Het regent weer eens. Op het moment van schrijven (23-12-2023) regent het al maanden vrijwel ononderbroken. Droge dagen, ja zelfs droge momenten zijn een uitzondering. Als een waterig zonnetje het al eens wint van het wolkendek werkt dat bijna vervreemdend. Het lijkt alsof het nooit meer droog zal worden. Gisteren was de laatste dag van het jaar dat ik les heb gegeven. Vandaag begint de kerstvakantie. Ik geef muziekles. Meer specifiek; ik leer mensen piano of een ander toetsinstrument bespelen. Na de laatste les gisteren, door de regen naar huis lopend gingen mijn gedachten terug naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het decennium van mijn pubertijd. Een tijd waarin zomers nog zomers waren en winters nog koud en wit.
In mijn hoofd een zin uit ‘London Town’: ‘Silver Rain was falling down upon the dirty ground of London Town’. Ik vond dat destijds een geweldige zin. Ze verwees naar een onbereikbare wereld. In die tijd lag Londen nog ver weg. Even naar London gaan was geen optie. Naar Harderwijk leek al een gevalletje ‘zou moeten kunnen’.
‘Silver Rain was falling…..’, de woorden verwezen naar een magische plek, naar de stad van The Beatles. En o ja, het scheen er nogal eens te regenen. In de beleving van de gemiddelde Winterswijker (het dorp van mijn jeugd), regende het zelfs altíjd in London. Dit was een tijd waarin je je een beeld moest vormen van werelden die buiten je gezichtsveld lagen op basis van spaarzame informatie, de weinige beschikbare feiten en halve waarheden.
Je moest je een beeld vormen, of misschien is het beter om te schrijven; je mocht je een beeld vormen. Sinds die jaren zeventig is de wereld veel groter geworden. Waar destijds Amsterdam onbereikbaar ver weg lag, is London nu een optie voor een middagje winkelen. Alles is duidelijk. Dingen zijn wat ze zijn en als je al eens ergens over twijfelt, is er het internet dat met één muisklik duidelijkheid kan verschaffen. Prachtig toch.
Of misschien ook wel niet. Door de ‘Silver Rain’ van Eibergen lopend herinnerde ik me het album van Wings weer, dat meestal een bijna vergeten plaat in mijn collectie is.
‘London Town’, verschenen in maart 1978 op een dag dat de zon scheen. Of misschien was het ook enkel in mijn hoofd zonnig omdat ik die dag een nieuw album van McCartney aan mijn collectie toe mocht voegen.
McCartney heeft zojuist (eind 2023) een periode van touren door Zuid Amerika en Australië afgesloten. Facebook en vergelijkbare media zorgen ervoor dat de ins and outs van die tour elke fan waar dan ook op de wereld bereiken. Geen geheimen meer in ‘Beatles-land’.
In 1978 liep Paul met aan zijn zijde Linda en Denny al zingend over groene velden en ik had geen idee waar hij precies liep. Waarschijnlijk Kintyre, want daar zong het drietal immers over. Maar het zei me niets. Het deed er ook niet toe. Het niet weten waar hij liep maakte dat hij overal kon zijn. Helden blijken gewoon mensen als je ze ontmoet, maar helden worden heiligen als je bijna niets van ze weet en je de onvolledige informatie aan mag vullen met (verkeerde) aannames e.d.
Het ongelooflijke succes van de eind 1977 verschenen single ‘Mull of Kintyre’ genereerde veel aandacht voor de aanstaande release van ‘London Town’. Ik wist, anders dan meestal het geval was, ver van te voren al op welke dag ik dit album zou kunnen kopen.
Bij binnenkomst in mijn meest favoriete winkel van Winterswijk werd duidelijk dat men verwachtte veel exemplaren te verkopen. Aan het eind van de ‘bar’ met de uit het blad stekende paren luisterhoorntjes, de plek in de winkel waar je een album kon beluisteren alvorens het te kopen, stond een grote kartonnen constructie beplakt met foto’s van Wings en hun nieuw album. Op heuphoogte droeg een uitsteeksel, eveneens van karton, een flink aantal exemplaren van het nieuwe album.
Beluisteren hoefde niet. Ik moest en zou dit album hebben. Ik zou thuis wel horen hoe goed het was, want mijn vijf sterren beoordeling was op voorhand al gegeven. De titelsong bleek een soort ‘Penny Lane’ light.
