Klaus herinnert zich de voorstelling van het
afgewerkt geheel. "Ik trok naar het EMI kantoor, naar het
bureel van George Martin en ik zette het karton daar op een lage
kast. Brian Epstein
was er bij, George Martin, zijn secretaresse en de vier gasten. Ik had er
schrik voor, want niemand zei een woord. Ze keken alleen maar. Ik dacht,
verdomme, ze vinden het maar niks.
Paul kwam naar voren, om iets te
onderzoeken. Toen zei hij: "He, dan ben ik, op de pot!" George
Martin keek er naar en riep: "Dat kun je niet tonen!" Paul
weer: "Maar nee, dat is fantastisch!" Maar toen dacht hij er
even over na en zei dan toch: "Misschien moeten we die er toch maar
afhalen."
Dat brak het ijs.
Toen begonnen ze allemaal door elkaar
te praten. Iedereen vond het goed, George vond het goed, John vond het goed,
Ringo vond het goed. Ik keek naar Brian, die in
een hoekje stond... met tranen in zijn ogen. Ik dacht: "Oh, nee… wat
is die bezig?" Hij kwam naar me toe en zei: "Klaus,
dit is precies wat we nodig hebben. Ik had er schrik voor dat het niet goed zou
komen, maar ik weet dat dit de perfecte hoes is. Bedankt!""
Klaus heeft zichzelf ook op de hoes
getekend: een klein figuurtje, aan de rechterzijde, tussen de hoofden
van John en George.
In The Beatles Anthology
vertelt Paul: "We vonden het geweldig dat er kleine dingetjes uit de oren
kwamen en hoe hij die kleine collage had gemaakt tussen die grotere tekeningen.
Hij kende ons ook goed genoeg om ons echt te vatten in die tekeningen. We waren
geflatteerd."
De titel van de plaat stond nog niet
vast. Die werd pas beslist op 2 juli 1966, terwijl de Beatles op
tournee waren, in Tokio. Lange tijd werd Abracadabra
overwogen, maar die titel bleek iemand anders al te hebben gebruikt. Andere kandidaten waren: Magic Circles en Beatles On Safari, Bubble
And Squeak en Free Wheelin' Beatles.
Uiteindelijk was iedereen het eens
over Revolver. De titel is een referentie naar de
beweging (to revolve) van de plaat op de
draaitafel en heeft niets te maken met een wapen.
Voor de achterhoes, werd een
zwart-wit foto van Robert Whitaker gekozen, waarop de
bekende gezichten verborgen zijn achter zonnebrillen. De foto werd getrokken
tijdens het draaien van de promo filmpjes voor 'Paperback Writer'
en 'Rain'.

Op 11 maart 1967, tijdens de
negende uitreiking van de jaarlijkse Grammy
onderscheidingen, werd Revolver verkozen tot "Beste LP hoes
van 1966".

A Collection of Beatles Oldies - David Christian
Tegen het najaar van 1966
liet George Martin aan de platenmaatschappij E.M.I. weten
dat de Beatles geen plaat zouden klaar hebben voor de Kerstperiode.
Dat bood de platenmaatschappij de mogelijkheid om voor het eerst
een "greatest hits" compilatie van de
groep uit te brengen.
Doordat in die tijd in Engeland
singles zelden op een langspeelplaat werden gezet, stonden er acht
nummers op de verzamelaar die nog niet eerder op LP waren
verschenen. Bovendien was één nummer, 'Bad Boy' nog niet
eerder uitgebracht in het Verenigd Koninkrijk, wat de plaat nog
aantrekkelijker maakte voor de verzamelaars.
De tekening op de voorzijde van de
hoes was van David Christian, in een typische jaren zestig stijl.

De foto op de achterzijde van de hoes - Robert
Whitaker
Voor de achterzijde werd gekozen voor
een kleurenfoto van Robert Whittaker (sic).
Die foto werd getrokken op 30
juni 1966, terwijl de groep op tournee was in Japan. Opgesloten in hun
suite begonnen ze, voor hun eerste optreden in de Nippon Budokan Hall, aan een
schilderij met olie en waterverf op een groot vel papier.
Na afloop van het concert werkten ze
verder aan hun kunstwerkje. Ondertussen luisterden ze naar de lakplaten
van Revolver en rookten wat sterks. De meegereisde fotograaf Bob Whitaker was getuige van het tafereel.
Een andere foto van de
schilderende Beatles is te zien in het boek The Beatles Anthology.

The Beatles aan het schilderen in Japan - Robert
Whitaker
In het midden van de tafel stond een
lamp, waarrond gewerkt werd. Toen alles klaar was werd de lamp weggenomen en
signeerden de vier de tekening, zodat die kon worden verkocht voor een goed
doel.

