· 

Billy

Repeteren en nog eens repeteren. Gedurende een groot aantal dagen in januari 1969 repeteerden The Beatles met als doel het opnemen van een nieuw album en een misschien te geven concert terwijl ze onderwijl gefilmd werden. Repeteren betekent songs en partijen uitwerken, deze partijen tot een geheel samensmeden. Maar repeteren staat ook voor de zoektocht naar het magische moment waarop de inspiratie het overneemt van de transpiratie. Men schept de voorwaarden die nodig zijn om meegezogen te kunnen worden door de muziek.

 

Tijdens het repetitieproces voeren de musicerenden de muziek aan hun hand mee. Tot opeens de muziek het voortouw neemt en de musici zich enkel nog hoeven te laten meevoeren door de muziek. Dit magische moment leek The Beatles tijdens de lange dagen van genoemde maand te ontglippen. Tot……..

 

Peter Jackson’s documentaire die onder de naam ‘Get Back’ het hele gebeuren rond de totstandkoming van het album ‘Let It Be’ documenteert is een ware informatie-hemel voor de onverzadigbare fan. Waar wij decennia lang tevergeefs hebben gewacht op een heruitgave van de film ‘Let It Be’, een wachten waarbij we de moed al hadden opgegeven (het leek er nooit van te komen), kunnen we inmiddels niet alleen de oorspronkelijke film gerestaureerd en wel bekijken, maar biedt genoemde driedelige documentaire ons daarnaast een ongekende hoeveelheid extra beeldmateriaal.

 

Ik denk dat de grootsheid en het historisch belang ervan maken dat het ‘rooftopconcert’ als het absolute hoogtepunt zou moeten gelden van deze serie, maar er is zoveel meer dat, soms in bijna onopvallende kleinheid groots is. Wie had b.v. ooit kunnen denken dat het ontstaan van de song ‘Get Back’ op beeld en geluid vereeuwigd zou blijken te zijn? Dit kleine begin van wat een grote hit en tijdloze klassieker zou worden, vastgelegd voor de eeuwigheid.

 

Maar hét moment waarbij ik elke keer tijdens het bekijken van de serie minimaal één keer de terugspoelknop opzoek is het moment waarop Billy Preston voor het eerst meespeelt. Het moment waarop zijn slanke vingers voor het eerst over de toetsen dansen waarna de camera McCartneys gezicht vindt op het moment dat er een brede glimlach overglijdt. Eigenlijk gaat het om veel meer dan een glimlach. Er straalt een soort innerlijk enthousiasme van het gezicht. Het gezicht van een meesterlijk musicus, een man die aan een paar klanken genoeg heeft om de vakman in de man even verderop te herkennen. Dit woordeloos enthousiasme is veelzeggender dan Lennon’s compliment in woorden: ‘you’re giving us a lift Billy.’ Hier vinden twee musici elkaar in het ongrijpbare schemergebied van geïnspireerd musiceren. Dit is hét moment waarop de muziek het overneemt en de musicerende mannen in die kleine ruimte zich enkel nog hoeven te laten meeslepen.

The solo in Get Back was entirely my creation!’

Transpiratie verandert in inspiratie dankzij deze onopvallend opvallend aanwezige toetsenist. Nergens speelt hij de boel dicht door teveel te doen, maar vanaf het eerste moment van meespelen kleuren zijn smaakvolle klanken de muziek. Zoeken verandert in vinden.

 

Deze man die een aantal jaren later van The Stones te horen zou krijgen dat het allemaal wel een tandje minder mocht. Het was immers hún show en niet die van Billy. Hij wordt hier in de kleine Apple studio’s de onmisbare kracht die nergens teveel muzikale ruimte inneemt. Een jaar of vijftien later zou hij in een interview uitspreken hoe trots hij was op zijn bijdrage. Lachend vertelt hij tegen het eind van het gesprek: ‘The solo in Get Back was entirely my creation!’

 

Na alle zwoegen tussen de muren van de filmstudio’s van Twickenham en alle daaropvolgende betere maar verre van perfecte dagen in hun eigen studio, dagen gekleurd door een herhaaldelijk uitgesproken ‘we missen een toetsenist’, verraadt de glans in Pauls ogen dat dit het moment is waarop alles samenvalt. Het moment waarop duidelijk wordt dat de deadline niet alleen gehaald gaat worden, maar dat ze het niveau dat de buitenwereld van hen is gaan verwachten ook dit keer weer gaan halen.