De harmonisatie heeft een paar mooie elementen, met name de voorhoudingen en de majeur septiemakkoorden. Ik heb ook een zwak voor de plek ‘ordinary people it’s impossible to meet’. Die melodische- en harmonische val op impossible vind ik te gek. Waarom? Er is niet echt een verklaring voor, maar het raakt me.
Er is, naast de ‘silver rain’ regel, één fragment dat me opviel die eerste keer beluisteren. Het is één van die regel-paren geworden die altijd ergens in mij hoofd voortleven, zelfs als ik het album jaren achtereen niet beluister:
‘Out of work again, the actor entertains his wife
With the same old stories of his ordinary life.’
De solo’s van ‘Name and Adress’ zijn echte helemaal te gek
De ‘Penny Lane’ achtige bonte verzameling figuren die dit lied bewoont heeft iets magisch. Er is het concrete van de wandeling door de Londense regen, er zijn de vreemde ontmoetingen onderweg en er is dit Tsjechov-achtige inkijkje in een kamer langs de wandelroute. Althans, dat is wat ik graag wil geloven. Lopend door natte straten kijkt de wandelaar, kijkt Paul ergens naar binnen. Ondanks de regen staat een raam op een kier en door het geopende raam hoort hij hoe de werkloze acteur zijn vrouw verveelt. Het hoeft niet zo bedoeld te zijn, het is míjn verhaal binnen dit verhaal.
Het vaag surrealistische van de tekst herinnert aan ‘Penny Lane’. Daar komt nog bij dat er in mijn omgeving in die tijd iemand was op wie de beschrijving van ‘the actor’ helemaal paste. Die herkenning maakt het geniaal. Door de zin die die avond op weg naar huis in mijn hoofd zong, besloot ik ‘s avonds dit album op de platenspeler te leggen.
Het zesde nummer van kant één wordt gezongen door Denny Laine. Ik had er tot het moment dat deze track inzette, niet aan gedacht, maar dit was de eerste keer sinds zijn overlijden, dat ik zijn stem weer hoorde.
Het maakt voor de luisterervaring helemaal niets uit dat Denny ons is ontvallen. De stem blijft hetzelfde, de song ademt dezelfde sfeer en toch voelde het gek. Ook dit went weer, net als het feit dat Linda niet meer leeft, maar toch voelde het gisteren raar. Verdrietig is teveel gezegd, maar het was wel op een trieste manier anders.
Ook helden ontkomen niet aan de dood. Ook hen wacht een onvermijdelijk einde. Maar anders dan bij mensen buiten de spotlights van het sterrendom het geval is, leven zij voort in hun muziek.
De schok van het heengaan van b.v. John Lennon vervaagt, waarna hij, in ieder geval in mijn beleving, weer lijkt te leven. Hij is dankzij zijn muziek nog net zo in mijn leven aanwezig als vóór zijn dood. Denny’s recente overlijden maakt dat luisteren naar zijn bijdrage aan de muziek van McCartney het besef van zijn heengaan versterkt, maar over een tijdje houdt luisteren naar deze albums hem juist in leven.
‘London Town’ wordt gezien als het album dat, na een periode van ongelooflijk succes, een mindere periode van Paul inluidde. De recensies waren op z’n best matig en de verkoopcijfers vielen tegen. Maar wat is tegenvallen? Alleen in Amerika werden er al meer dan een miljoen exemplaren verkocht. Platinum, maar geen eerste plaats in de Bilboardlijst. Een paar jaar geleden had ‘Egypt Station’ genoeg aan 147.000 verkochte albums op geluidsdragers om de eerste plek in dezelfde lijst te bereiken.
Ik heb een zwak voor dit album. Ik houd van de eerste drie songs en van wat op dat moment een beetje een McCartney traditie begon te worden; track drie van kant één werd ook hier en niet voor de eerste keer gereserveerd voor een langzame song. Een prachtige track die iets bewust moeizaams in de uitvoering kent. Geen breed gezongen lange lijnen, maar een contrast tussen het begin van elke zin waarbij de noot herhalingen wat meer portato gezongen worden, waarna de nazin heerlijk legato naar het eind vloeit.
