· 

Ooit

Het album is een beetje een buitenbeentje in de discografie van McCartney en de song, het onderwerp van deze column, is een buitenbeentje op dit album, wat het weer tot vintage Paul maakt. Om te zeggen dat de periode vóór verschijning van het album roerig was, is een understatement. McCartney zat, na een periode van succes die nauwelijks onder deed voor de gloriedagen van The Beatles al een paar jaar in een relatieve dip. De beste, meest succesvolle incarnatie van Wings behoorde tot het verleden, het album gemaakt met het oude vertrouwde driemanschap (Linda, Denny en Paul) en de brokstukken van wat de Wings II formatie was gereduceerd tot sessie-musici voor (delen van) het album in de credits, ‘London Town’ stak schril af in vergelijking tot het album dat deze Wings-kern een aantal jaren daarvoor had afgeleverd (‘Band on the Run’) en er leek zowel van Paul’s kant als van de kant van de fans geen overmatige interesse in de nieuwste vijfmans formatie van Wings.

 

Het enige album dat deze heren samen zouden maken, ‘Back to the Egg’, werd slecht ontvangen. Maar ik moet zeggen dat ik het album steeds meer ben gaan waarderen. Het is gewoon een tof album en de tijd heeft het zeker goed gedaan. In de documentaire ‘Wingspan’ komt het natuurlijk ook ter sprake en Paul spreekt de hoop uit dat hij ooit iemand tegen gaat komen die het geweldig vindt, wiens lievelingsalbum het zou kunnen zijn.

 

Nou, lievelingsalbum, dat weet ik zo net nog niet, maar het is zeker een boeiend album. Ik heb een zwak voor de songs in een wat oudere stijl zoals ‘Baby’s Request’. De flirt met punk pakt ook goed uit en ‘Arrow through Me’ is een erg lekker nummer. Die heerlijke combinatie van de baslijn met allerlei percussie-elementen die, vooral beluisterd over speakers schitterend gespreid over het hele klankbeeld opduiken is te gek. De song is tevens een showcase van Pauls vocale bereik en de manier waarop hij schijnbaar moeiteloos en in ieder geval naadloos wisselt tussen kop- (de hoogste gedeeltes) en borststem (zeg maar zijn meer normale stem) is geweldig.

 

Dat blazersrifje is ook top. Blazers met een klank (door de stevige compressie) die herinneringen oproept aan ‘Savoy Truffle’. De bas wordt gespeeld op een Fender Rhodes waarbij ook deze klank weer behoorlijk gemanipuleerd is. Op deze track speelt geen enkel snaarinstrument, dus geen bas en ook geen gitaren. Echt een gave, funky song met jazz-elementen die niet voor niets is opgenomen op ‘Pure McCartney’. Een prachtige song, onderdeel van een top album.

 

Maar goed, dit in juni 1979 verschenen album deed niet wat je van een McCartney album mocht verwachten. En het was nog niet gedaan met de ellende voor Paul. Op zestien januari 1980 belandde hij in een cel in Japan nadat er na aankomst op het vliegveld marihuana in zijn baggage werd aangetroffen. Redenen te over om Wings even ‘on hold’ te zetten. Dat ‘even’ zou uiteindelijk permanent blijken te zijn, maar voor het moment was er nog altijd de optie van een vervolg.

Zoals Paul dat rond het uiteenvallen van The Beatles had gedaan, koos hij ook nu hij begon te twijfelen aan een toekomst met Wings, voor het maken van een solo-album. Solo in de meest strikte zin. Een album ontstaan vanuit een stukje experimentele huisvlijt, waarvan de basis, nog zonder het plan een album te vullen, al was opgenomen in de zomer van 1979. Nadat hij begin 1980 negen dagen door heeft moeten brengen in een cel in Japan besluit hij, na thuiskomst, deze opnames van medio 1979 van de plank te halen en er het volgende album mee samen te stellen. Een beslissing misschien ook genomen om te voldoen aan de contractuele verplichting één album per jaar te leveren.