Het complete en gesigneerde schilderwerk

Sgt. Pepper - Peter Blake/Michael Cooper
"We begonnen het moe te worden
om altijd The Beatles te zijn… Het werd allemaal wat voorspelbaar. Ik
stelde daarom voor: 'Waarom doen we niet alsof we aan andere band zijn?
Met een andere naam en een andere identiteit, andere persoonlijkheden...Denk
u eens in, dan kunnen we een plaat maken alsof we die andere band zijn."
Zo verwoorde Paul McCartney, in 1989, het idee achter
de schijf die het concept langspeelplaat voorgoed op de kaart zette.
John Dunbar, een vriend van de
Beatles (en de man van Marianne Faithfull), stelde
voor om voor de hoes van hun volgende plaat gewoon iets abstracts te
kiezen, zonder enige uitleg.
Paul vond dat wel erg radicaal.
Hij maakte dan zelf wat schetsen. Het uitgangspunt was een oude foto van
de jazzband van zijn vader, Jim McCartney. Op
die eerste schetsen stonden de Beatles voor een muur vol portretten van hun
helden. Zelf dragen ze lange militaire jassen en hebben allemaal een
snor. In hun handen hebben ze koperen blaasinstrumenten.
"Ik stelde me voor dat we waren uitgenodigd bij de burgemeester of
zo," legde Paul uit, "met een aantal prominenten en vrienden van ons
er om heen. En we stonden allemaal voor zo een bloemenuurwerk en we waren
gekleed zoals de leden van een fanfare."
Paul toonde de tekeningen aan een vriend, de galeriehouder, Robert Fraser. Fraser stelde voor om een
echte kunstenaar te vragen. Peter Blake bijvoorbeeld. Die had in 1963
de groep al eens uitgebeeld en begon naam te maken binnen de Pop Art
beweging.
Fraser en McCartney gingen Blake
opzoeken in zijn huis in West Londen om te zien of hij interesse had. Paul
toonde hem zijn schetsen. "Ik kwam met het voorstel om er een levensgrote
collage van te maken," herinnert Blake zich. "We bedachten
dat we hiermee om het even wie in het publiek konden plaatsen. Dat gaf ons
hele nieuwe mogelijkheden."
Het idee om hun eigen publiek samen te stellen werd enthousiast ontvangen en
elke Beatle stelde een lijst op met
hun "favoriete personen".
Peter Blake legt uit: "Ik vroeg hen een lijst te maken met mensen die ze
het liefst in het publiek zouden zien bij dit ingebeelde concert. Johns lijst was het interessants. Hij had Jezus en Ghandi er bij en - cynisch genoeg - ook Hitler.
De lijst van George waren allemaal guru's.
Ringo zei,'Wat de anderen willen is
goed voor mij'. Het kon hem niet schelen.
Robert Fraser
en ikzelf schreven ook wat namen op."
"Ik heb geen idee waar sommige
van die namen vandaan komen," beweerde George Harrison, "Ik
geloof dat Peter Blake een paar van die rare kwasten er bij heeft gezet …
Ik wou enkel mensen die ik bewonderde. Ik heb er niemand op gezet die ik
niet kon uitstaan. In tegenstelling tot wat anderen hebben gedaan."
Michael Cooper
was een uitstekende fotograaf en bovendien een zakenpartner
van Robert Fraser. Dus kreeg hij de opdracht
voor de sessie. De opstelling vond plaats in zijn studio.
Peter Blake en diens vrouw Jann Haworth werkten twee weken
aan de collage, in zijn studio. Een ontwerper, Gene Mahon, die was ingehuurd als coördinator van
het project, selecteerde de meer dan zestig foto's, die hij bij
elkaar zocht in bibliotheken en tijdschriften. Hij overzag ook het
vergroten en uitknippen. Vervolgens werden de zwart-wit foto's manueel
ingekleurd en op kartonnen platen gekleefd.
Peter en Jann
bevestigden de bovenste rij tegen de muur. De volgende rij kwam daar 15 cm voor
en zo verder om diepte in het geheel te krijgen.
Er werden wat wassen beelden gehuurd
bij Madame Tussaud en het standbeeld van de
bokser Sonny Liston is een kunstwerk van Jann
Haworth. Een palmboom en wat favoriete
spulletjes dienden als invulling van het decor. John sleepte zijn draagbare TV-set aan, terwijl de biograaf Hunter Davis een
beeldje meebracht dat bij Paul thuis op de schoorsteenmantel stond.
Peter Blake vertelt: "De jongen
die het bloemstuk op de voorgrond maakte, vroeg of hij een gitaar mocht
maken met de hyacinten en het meisje met op haar trui 'Welcome
the Rolling Stones, Good Guys' was een pop van Shirley
Temple. De trui kwam van Adam, de jonge zoon van
Michael Cooper."
Het vel in de grote trom werd geschilderd door een echte kermisschilder, Joe Ephgrave. Hij maakte
eigenlijk twee versies. Het vel dat werd gekozen maakt nu deel uit van de
iconografie van The Beatles en is waarschijnlijk (op dat van The Beatles,
met de lange T na) het meest bekende drumvel te wereld.
De militair aandoende uniformen die
de Beatles dragen werden speciaal voor hen gemaakt door Burman, een kleermaker gespecialiseerd in kostuums voor
films en theater. "Ze lieten ons foto's zien van de mogelijkheden,"
herinnert Paul zich, "Wilden we Edwardiaanse kostuums of
kostuums uit de Krimoorlog? We kozen de
meest excentrieke dingen van de verschillende types en combineerden die. …
We kozen psychedelische kleuren, in de aard van de fluorescerende sokken uit
de jaren vijftig."
Sir Joseph Lockwood,
de directeur van de platenmaatschappij EMI, had schrik dat de beeltenis
van Mahatma Gandhi
niet goed zou vallen bij de Indische regering. Die werd daarom op het laatste
moment verwijderd. Hetzelfde gold voor Hitler.
"Dit was pas een paar maanden na de ophef die ze hadden meegemaakt tijdens
de Amerikaanse tournee over zijn uitspraak dat "de Beatles groter
waren dan Jezus", verklaart Blake. "Dus die vielen er allemaal
af."
Sir Joe
realiseerde zich ook dat vele van de mensen die waren afgebeeld nog in leven
waren. Ze riskeerden rechtszaken wanneer ze geen toestemming hadden verleend om
te worden afgebeeld. Dus moest er van iedereen een geschreven toestemming
worden gevraagd. Brian Epstein,
die zo al vreesde voor complicaties, gaf zijn vroegere assistente Wendy Hanson, de opdracht iedereen aan te schrijven. "Uren
heb ik aan de telefoon gehangen met Amerika," vertelde Wendy, "Fred Astaire was alleraardigst; Shirley
Temple wou de plaat eerst horen; met Marlon Brando kwam ik goed
overeen, maar Mae West vroeg zich af hoe ze in godsnaam terecht kwam in
een 'eenzame hartenclub'."
De acteur Leo Gorcey
van de Bowery Boys was de enige die om een
vergoeding vroeg. Zijn gezicht werd daarom weggewerkt met wat extra blauwe
lucht.
The Beatles arriveerden in de studio
in de vroege avond van 30 maart 1967. "We dronken eerst
wat," vertelt Blake, "Zij gingen zich omkleden en dan deden we
de sessie. Alles bij elkaar duurde het drie uur, inclusief de foto's voor de
achter- en de binnenhoes."
Eigenlijk had een Nederlandse
groep, The Fool, een tekening gemaakt voor die
binnenhoes.
Barry Miles:
"Simon en Marijke schilderden een droomlandschap met gestileerde
bergtoppen en wonderlijke vogels. Iets in de aard van een Chinese prent, maar
dan eentje gemaakt onder invloed van LSD. In de lucht waren twee, met
regenbogen omgeven, ovale panelen uitgespaard voor teksten. Eentje
daarvan was gevuld met sterren en kometen. Dan was er ook nog een leeg
paneel met een pauw. Kleine figuurtjes van de Beatles piepten van tussen
de bloemen en planten. De stijl was Euro-psychedelisch,
schatplichtig aan Mucha, Beardsley,
art nouveau en 19de eeuwse kinderboek illustraties.
Jammer genoeg klopten de verhoudingen
niet, zodat, zelfs met een toegevoegde boord, het geheel amateuristisch
overkwam. The Beatles vonden het echter prachtig."

