Onlangs is er een nieuwe film uitgekomen over Lennon in New York ten tijde van zijn One To One concerten. En ik (Tim Op het Broek) zou willen stellen dat dit een van de beste, zoniet de beste, documentaires is over het leven van John en Yoko in Amerika. Op het moment van schrijven zijn de Amerikaanse verkiezingen bezig. Een goed moment om eens wat dieper in het politieke leven van John Lennon te duiken. Eind augustus 1971 vertrok John vanuit de UK naar Amerika om zich daar te voegen in de underground scene van New York. Voordat hij en Yoko in het beroemde Dakota gebouw gingen wonen, verbleven ze 18 maanden in een klein appartement in de wijk West Village nabij Manhattan. Tussen de kunstenaars en politiek gelijkgestemden voelde John zich daar weer ‘een student’. In die 18 maanden ontplooiden John en Yoko op allerlei manieren hun politiek bewustzijn, gecombineerd met kunst. Dat ze daardoor ook veel dubieuze figuren aangetrokken mag geen verrassing heten. Sterker nog; het stel mag zelfs kinderlijk naïef genoemd worden in sommige situaties. Toch geeft de film ruimte voor een eigen oordeel. Daarnaast kent deze documentaire geen ‘talking heads’ anno nu, die met terugwerkende kracht commentaar leveren. Een verademing!
John genoot van de stad, verscheen in Amerikaanse talkshows zoals “Mike Douglas” en genoot van de relatieve rust in zijn leven na de Beatles. Veel hiervan heeft een vertrouwde sfeer. Maar “One to One” is gemaakt door de bekwame en soms gedurfde Schotse regisseur Kevin Macdonald en hij weet ons op een bijzondere manier mee te voeren in het leven van John Lennon en de hele periode.
Het is over het algemeen bekend dat Lennon een enorme TV-Junk was. Hij keek werkelijk alles. Van trash tot intellectuele programma’s. In Amerika was destijds de keuze qua TV-zenders nog veel groter dan de Britse, dus er ging een wereld voor hem open. Dit vormt de basis van de documentaire. Steeds zien we tv-beelden uit begin jaren zeventig. Van spelshows, tot actualiteitenprogramma’s. Het geeft een mooie indruk van het wereldbeeld dat via de tv in de woonkamer gebracht werd.
We zien Nixon, “The Waltons,” de opstand in Attica State, Jerry Rubin bij “Phil Donahue,” een Ragu-reclame, de aanslag op George Wallace, de terugkeer uit ballingschap van Charlie Chaplin en andere gebeurtenissen en media brokjes die de zwevende sfeer van de vroege jaren ’70 oproepen. Het bijzondere aan 1971 en 1972 is dat de opkomst van de nieuwe rechtervleugel begon, maar niemand dat nog wist, en dat de messiaanse ondertonen van de tegencultuur (“We veranderen de wereld, man!”) hun kracht begonnen te verliezen, maar ook dat was nog niet bekend.
In deze periode werd de telefoon van John en Yoko ook regelmatig afgetapt. Nixon vond die twee een gevaar voor de orde in Amerika. John besloot daarom alle telefoongesprekken op te nemen. En die gesprekken zijn bewaard gebleven! Zo leren we dat John in gesprek was met Allen Klein om een ‘Free The People’ tour op te zetten, waarbij gevangenen vrijgelaten zouden worden. Dit werd aan het einde afgeketst. Mede omdat er steeds meer met geweld gedreigd werd vanuit militante protestgroepen. Maar Lennon vond al snel een nieuw doel met het One to One-benefietconcert voor gehandicapte kinderen van de Willowbrook staatsschool. Ook beelden van die school worden getoond, geloof me, die laten je niet onberoerd.
Tussendoor zien we beelden van dat befaamde optreden van John, Yoko en The Elephants Memory Band in Madison Square Garden op 30 augustus 1972. Dit zou zijn laatste volledige concert optreden zijn, en wat nu verbluffend is om te zien, is hoe krachtig de muziek klinkt. De band klonk buitengewoon — zo scherp en levendig, terwijl Lennon hen leidt door nummers van het krachtige openingsnummer “New York City,” naar “Instant Karma,” “Come Together” en de uitgeklede openbaring van Lennons rauw-gestemde uitvoering van “Mother.” Dat concert is overigens het laatste lange concert van John Lennon. Het geluid is geremixt door Sean Lennon en schreeuwt (als primal scream) om een officiële release! Ook fantastisch om de repetitie-beelden nu eens te kunnen zien in haarscherpe kwaliteit.
We kunnen ook horen wat een scherpe observator Yoko was en hoe buitengesloten ze zich voelde door de Beatles (“Ze negeerden me”). Een deel van de emotionele achtergrond van de film is hoe vooruitstrevend John was door Yoko’s wensen voorop te stellen. De reden waarom ze überhaupt naar New York kwamen, was om Kyoko te zoeken, Yoko’s vervreemde dochter uit haar tweede huwelijk, die ze nooit hebben gevonden (ze werd opgevoed, onder een andere identiteit, in een christelijke sekte). Wel zijn er beelden te zien van John, Yoko en Kyoko uit 1969! Fantastische beelden overigens.
Het geheel eindigt met home-camera beelden van John en Yoko in het Dakota gebouw. Ik zal niet te veel verklappen, behalve dat het einde echt ontzettend ontroerend is.
One To One is te zien tijdens het IDFA filmfestival, maar veel is al uitverkocht. Deze film krijgt vast een fysieke release. Desnoods organiseren we een benefiet concert.
– Tim Op het Broek –