 

Er is verschil tussen ‘McCartney’ en ‘McCartney II’; eerst genoemde album is een mix van (half uitgewerkte) songs, een jeugdzonde (‘Hot as Sun’) en in meer of mindere mate uitgewerkte improvisaties. Het tweede album is veel meer het resultaat van puur experimenteren.

Het combineert drie helemaal uitgewerkte songs die typisch Paul zijn (‘Coming Up’, ‘Waterfalls’ en ‘One of these Days’) met materiaal dat meer in de grondverf staat, of zelfs gebukt gaat onder een gebrek aan uitwerking of in het geval van ‘Temporary Secretary’ een perfect uitgewerkte song (kun je dat zo noemen?) die erg ver buiten de klankwereld valt die je van McCartney mag verwachten.

De A kant ervaar ik dan als een waardevol onderdeel van zijn werk

Het levert een vreemde collectie op. ‘Coming Up’ is vintage McCartney met z’n positive tekst en pakkende melodieën. De uitwerking is alles behalve typisch Paul. Voor het nogal lange ‘Waterfalls’ geldt eigenlijk hetzelfde. In veel is het wat je van McCartney kunt verwachten, maar de invulling van e.e.a. valt ver buiten zijn gewone idioom. Enkel ‘One of these Days’ ademt in alles McCartney. Nou in alles behalve de aan de uitwerking bestede zorg dan die zeker voor zijn doen wat rafelig is.

 

Anders dan je van Paul gewend bent is het basspel op het album ook niet altijd even verzorgd. Zo heeft hij een paar foute noten niet gecorrigeerd. Bewust omdat hij het wel passend vond bij de opzet? Of heeft hij gewoon de moeite niet willen nemen? Als reden gaf hij zelf dat ‘Nobody Knows’, de song met de meest rammelende baslijn, geïnspireerd zou zijn op oude bluessongs, songs die ook niet foutloos zouden zijn. Het klinkt een beetje als een excuus omdat andere blues-geïnspireerde McCartney-songs wel tot in de puntjes verzorgd opgenomen werden.

 

Ik vind, denkend in vinyltermen, de eerste kant heel erg de moeite waard. De tweede daarentegen is als geheel niet zo mijn ding. Het was waarschijnlijk erg leuk om te doen. Of nee, het was ongetwijfeld geweldig om te doen. Maar als luisterervaring is het wat mij betreft toch een stuk minder geslaagd.

 

Rond1980 nam de populariteit van synthesizers een vlucht. Ik herinner me het enthousiasme van een studiegenoot voor de nieuwe generatie synthesizers, waarbij sampling een schier onbegrensde wereld leek te ontsluiten. McCartney moet zich een kind in een snoepwinkel gewaand hebben. Het geweldige ‘Temporary Secretary’ zou zonder electronica in deze vorm ondenkbaar geweest zijn. De non-album track ‘Check my Machine’ (wat een heerlijk ritmisch geheel) dankt zijn ontstaan aan het bestaan van die ‘machines’.

 

De drie (semi)instrumentals die kant twee openen zullen McCartney tijdens het scheppingsproces ongetwijfeld plezier hebben bezorgd, maar anders dan bij ‘Secretary’ en ‘Check’ kan ik dat plezier al luisterend niet navoelen. En ‘Bogey Music’ en ‘Darkroom’? Laat ik het zo zeggen: ik kijk nooit uit naar het moment waarop ze aan de beurt zijn tijdens het beluisteren.

 

Alleen die laatste song van kant 2 van het album, ‘One of these Days’ is echt top. Wat een prachtig liedje is dat. En hoe vervreemdend werkt het om een album dat zo anders is dan alles wat de man tot dan toe gemaakt had, te horen eindigen met een typische McCartney ballad. Het lijkt een soort statement: ‘jongens dit was allemaal leuk en aardig, maar ter geruststelling laat ik met deze laatste track van het album even weten dat het éénmalig was.’