De oorspronkelijke binnenhoes van The
Fool
Maar Fraser
had een andere opinie. Hij vond dat het in de toekomst zou worden bekeken als
een typisch jaren zestigwerkje, beïnvloed door drugs.
Robert stelde een serie portretten voor.
Voor de gebruikte foto keken de
Beatles allemaal in de camera en trachtten een gevoel van liefde voor hun
fans uit te stralen. "Daarom kijken we zo" verklaart Paul
"Als je naar onze ogen kijkt, zie je de moeite die we deden om het met
onze ogen uit te drukken."

Ogen vol liefde op de binnenhoes - Michael
Cooper
John zag het anders: "Wanneer je
naar die foto kijkt, zie je twee mensen die zweven en twee die niet
zweven."
Gene Mahon,
die verantwoordelijk was voor de typografie, stelde voor om de teksten af te
drukken op de hoes. Dat was nooit eerder gedaan. De muziekuitgeverij van de
Beatles, Northern Songs, maakte onmiddellijk bezwaar,
omdat dat natuurlijk heel slecht zou zijn voor de verkoop van de bladmuziek.

De achterhoes van Sgt Pepper
- Michael Cooper
The Beatles wilden dat de plaat zou
worden geperst op gekleurd vinyl, maar EMI vertelde hen dat zoiets niet
mogelijk was.
In plaats daarvan werd, zij het enkel
bij de eerste Britse persing, de omslag van de LP versierd met een abstracte
tekening in rood, roze en wit - een ontwerp van Simon en Marijke. Op die manier
droegen ze toch nog iets bij aan de hoes.

de binnenhoes door The
Fool
The Beatles wilden ook nog een zakje
bij iedere plaat, met daarin een aantal kleine spulletjes: snoepjes, badges,
kleurpotloden en zo.
Maar EMI voorzag enorme problemen en
kosten. Dus maakte Blake een kartonnen blad met tekeningen om uit te knippen:
een snor, een prentkaart, strepen van een sergeant, twee badges en een prentje
op voet.

Het binnenvel met de spulletjes om uit te knippen - Peter Blake
Bij E.M.I. werd geschokt gerangeerd
op de kostprijs voor deze hoes. Het normale budget voor een hoes in de jaren
zestig was £25. Voor belangrijke groepen, zoals The Beatles mocht dat al
eens oplopen tot £75. Maar dit... de kosten voor copyright
en retouches liepen op tot £1,367.13s.3d. terwijl Robert Fraser aankwam met een kostennota van £1,500.12s.
Peter Blake: "Ik weet niet zeker
wat het allemaal samen heeft gekost. Je leest de gekste cijfers… Ikzelf
kreeg zo'n £200. Mensen zeggen me wel eens: 'Je moet er wel een pak mee
hebben verdiend!' Dat is niet zo, doordat Robert het copyright had
afgestaan. Maar dat maakt allemaal niet zoveel uit, omdat ik fier ben aan
zoiets moois te hebben meegewerkt."
Iedereen vond de hoes schitterend.
Toch had Brian
Epstein zo zijn twijfels. Hij had het zo al moeilijk
omdat de Beatles, nu ze niet meer op tournee gingen, steeds minder beroep op
hem deden. Daarenboven zag hij de vele verwijzingen naar drugs in Sgt. Pepper's Lonely
Hearts Club Band. Hij had schrik dat de foto's op de
hoes het image van nette jongens, dat hij zo zorgvuldig had opgebouwd, nog meer
schade zou gaan toebrengen. Hij had daarom graag gehad dat de hele plaat zou
worden verkocht in een bruine papieren zak.
Zijn angst bleek onterecht, want op 8
maart 1968, tijdens de tiende uitreiking van de Grammy onderscheidingen,
werd Sgt. Pepper’s
uitgeroepen tot "beste hoesontwerp van 1967". En ook
nog als "Plaat van het jaar", "Beste hedendaagse plaat" en
"best opgenomen plaat", maar dat is een ander verhaal.