 

Een buitenwereld die steeds meer een boze buitenwereld blijkt te zijn geworden. De loveble moptops die lang geleden bij de schrijvende pers niets fout konden doen liggen meer en meer onder vuur. Er wordt in kranten en tijdschriften gespeculeerd over de toekomst van The Beatles. Hebben ze nog wel een toekomst? In een scène uit deel twee (21 januari 1969), voorafgaand dus aan de komst van Billy Preston horen en zien we Paul die citeert uit een krantenartikel met als titel ‘The end of a beautiful friendship’. Een artikel van de hand van Michael Housego. Paul leest het absurde artikel dat van aannames uitgaat en gebouwd is op minder dan halve waarheden, op onzin, met een karikaturale intonatie terwijl hij ‘begeleid’ wordt door de andere drie die maar weer eens wat aanklooien. Eén van de vele scènes waarin elke structuur ontbreekt. Scènes zonder hoop op enige vorm van progressie richting een goed eindresultaat.

 

Dat is misschien wel de grootste paradox van het ‘Let It Be’ verhaal: hoe kunnen vier jonge mannen die op een dergelijk hoog niveau gecreëerd hebben bij vlagen zo chaotisch te werk gaan? En hoe kan het dat uit deze chaos toch nog zoveel geweldige muziek voortgekomen is?

De man heeft geld verdienen tot kunst verheven. In zijn leven is allang geen ruimte meer voor figuren als Magic Alex

Maar ja, misschien mag je ook niet anders verwachten van vier jongelingen die hun vertrouwen hadden gesteld in ene Alexis Mardas, ofwel ‘Magic Alex’. Het zelfverklaarde genie dat wel even opname-apparatuur met 72 sporen zou ontwikkelen in een tijd dat 16 sporen als modern gezien werd. De man die met een houten constructie aankomt zetten, model van een gitaar met een hals die aan twee kanten snaren zou moeten krijgen. Door de hals te draaien zou de andere kant (ik geloof een basgitaar) bespeelbaar moeten worden. Veel hilariteit binnen de groep, maar niemand voelt blijkbaar de behoefte iets tegen deze charlatan te ondernemen. En dat ondanks het feit dat ook de door hem gebouwde studio een paar dagen daarvoor een ramp gebleken was. Een vreemde vaker voorkomende combinatie; genialiteit en wereldvreemdheid. Met name Paul bleek niet veel later een goede leerling. De man heeft geld verdienen tot kunst verheven. In zijn leven is allang geen ruimte meer voor figuren als Magic Alex.

 

De journalist Michael Housego gebruikt in eerder genoemd artikel een paar woorden die een eigen leven zijn gaan leiden. Hij heeft het over ‘drugs, divorce and a slipping image’.  Beatles-kenner Doug Sulpy gebruikte deze woorden als titel voor een in 1994 verschenen boek over de ‘Get Back’ sessies. Dit boek en twee andere boeken van zijn hand over deze januarimaand van 1969 zijn het product van het beluisteren van de ‘Nagra-tapes’. Wat een monnikenwerk moet dat geweest zijn. De grote delen vol chaos, de vaak slechte verstaanbaarheid en het feit dat repeteren nu eenmaal inhoud dat een song eindeloos vaak achter elkaar gespeeld wordt maken het beluisteren van de tapes tot een onaangename bezigheid. Op papier lijkt het geweldig: bijna een maand met The Beatles in de studio. De praktijk leert echter dat het minder leuk is. Veel minder leuk.

 

Dat is, naast de verbeterde verstaanbaarheid, één van de mooie dingen van zo’n documentaire: iemand anders maakt een keuze uit de veelheid materiaal en als dat zoals in het geval van ‘Get Back’ goed gedaan wordt  geeft het eindproduct een perfect beeld van het totaalgebeuren zonder eindeloos in herhalingen te vervallen. In dat opzicht is de scène van drieëntwintig januari interessant. In een langere scène wordt weergeven hoe ‘Get Back’ (de aanstaande single) gerepeteerd wordt. Zoeken naar een vorm. Het (aan)leren van partijen. Hoe en waar moeten de solo’s komen? Lennon die moeite heeft met de zang van met name het stukje voorafgaand aan de solo van Billy. Hij zou liever alleen gitarist zijn verzucht hij schertsend. Wel serieus bedoeld: hij ziet zich geen tweede solo creëren naast de solo die hij bedacht heeft in de dagen nadat Harrison de band tijdelijk verlaten had. Deze minuten in de documentaire, één van de stukjes waarin niet van de hak op de tak gemonteerd is (geen diskwalificatie overigens), staan model voor ongetwijfeld veel en veel meer van dit soort momenten die niet in Jackson’s film opgenomen zijn. Schaven aan songs en het uitwerken van partijen. Waar de film ‘Let it Be’ de indruk wekt dat er slechts zelden constructief gewerkt werd maakt ‘Get Back’ heel inzichtelijk dat er wel degelijk met regelmaat structureel gewerkt werd.