Het piepen van glijdende vingers over snaren op een gitaarhals, erg duidelijk meegenomen in de opname, is een absolute meerwaarde. ‘Café on the Left Bank’ klinkt geweldig. Heerlijke gitaarklanken gecombineerd met een orgeltje, percussie en een McCartney in vocale topvorm. Prachtige sfeertekening ook in de tekst. In de fade-out herhaalt Linda de titel met een syncope op het woord ‘on’. Dat doet ze qua timing geweldig. Dat slepende klinkt fantastisch.
De stemmen van Paul, Linda en Denny klinken zoals op elk Wings-album weer te gek. Soms is het heel klein gehouden, soms warm en breed in het stereobeeld en een enkele keer klinkt met name Linda heel intens en warm aan de rand van het stereobeeld.
De solo’s van ‘Name and Adress’ zijn echte helemaal te gek. Deze song wordt gedragen door een soort powertrio met extra’s. Een klank die een vage verwantschap lijkt te hebben met Cream en Jimi Hendrix. Of eigenlijk meer nog een verwantschap met het trio achter de jonge Elvis Presley. De solo’s zijn ook aardig in die stijl. Maar het beetje massieve in de klank maakt dat ik ook een relatie tot de latere power-trio’s voel. Af en toe zweeft een orgelklank het geheel binnen en op het moment van de solo komt de solerende gitaar erbij waardoor het probleem van eerder genoemde trio’s m.b.t. het aan de gang houden van de begeleiding tijdens de solo niet aan de orde is.
De poster heeft jaren op de deur van de kast op mijn slaapkamer geplakt gezeten
‘With a Little Luck’ werd één van de singles van het album en deed het goed. Het was ook weer een kans om McCartney in TopPop te zien. Een door synthersizers gedragen track. Vintage McCartney gedragen door klanken die op dat moment alles behalve kenmerkend voor Paul waren. Maar dat zou binnen een paar jaar veranderen met het meer experimentele ‘McCartney II’. Een veel minder album dat meer geïmproviseerd dan doordacht lijkt met slechts een paar echt uitgewerkte songs. Veel tracks zijn nauwelijks meer dan geraamtes van songs. Synthesizer gedomineerd en daarmee atypisch voor Paul maar McCartney II is ook qua songstructuur en opbouw allesbehalve een McCartney gebeuren. Op ‘London Town’ echter pasten de nieuwe klanken perfect bij de huisstijl van McCartney.
Het voor een groot deel in falset gezongen ‘girlfriend’ viel de eer te beurt een plekje op ‘Off The Wall’ van Michael Jackson te krijgen. Zou de hoge zang van McCartney hem op de track geattendeerd hebben? Hét instrument dat bij McCartney hoort is de basgitaar. Zoals dat wel vaker gebeurt krijgt de entree van dit instrument op het album ruimte, waardoor het moment niet onopgemerkt voorbij gaat. Het verder niet bijster interessante slotstuk van het album heeft onder bepaalde fases een erg actief repeterend basmotief. Het enige noemenswaardige van ‘Morse Moose’. Maar het is dan wel weer een erg lekker motiefje.
Zoals in die tijd bij elk album vanaf ‘Red Rose Speedway’ het geval was, kwam ook dit album met extra’s. In dit geval een binnen hoes met teksten en credits en een dubbelzijdige poster. Op één kant een soort ‘White Album’-achtige collage, op de andere een grote foto van Wings met van links naar rechts Linda, Paul en Denny, alle drie in zwart-wit gekleed tegen een grijsblauwe achtergrond. De rechterhand van Linda ligt op de schouder van Paul.
De poster heeft jaren op de deur van de kast op mijn slaapkamer geplakt gezeten. Een in al zijn eenvoud mooie poster. Na alle lof zou je kunnen denken dat ik ‘London Town’ een geweldig album vind. Nadat ik het album die avond van de laatste lesdag voor het eerst sinds jaren weer eens beluisterd had dacht ik ook even dat het toch wel een erg goed album was. Herhaaldelijk beluisteren omwille van deze column leerde echter dat de zeker aanwezige goede, ja zelfs fantastische songs de missers op vooral kant twee (op vinyl) niet voldoende tegenwicht kunnen geven. Nee, voor mij even geen ‘London Town’ meer.
De titelsong zal nog dagen in mij hoofd zitten, maar daar zal het voorlopig bij blijven. Regen of geen regen. En regenen doet het. Nog steeds…….
– Ton Steintjes –