de Britse dubbel-EP
Magical Mystery Tour - John Kelly
"De hoes van de Mystery Tour was
helemaal Pauls idee," weet Tony Barrow, toen perschef van The Beatles. "Na de plotse
dood van Brian
Epstein gebeurde van alles in zeven haasten. Paul was
vooral bezorgd dat de band uiteen zou vallen zonder iemand die de touwtjes in
handen hield. De Magical Mystery
Tour was een poging van Paul om de band een beetje leiding te geven."
De eerste vergadering over het project vond plaats bij Paul
thuis, begin september 1967 - amper enkele weken voor het begin van de opnamen.
De bedoeling was om de film in de Kerstperiode in de zalen te hebben en de
plaat in de winkels.
"Het was oktober voor we zelfs maar begonnen na te denken
over een verpakking," gaat Barrow verder.
"Er was geen ontwerper aangetrokken. Paul kwam met het voorstel om er een mini-dubbele plaat van te maken. Hij en ik werkten samen
aan de tekst.
Uiteindelijk haalden we er Bob Gibson bij. Hij
maakte de illustraties voor [het fanblad] Beatles Monthly.
We vroegen hem op een stripversie van de film te maken."
De foto's waren verzorgd door John Kelly.
In Engeland werden de zes nieuwe songs van de film gepresenteerd
als een dubbele EP. De EP, afkorting van extended play was erg populair begin jaren zestig, waarbij vier
songs op een singeltje werden samengebracht. Halverwege de jaren zestig was dit
formaat echter voorbijgestreefd. In dit geval bevatte elk schijfje drie songs.
De hoes bevatte bovendien "Een volledig in vierkleurendruk
uitgevoerd boekje van 32 bladzijden, vol exclusieve foto's, een stripversie van
het originele verhaal, plus de teksten van de songs in de show!"
De grote haast waarmee een en ander gebeurde is merkbaar aan het
feit dat het boekje slechts 28 bladzijden omvatte en dat enkele afbeeldingen
scènes voorstellen die niet in de uiteindelijke film voorkomen.
De oorspronkelijk kostprijs was 19s 6d (19 shilling en 6 dime - net iets minder dan £1).
De eerste persingen hadden een openklapbare hoes, met het
volledige boekje en een blauw tekstvel. De singles zaten in witte binnenhoesjes
die pasten in de hoes.

Magical Mystery
Tour: binnenzijde en boekje
In Amerika was het EP formaat al langer afgeschaft. Daarom besliste Capitol
om de songs aan te vullen met enkele recente singles en zo een volwaardige
langspeelplaat samen te stellen. Deze LP verscheen zelfs elf dagen voor de Britse
dubbel-EP, op 27 november 1967.

de hoes van de Amerikaanse LP Magical Mystery Tour
De hoes van de LP was een uitvergroting van het oorspronkelijke
hoesje. Toch waren er een paar aanpassingen: de titels van de extra songs
waren, onder foto toegevoegd - in hetzelfde lettertype. Het volledige boekje
was inbegrepen, compleet met het tekstvel.
De verpakking zag er mooi uit in groot formaat.
Dat zag ook EMI in, die de Amerikaanse LP, in 1976, ook in
Engeland op de markt brachten. En toen de cd in 1989 hun intrede deden, was dit
de enige Amerikaanse versie van een Beatles LP die officieel werd uitgebracht.



THE BEATLES (DE DUBBELE WITTE)

A Doll's
House
In juni 1968, terwijl de opnamen voor hun volgende plaat pas van
start waren gegaan, vroegen The Beatles aan een aantal kunstenaars om
voorstellen te bedenken voor de hoes.
In 1973 bood een verzamelaar uit Londen een psychedelische
tekening te koop aan waarvan hij beweerde dat het een van die afgekeurde
ontwerpen betrof. Het is bedoeld als een openklappende hoes, waarbij de titel
op de voorzijde zou komen en op de achterzijde een berg oprijzend uit de zee.
In het gebergte zijn de vier gezichten van de groepsleden herkenbaar, alsof ze
in de rotsen zijn uitgehouwen.

Een ander voorstel was een doorzichtige hoes. Wanneer de plaat
er uit werd gehaald zou dan een kleurfoto te voorschijn komen.
Sommige
bronnen menen dat een tekening van John Patrick Byrne
ook een van de afgekeurde ontwerpen is. Op de afbeelding worden de vier omringd
door teken dieren en vogels. Merk op dat Yoko
aanwezig is, in de vorm van een hanger rond de nek van John.