 

Doug Sulpy heeft twee boeken gepubliceerd waarin hij alle outtakes die via het bootlegcircuit naar buiten gekomen zijn ordend en bespreekt. De titel: ‘The 910’s guide to The Beatles’ Outtakes’. Het tweede deel is gewijd aan de ‘Get Back’ sessies. Op pagina 86 (van mijn uitgave) beschrijft hij de scène in de kantine van Twickenham alwaar The Beatles minus George die een paar dagen eerder met een ontnuchterend ‘See you around the clubs’ de groep verlaten heeft, praten over de toekomst en over hoe het zover heeft kunnen komen. De overgebleven Beatles worden, zonder dat te beseffen, afgeluisterd door de filmcrew.

 

Sulpy beschrijft hoe hij in zijn boek slechts enkele passages hiervan heeft opgenomen. Passages die goed te verstaan waren. Niet dat dat wat het boek haalde heel goed te verstaan was. Zoals gezegd een monnikenwerk. Het was een belangrijke scène in een steeds meer vergeten boek, het is nu een sleutelscène in een geweldige documentaire. Het verschijnen van deze serie maakt het beluisteren van de ‘Nagra-tapes’ nog oninteressanter dan dit toch al was. Misschien maakt het ook boeken zoals die van Sulpy overbodig. Het maakt ze in ieder geval minder belangrijk. Hun bestaansrecht ontlenen ze nu vooral aan de ordening van de outtakes.

 

Ik denk dat het belang van Billy Preston voor het uiteindelijk welslagen van dit project niet hoog genoeg ingeschat kan worden. Allereerst waren de groepsleden het er wel over eens dat ze een toetsenist nodig hadden als ze tenminste niet wilden zondigen tegen hun ‘no overdubs’ regel. Ze kwamen een mannetje te kort. Maar Billie is ook de man die zorgt voor een stemmingsomslag. Zoals George het o.a. in ‘Anthology’ beschrijft gedroeg iedereen zich beter op het moment dat er een buitenstaander in de studio aanwezig was. Hij noemt in dat verband de rol van Eric Clapton tijdens de opnames van ‘While My Guitar Gently Weeps’, maar hij vergeet ook Billy Preston niet.

 

Vooral de trailer van deze docu lijkt te willen benadrukken dat er veel minder spanningen waren dan gedacht, dan in de jaren erna herhaaldelijk beschreven door de ex-Beatles.  De vele uren zoals die gemonteerd zijn door Peter Jackson laten ook zeker zien dat er vaak goed gewerkt werd, veel gelachen ook. Maar naast de overbekende strubbelingen (‘…..or I won’t play at al’ en ‘See you around the clubs’) zijn er nog meerdere gespannen momenten. Zo moet de manier waarop John laat merken dat hij de song ‘Let it Be’ (o.a.) niet ziet zitten Paul’s zelfbeheersing op de proef gesteld hebben.

 

Vierentwintig januari begint met herinneringen ophalen aan het verblijf in India. McCartney benadrukt t.o.v. Lennon dat e.e.a. van hun kant nogal onoprecht was. ‘It’s just not you (us)’ waarop Harrison inbreekt in het gesprek met een uiteenzetting over ego en wie/wat je volgens de Indiase filosofie echt zou zijn achter de rol die eenieder speelt. McCartney en Lennon vallen stil. Ze beperken zich tot een zuinig ‘Yeah, right’. Ze willen zich, zo lijkt het, deze discussie niet in laten lokken. Of ze zijn niet geïnteresseerd in deze filosofie, het er niet mee eens. Volgens ‘The Cambridge Dictionary geef je met een ‘Yeah right’ een zekere mate van scepsis weer. Het is hoe dan ook geen vreugdevolle scène. Nee, hoeveel beter (minder erg) het al met al ook geweest mag zijn dan de oorspronkelijke film wil doen geloven, Billy Preston’s aanwezigheid, zijn zonnige persoonlijkheid, was zonder enige twijfel erg belangrijk voor het welslagen van het geheel. Deze bescheiden, geweldige toetsenist die al na een paar akkoorden het gezicht van McCartney laat stralen.

 

‘The Beatles with Billy Preston’ staat er in kleine lettertjes te lezen op de labels van de single ‘Get Back’/‘Don’t let me Down’. Misschien had er, als het om het eindproduct van deze januarimaand van 1969 gaat, moeten staan: ‘No Beatles without Billy Preston’. Hoe dan ook, hem valt de eer te beurt de enige artiest te zijn met een vermelding in één adem met The Beatles op een label. Zijn bijdrage aan het laatst uitgegeven Beatlesalbum gaat veel verder dan de prachtige klanken die hij schijnbaar moeiteloos aan de toetsen wist te ontlokken.

 

– Ton Steintjes –

STICHTING BEATLESFANCLUB NEDERLAND

Kennemerstraatweg 24

1815 LB Alkmaar