 

De inspiratie voor dit lied komt van een gesprek met een Hare Krishna-aanhanger. De boodschap is: ‘ooit zal ik gaan doen wat voor mij voorbestemd was om te doen.’ Grappig genoeg, zo aan het eind van dit anders dan anders album is deze boodschap verklankt op een manier die overeenkomt met wat Paul altijd al deed en nog decennia zou blijven doen. Op elk ander album zou dit als boodschap overeind blijven. Hier heeft het iets geks, juist vanwege de afwijkende muzikale kleur van al het andere op het album. Ooit zal ik gaan doen…….maar dat deed de man altijd al. Alleen gedurende de bijna twee plaatkanten die vooraf gingen niet. Het is meer een gevalletje: nu ga ik weer doen wat ik altijd al deed. Datgene waarvoor ik geboren ben.

 

Op McCartney III herhaalt de geschiedenis zich min of meer. III een album met veel meer samenhang vindt in het schitterende ‘When Winter Comes’ een leftover slottrack. Een song waarvoor geen plek meer was op ‘Flaming Pie’, een song die te goed geacht werd voor de Archive Deluxe boxset van ‘Flaming Pie’. Zo eindigt een album dat duidelijk het product van een Paul op leeftijd is met een paar minuten vocaal meesterschap van een beduidend jongere Paul.

 

Opname technisch heeft ‘One of these Days’ een paar opvallende aspecten. Allereerst de grote mate van reverb aan de ene kant en aan de andere kant van het geluidsspectrum een delay/echo- effect met een behoorlijke vertraging. Een effect dat, zij het in mindere mate, ook ‘Goodnight Tonight’ kleurt. Het maakt de opname iets losser, misschien zelfs rommeliger. Daarnaast is de klank van de a in ‘ever after’ lelijk. Dat doet hij normaal gesproken met meer zorg.

 

Ik moet hier misschien wel zeggen dat ik het album beschrijf zoals het klinkt op vinyl. Ik merk steeds vaker dat een cd-, of gestreamde versie, hoewel deze in theorie gelijk zou moeten zijn aan de vinylversie als het een op hetzelfde moment verschenen uitgave betreft, toch heel anders kan overkomen. Misschien een gevolg van de ‘loudness war’ die zijn klauwen stevig heeft gezet in de modernere manieren van muziek beluisteren.

 

‘One of these Days’ is een verademing na wat er op kant 2 van dit album aan voorafging. Het is vintage McCartney en waar de muziek die McCartney op het lijf geschreven is, op eigen benen kan staan , is veel van dit album toch vooral aandacht waard juist omdat het zo anders is dan wat we van de man mogen verwachten.

 

Dat is ook de meerwaarde die een discografie als geheel aan bepaalde albums kan geven. ‘McCartney II’ werd destijds alles behalve lovend besproken. Vrijwel unaniem was het eindoordeel negatief. Besprekingen van later datum bezien deze song-collectie wat milder. Dan is het gemiddeld eindoordeel een (ruime) voldoende.

 

Naarmate een discografie groeit en de afstand in tijd tot een release groter wordt, worden buitenbeentjes anders bekeken. Ze worden tot ‘ah dat heeft hij óók nog gedaan’ eilandjes in de steeds langere reeks albums waarop de musicus meer getrouw is aan zijn roots.

 

Mijn houding t.o.v. het album is ook milder geworden. Het is, in het verlengde van de hierboven gemaakte opmerkingen t.a.v. de rol in het totaal één van de albums die ik beluister op momenten dat het oud vertrouwde me even minder trekt. De A kant ervaar ik dan als een waardevol onderdeel van zijn werk.

 

De B kant? Ik beluister deze kant elke keer als ik de A kant weer eens draai in de hoop dat herhaaldelijk beluisteren me uiteindelijk ‘het licht zal doen zien’. Ik hoop nog steeds op een meer gelijkwaardige waardering voor beide kanten. Tot nu toe mocht het niet zo zijn. Het blijft voor mij aardig vermaak…….tot de klanken van de laatste song. Wat een prachtig klein lied is dat.

 

(Met dank aan Norbert Boekhout voor de opname-technische informatie)

 

– Ton Steintjes –

STICHTING BEATLESFANCLUB NEDERLAND

Kennemerstraatweg 24

1815 LB Alkmaar