De tekening
werd in 1972 voor het eerst gepubliceerd in het boek The Beatles Illustrated Lyrics van Alan Aldrigde en in 1980 gebruikt voor de verzamelaar The
Beatles Ballads.
John kwam met het voorstel om de plaat A Doll's
House te noemen, naar het boek van de Noorse schrijver Henrik Ibsen. Maar die mogelijkheid kwam te vervallen toen,
halverwege de volgende maand, Music In A Doll's
House op de markt kwam. Dat was het debuut van Roger Chapman
met zijn groep Family.
Tegen het einde van de zomer werd het duidelijk dat er genoeg
materiaal was opgenomen om twee platen uit te brengen. Een dubbel-LP
was erg ongewoon in die tijd voor niet-klassieke muziek. Er waren er slechts
twee uitgebracht tot dan toe: Freak Out van Frank Zappa
en Blonde On Blonde van Bob Dylan.
Een nieuw concept
Er werd overeen gekomen dat de hoes van de volgende plaat heel
anders moest zijn dan de caleidoscopische hoezen van de twee voorgaande Beatlesplaten, Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en Magical
Mystery Tour.
Paul McCartney polste Robert Fraser, een bevriende galeriehouder of die geen geschikte
kunstenaar wist die een hoes zou kunnen ontwerpen. Hij kwam met Richard
Hamilton (45), een van de pioniers van de Pop Art. Paul kende zijn werk
en een afspraak werd geregeld in het hoofdkantoor van Apple. In Blinds And Shutters, een boek van de fotograaf Michael Cooper, vertelt Richard over de ontmoeting met Paul:
"Omdat Sergeant Pepper zo overdreven was, legde
ik uit, zou ik iets geneigd zijn iets heel subtiels te doen, bijna een beperkte
oplage. Omdat hij niet afkeuring reageerde ging ik nog een stapje verder. Ik
stelde een totaal witte hoes voor. Of als dat te wit en te proper zou zijn,
konden we misschien iets er op schilderen in de aard van een bruine ring, alsof
er een kopje koffie op had gestaan."
Als verwijzing naar het pas opgerichte Apple label, stelde hij
voor om een appel tegen een wit papier te smijten om een vlek te creëren:
"een zeer subtiele licht groene vlek, met misschien wat pulp." Omdat
zoiets te moeilijk werd om te realiseren kwam het idee te vervallen.
Genummerde exemplaren
In een interview voor het Nederlandse tijdschrift Beatles
Unlimited (BU 98-99) beweert fotograaf John Kelly echter dat het allemaal zijn
idee was. "Ik deed toen veel modefotografie en zo en ik was veel bezig met
wit - verschillende tinten wit. Ik had een totaal witte Kerstkaart ontworpen.
Ik drukte er matte witte letters op, zodat het alleen leesbaar werd als je het
onder een bepaalde hoek hield..... Wit was het dus helemaal voor mij. John Lennon was toen ook in zijn witte periode. Hij droeg alleen
nog wit in die tijd. Ik kwam met het idee voor die hoes, compleet met de
nummering en alles. En The Beatles vonden het goed."
Paul blijft er echter bij dat het Richard Hamilton was die
voorstelde om elke hoes afzonderlijk te nummeren. "Ik stelde een
individuele nummering voor," bevestigt Hamilton, "om zo de ironische
situatie te creëren waarbij er een genummerde uitgave zou zijn op zoiets als
een vijf miljoen exemplaren."
EMI reageerde niet zo enthousiast als the Beatles op het idee,
maar Paul wist hen te overtuigen: "Platen moeten toch door het en of
andere machine om te worden verpakt. Kun je er dan geen dingetje
bijzetten aan het einde van de band, waardoor er een nummer op geslagen
wordt?"
Dus kreeg elke plaat een uniek serienummer. De nummers 000001
tot 000020 werden voorbehouden voor the Beatles zelf en hun vrienden. "We
kregen de eerste vier," herinnert Paul zich. "Ik heb geen idee waar
die van mij is. Die is al lang kwijt geraakt. Ooit zal die wel weer opduiken
bij Sothebys, denk ik. John kreeg 000001 want hij had
de grootste mond. Hij riep 'Nummer 1, deze kant!" Hij kende de kneepjes
van het vak, hoe je zoiets moet aanpakken!"
George Martin kreeg nummer 000007 en Derek Taylor 000009.
Iedere fabriek nummerde afzonderlijk, waardoor er een stuk of twaalf kopieën
zijn met het nummer 000001.
Er zijn fans die zeer geïnteresseerd zijn in die lage nummers. Hoe lager, hoe
duurder natuurlijk. Nummer 0050000 gaat tegenwoordig van de hand voor € 600,
terwijl een 0000010 € 7 500 opbrengt.
En hoe gaat we het
noemen?
Ondertussen hadden ze nog geen titel voor de plaat. Richard
Hamilton stelde voor gewoonweg 'The Beatles' nemen. Omdat Sgt.
Pepper’s genoemd was naar een fictieve band en de
vier zelden samen speelden als een groep voor deze plaat, leek het hen een
goede grap om de plaat opnieuw naar een fictieve band te noemen: The Beatles
dus.
Maar alle
problemen waren nog niet van de baan. De titel moest worden in reliëf worden
aangebracht op de hoes. John Kelly: "De drukker maakte problemen. Hij
beweerde dat waar er normaal honderd platen in een pak zaten – standaard
verpakking – er nu maar 98 in konden, maximaal 99. Dus was er weer heel wat
druk om dat plan te laten varen... Uiteindelijk ging het allemaal door, maar
het was een heel gedoe."
Mag het iets meer zijn?
Na een tijdje had Richard Hamilton zijn bedenkingen: "...
ik begon me schuldig te voelen omdat ik hun dubbel-LP
in een gewone witte hoes wou stoppen. Zelfs de belettering is onopvallend,
bijna onzichtbaar. Ik stelde voor om wat extra te geven: een grote poster. Iets
dat er bij zat. Iets om het toch iets meer te geven dan een doorsnee
hoes."
Twee weken lang reed Paul, die oktobermaand in 1968, bijna
dagelijks naar het huis van Hamilton in Highgate, om
er te werken aan een collage. Paul: "Het was erg spannend voor mij, omdat
ik interesse heb in kunst. En nu kreeg ik de gelegenheid om hem te
assisteren... foto’s verzamelen en nieuwe afdrukken maken. En de tweede week
mocht ik toekijken terwijl hij de collage maakte. Het is heerlijk om toe te
kijken terwijl iemand aan het schilderen is. Het mooiste was dat hij
uiteindelijk de collage helemaal volstopte met prenten en foto’s en dan overal
witte stukjes papier er over plakte. Zo kreeg je wat ruimtegevoel... Hij legde
me uit dat het zo kon ademen."
De meeste recente foto’s waren getrokken door John Kelly, maar
er waren er ook een paar bij van Paul’s nieuwe
vriendin, Linda Eastman.

Op de achterzijde van de poster, werden de teksten afgedrukt.
Net als bij de hoes van Sgt. Pepper's
Lonely Hearts Club Band was
dat een opdracht voor graficus/schilder Gordon House. Hij kwam ook met het
voorstel om vier portretten te maken, voor op de binnenzijde van de hoes.
Fotograaf John Kelly beweert opnieuw dat het allemaal zijn idee
was. "Ik zei: 'Als je een witte hoes hebt, dan moet je wat foto's van
jezelf aan de binnenkant plaatsen. Geen groepsfoto, maar individuele
portretten. Simpel en eenvoudig - iets voor de fans.
Ze gingen akkoord en ik trok de foto's in het kantoor van Apple. Een eenvoudige
mooie foto, geen speciale belichting of zo. Drie portretten werden daar getrokken.
Paul was moeilijker. Die kon niet beslissen of hij geschoren of ongeschoren zou
poseren. We hadden er discussies over en probeerden met en zonder stoppels. De
uiteindelijke foto werd gemaakt in [zijn huis in] Cavendish
Avenue."
Grote, mooi verzorgde kleurafdrukken van de foto's werden ook
nog eens afzonderlijk in de hoes gestopt.

Het Apple logo
Op de plaat zelf kwam, voor het eerst, het Apple logo. Apple was
de pas opgerichte platenmaatschappij van The Beatles.
Waar het Apple logo vandaan komt, vertelde Paul McCartney in 1993 aan de Vlaamse journalist Johan Ral.
"Daar zit een mooi verhaal aan vast. Ik had een vriend, Robert Fraser, die een gallerij had in
Londen. Ik had hem verteld dat ik veel hield van [de Belgische surrealistische
schilder René] Magritte. We waren Magritte
aan het ontdekken in die tijd, door tijdschriften en zo. We hielden van zijn
gevoel voor humor. Toen we hoorden dat hij een gewone kerel was die schilderde
van 9 tot 1, met zijn bolhoed op, werd het nog meer intrigerend.
Robert keek altijd uit naar schilderijen voor mij, want hij kende mijn smaak.
Het was zo goedkoop toen. Ongelofelijk lijkt dat nu... Op een dag bracht hij
dat schilderij naar mij thuis. Het was een mooie zomerdag en we zaten in de
tuin. Hij wou ons niet storen en dus zette hij dat schilderij van Magritte op de tafel. Het was een appel, met daarop
geschreven "Au revoir". Ik vond het
fantastisch. Hij wist dat ik het goed zou vinden en dat ik het zou willen en
dat ik hem later wel zou betalen... Het was echt: wow! Wat een fantastisch
concept. Ik heb het schilderij nog altijd.
Die grote groene appel werd de inspiratie voor ons logo. Voor de achterzijde
besloten we hem gewoon door te snijden."

Het schilderij heet eigenlijk ‘Le jeu
de mourre’ (Het spel van Mora)
en dateert uit 1966.
De titel kwam van Magrittes vriend, de Belgische
dichter Louis Scutenaire, en is waarschijnlijk een
woordspeling op ‘Les jeunes amours’
(De jonge geliefden), de titel van een werk van Magritte
waarop drie appels staan. Het spel van Mora is
"een spelletje waarbij één van de spellers snel enkele vingers van één
hand omhoog steekt, terwijl de ander een getal roept. Hij wint wanneer beiden
hetzelfde getal geven."

Verschil moet er zijn!
De originele Britse persingen hadden de opening van boven. Daar
werden de platen ook zowel in mono als in stereo verkocht, waarbij er
aanzienlijke verschillen in de mix zaten.
In Amerika werd gekozen voor de standaard openingen opzij en werd enkel de
stereoversie verkocht.
Een ander verschil is dat de vier foto’s in de Amerikaanse versie iets kleiner
waren dan in de Britse versie. Bij de allereerste exemplaren zat er bovendien
een doorschijnend blaadje tussen de foto’s om ze te beschermen tegen krassen.
Ook zaten de platen zelf in een volledig zwarte binnenhoes.

de onuitgebrachte Get Back hoes - Angus McBean
In het kader van de "terug naar de bron" filosofie van
de sessies in januari 1969, paste het idee perfect om de hoes van Get Back precies zo uit te voeren als die van hun
debuutplaat er had uitgezien. Een vergelijking tussen de foto's op Please Please Me en Get Back zou dan weergeven hoezeer de vier mannen in die
zes jaar waren veranderd.
De fotograaf Angus McBean
werd terug gecontacteerd. Hij kreeg de opdracht een exacte kopie te maken van
die ondertussen beroemd geworden foto van hun eerste LP-hoes.
McBean herinnert het zich
nog goed: "[In 1963] vroeg ik aan
John Lennon hoe lang hij verwachtte dat de groep het
zou volhouden. Hij zei: "Oh, een jaar of zes, denk ik – heb je ooit
gehoord van een kale Beatle?". Wel, het was
precies zes jaar later dat ze me vroegen om de shot over te doen, met the
Beatles zoals ze er nu uitzagen - en haar hadden ze nog genoeg.
Toen ik [in het EMI kantoor] een kijkje ging nemen zag ik meteen
een probleem: er was een nieuwe inkom gebouwd en het was onmogelijk om op
dezelfde plaats te gaan staan. EMI stelde voor dat ik binnen een week zou terug
keren. Ondertussen werd de inkompartij afgebroken."
De eigenlijke fotosessie vond plaats op 13 mei 1969 om zes uur
's avonds.
McBean vertelt verder:
"Toen we het opnieuw probeerden kwam Ringo Starr pas zo laat aan dat het
personeel van EMI allemaal via de trap naar beneden kwam gestroomd.
Ik stelde mijn camera alvast op. John was gefascineerd door fotografie. Hij
kwam naast mij op de grond liggen om door de lens te kijken. Ik hoor nog de
kreten van de meisjes van EMI toen ze zich zagen over wie ze moesten stappen om
de deur uit te kunnen!"
The Beatles deden hun uiterste best om precies dezelfde
houdingen aan te nemen als op de oorspronkelijke foto uit 1963.
Tussendoor vonden John en George het zelfs nodig om ander
kostuums aan te trekken.

Eind mei 1969 werd een eerste versie van Get
Back samengesteld. Er werden al kopies klaargemaakt
voor promotie, compleet met het ontwerp van de hoes. Bedoeling was om de plaat
in juli 1969 uit te brengen onder de titel "GET BACK with
Don't Let Me Down and 9 other
songs".
Maar in juli 1969 werd het project verschoven naar september
1969, zodat de plaat gelijktijdig zou verschijnen met de geplande film en de TV
special over het totstandkomen van de plaat.
Er kwam echter nog meer uitstel, omdat The Beatles ondertussen
Abbey Road hadden opgenomen. Zij stonden er op dat
die plaat eerst werd uitgebracht, vooral omdat ze zelf inmiddels alle interesse
in het Get Back gedoe hadden verloren.
Tegen het einde van het jaar raakte de film dan toch af. Daarbij
zaten er echter enkele scènes in de film waarbij songs te horen waren die niet
op de afgewerkte plaat stonden. Dus moest er een aangepaste versie komen. Op 5
januari 1970 stelde Glyn Johns
die nieuwe versie van Get Back samen. De hoes bleef
zo goed als ongewijzigd: enkel de titel was veranderd, omdat 'Let It Be' naar voor werd geschoven als de volgende single.

Uiteindelijk bleef de hoes ongebruikt. John Lennon
en Allen Klein haalden Phil Spector er bij om het
iets bruikbaars van de banden te maken. Get Back werd
Let It Be en kreeg uiteindelijk een andere hoes, ook
al omdat de vier mannen er ondertussen helemaal anders uitzagen.
De fotoshoot van McBean
bleek echter toch nog nuttig. In 1973 werden foto's van zowel zijn eerste
sessie in 1963 als de tweede van zes jaar later gebruikt om de voor- en
achterzijde van de compilaties
The Beatles 1963-1966 en The Beatles 1967-1970 te illustreren.

De blauwe verzamelaar

een leuke montage van
beide fotosessies samen

Abbey Road - foto: Iain MacMillan
Oorspronkelijk dachten The Beatles er over om de plaat Everest te noemen, naar het merk van sigaretten dat
geluidstechnicus Geoff Emerick
steeds rookte. Haast vanzelfsprekend kwam dan het voorstel op de proppen om de
foto voor de hoes te gaan maken met de gelijknamige berg als achtergrond. Maar
geen enkel van de vier hoofdrolspelers zag het zitten om naar helemaal naar het
Himalaya gebergte te trekken alleen maar voor een hoesfoto.
Wanneer hen werd gevraagd hoe ver ze dan wel wilden gaan kwam
het antwoord: "Waarom doen we het niet gewoon hier op straat?"
Paul schoot onmiddellijk in actie en kwam met een ruwe schets
van hoe het er moest uitzien. Hij vond de perfecte locatie: het zebrapad op de
hoek van Abbey Road, vlak bij de opnamestudio van EMI
in noord Londen.

Het zebrapad in Abbey Road, met op de achtergrond de EMI studio

de tekening van Paul
Een vriend van John en Yoko, de
freelance fotograaf Iain MacMillan, werd gevraagd om de foto te maken
Op vrijdag 8 augustus 1969, om 11:35 in de voormiddag hield een
politieagent het verkeer in Abbey Road tegen. Iain beklom dan een kleine ladder in het midden van de
straat en The Beatles liepen een paar keer over het zebrapad heen en weer. Iain trok zes foto's en klaar was Kees. Dankzij het
degelijke speurwerk van Mark Lewisohn weten we nu dat
Macmillan een Hasselblad
camera gebruikte, met een breedhoeklens van 50 mm en
een sluitertijd van f22, bij 1/500 sec.
De vijfde foto werd als beste geselecteerd. Niet liepen de vier
daarop netjes in de pas, maar bovendien liepen ze ook weg van de studio. Daar
schenen ze nogal belangrijk te vinden op dat moment.
Linda Eastman had haar man, Paul McCartney
vergezeld naar de fotoshoot. Zij trok wat extra
plaatjes van the Beatles, terwijl die aan het wachten waren voor de sessie.

John en Paul aan het
wachten,
foto: Linda Eastman

Het meest
gefotografeerde zebrapad ter wereld, zoals het er tegenwoordig uit ziet.

het Abbey Road straatnaambord - foto: Iain MacMillan
Bij de opsomming van de songs op de achterhoes, maakten the
Beatles opzettelijk geen melding van 'Her Majesty',
om zo de verrassing niet te bederven. Jammer genoeg werd dit
"gecorrigeerd" voor sommige Amerikaanse persingen. Dit is echter het
enige verschil met de originele hoes.
Enkele maanden later werd elk detail van deze en de vorige
hoezen van The Beatles grondig bestudeerd, op zoek naar hints over de vermeende
dood van Paul McCartney. "Ik kreeg brieven en
kaartjes van over de hele wereld," weet George Martin. "Ze wezen me
er op dat het duidelijk was dat Paul dood moest zijn. Ze zeiden dat ze alle
aanwijzingen hadden gevonden. Uiteindelijk begon ik het haast zelf te geloven."
Ook Peter Blake liep er bijna in: "We gingen op bezoek bij
Paul. We hadden het over de geruchten en hij zei: 'Weet je, eigenlijk ben ik
niet Paul McCartney. Je hebt de echte Paul ontmoet
toen je werkte aan [de hoes van] Sgt. Pepper. Hij had geen litteken aan zijn mond. Kijk maar: ik
wel. Ik ben een vervanger.' En heel
even, twijfelde ik. Toen vertelde hij me dat hij met de fiets gevallen
was.…"
Als gevolg van de populariteit van de plaat werden de EMI Studios later omgedoopt in "Abbey Road
Studios".
De hoes werd talrijke malen geparodieerd, zelfs door McCartney zelf, voor zijn Paul Is Live cd, in 1993.

Paul Is Live - Iain MacMillan

Let It Be - Ethan Russell/John Kosh
Toen het materiaal van de sessies uit januari 1969 eindelijk
werd uitgebracht in mei 1970 stond er op de achterhoes:
"This is a new phase BEATLES album
... essential to the content of the film, LET IT BE was that they performed
live for many of the tracks; in comes the warmth and the freshness of a live
performance; as reproduced for disc by PHIL SPECTOR."
Maar door de inbreng van Phil Spector
was niets nog hetzelfde. De plaat kreeg een nieuwe titel, een nieuwe hoes en
uiteindelijk herinnerde niets nog aan de originele Get
Back.
De foto van Angus McBean
was ondertussen al bijna een jaar oud en werd niet langer als representatief
beschouwd. Er was dus behoefte aan een nieuwe foto, maar de groep was
ondertussen in feite gesplit. Geen van de vier hoofdrolspeler had er nog
behoefte aan om "Beatle" te spelen. Van een
fotosessie kon dus geen sprake zijn.
De verantwoordelijke voor de hoes, John Kosh,
zocht dus vier afzonderlijke portretten die werden samengebracht tegen een
zwarte achtergrond. De foto's waren het werk van Ethan A. Russell, die ze had getrokken tijdens de filmopnamen in
januari 1969.
Op de achterhoes kwamen nog vier andere zwart-wit foto's, boven
de hierboven aangehaalde tekst, plus het Apple logo. De appel was niet langer
groen, maar rood, waarmee het einde van the Beatles werd aangegeven.

de achterhoes van Let It Be - Ethan Russell/John
Kosh
In Engeland werd de eerste persing van de dertiende en laatste Beatlesplaat uitgebracht in een doos. Daarin zat, behalve
de plaat in de gewone hoes, ook een groot formaat boek van 164 bladzijden:
"The Beatles Get Back".
In het boek, dat was gedrukt op kwalitatief glanzend papier,
stond heel veel tekst en meer dan honderd kleurenfoto's. De foto's waren
opnieuw getrokken door Ethan Russell, tijdens de Get Back sessies. De tekst, veelal dialoog uit de film, was
verzorgd door twee journalisten van het Amerikaanse muziekblad Rolling Stone:
Jonathan Cott en David Dalton.
In tegenstelling tot op de hoes stond op het label van de LP het
gewone groene appellogo.
Dit prachtig geheel was wel wat duurder dan een gewone LP. De
oorspronkelijke prijs was £2:19s:11d.. Een complete doos is tegenwoordig echter
gemakkelijk het honderdvoudige waard. Jammer alleen dat de bladzijden zo
gemakkelijk loskwamen, zodat het erg moeilijk is om een ongeschonden boek te
vinden.

het Britse Let It Be
pakket

Het Get Back boek
Vanaf de tweede Britse persing, een half jaar later waren de
doos en het boek niet langer verkrijgbaar. In plaats daarvan kwam een standaard
Lp hoes. Zelfs de rode appel was verdwenen en werd vervangen door een groene.
In de Verenigde Staten werd de plaat uitgebracht in een
uitklaphoes met twee extra foto's… en een rode appel logo. Geen doos, geen
boek.

de binnenhoes van de Amerikaanse versie van Let It
Be
Na de split en zeker na het aflopen van het contract met EMI-Capitol in januari 1976, brachten beide
platenmaatschappijen enkele compilaties uit die te leiden hadden van een
schijnbaar willekeurige keuze van songs, foute informatie en ronduit lelijke
hoezen. Maar The Beatles zelf hadden bij deze platen geen inbreng meer.