· 

Erfenis

Het is moeilijk voor te stellen, maar het is langer geleden dat John Lennon vermoord werd dan het aantal jaren groot is dat hij heeft mogen leven. Hoewel ik me de schok van het moment waarop ik hoorde dat hij doodgeschoten was nog herinner als de dag van gisteren is zijn heengaan al meer dan zíjn mensenleven geleden. ‘There are places I remember….’ Ik weet nog precies waar ik was toen mijn vader me vertelde wat hij zojuist op de radio gehoord had. Aanvankelijk was het McCartney/Lennon, maar het werd al snel Lennon/McCartney. Het klinkt niet alleen beter, maar het is ook wel logisch. Hoe je het ook bekijkt, het was uiteindelijk toch in eerste instantie John’s band. Niet dat ik McCartney als ondergeschikt aan Lennon zie als het gaat om zijn belang binnen The Beatles. Integendeel. Lennon/McCartney, een songwriters duo zoals je dat maar zelden, misschien verder wel nooit, tegenkomt.

 

Muziek is iets waarbij lijstjes als de beste, mooiste etc. niet erg op hun plaats zijn. Het is geen wedstrijd en naast alle technische dingen die je kunt laten meewegen is er ook sprake van een grote mate van subjectiviteit. Als ik dan toch zo’n onzinnig lijstje zou moeten maken zou een lijst met meest favoriete songs van The Beatles door John of Paul geschreven in de bovenste regionen vooal Lennon’s composities te zien geven.

 

‘Ticket to Ride’, ‘A Day in the Life’, ‘Strawberryfields Forever’, ‘Come Together’, ‘In my Life’, ‘I Feel Fine’, ze staan allemaal in de hoogste regionen van mijn denkbeeldige waarderingslijstje. Van ‘Ticket to Ride’ zegt Paul in zowel ‘Many Years from Now’ als in ‘The Lyrics’ overigens dat het een co-productie is. In eerstgenoemde boek heeft hij het over 60% John, 40% Paul. John ontkende dat. Volgens hem beperkte Paul’s bijdrage zich tot Ringo vertellen hoe hij zijn partij in moest vullen. Muzikaal technisch bezien ademt dit lied in alles Lennon. De manier waarop de akkoorden aaneengeschakeld zijn is typisch Lennon. Maar ja, Paul was erbij die dag in Kenwood en volgens hem schreven ze deze song samen.

‘For Sale’ draagt in alles het stempel van Lennon

Er is sprake van een paradox in mijn waardering voor songs tegenover mijn waardering voor de mannen die die songs geschreven hebben. Ik adoreer beide mannen, maar gek genoeg is, hoewel mijn meest favoriete Beatlessongs van Lennon afkomstig zijn, McCartney mijn allergrootste muzikale held.

 

‘I read the news today, oh boy’. Alleen die zin al, dat vermoeid verveeld klinkende ‘o boy’. Ik las een krant, ik zag een film en dan dat erop volgende ‘o boy’ is werkelijk geniaal. Alles aan ‘A Day in the Life’ is subliem en natuurlijk heeft Paul een substantiële bijdrage geleverd, maar ‘o boy’ wat was Lennon goed! Wat was hij geweldig vanaf het album ‘A Hard Day’s Night’.

 

‘For Sale’ draagt in alles het stempel van Lennon. Hoe goed moet iemand wel niet zijn als zijn relatief gesproken ‘vergeten’ songs op dit album (kant 2) al zo magistraal zijn. ‘I Feel Fine’, de eerste keer feedback gebruikt in een song. Door toeval gevonden maar bewust toegepast. Als dat geen bewijs van artistieke grootheid is: dat wat je toevalt en wat door minder begaafde mensen niet opgemerkt zou worden als artistiek toepasbaar omzetten in een bepalend element van je creatie.

 

Eén van die songs waarvan ik nooit zal vergeten welk een impact ze hadden bij de eerste keer beluisteren.

 

‘Strawberry Fields Forever’. Gezeten op een barkruk aan de luisterbalie van de plaatselijke platenzaak, twee hoorntjes tegen mijn oren gedrukt, verwachtte ik veel maar niet dit. Hier moest je als luisteraar moeite voor doen. Dit was meer dan zomaar een goed liedje uit de popwereld van de jaren zestig. Dit was totaalbeleving. Een schitterende melodie gedragen door geweldige akkoorden die in het lang niet duidelijk definiëren van een rustpunt vervreemdend werkten. Dit was een modern bouwwerk in klanken én dit was poëzie! ‘Always, no sometimes think it’s me….’

 

McCartney’s songs gingen en gaan erin als koek. Zijn diepere lagen zijn altijd geglazuurd met een laag toegankelijkheid. Maar de Lennon van met name zijn tijd met The Beatles kende geen grenzen. Het maakte hem onnavolgbaar. Je mocht moeite doen voor zijn scheppen. Een song die niet mag ontbreken in een meest favoriete songs-lijst is ‘Across The Universe’. Misschien wel zijn meest perfecte song, maar ook een song die altijd is blijven zoeken naar het perfecte arrangement. Wat een tekst en wat zingt Lennon dit lied bloedmooi.

 

Gedurende de laatste fase van het bestaan van The Beatles werd het wat het aantal songs betreft allemaal wat minder, hoewel zijn bijdrage aan ‘Abbey Road’ weer top is. Naast ‘Come Together’ de knock-out van kant A: ‘I want You.’ Minimalistisch qua tekst en bouwstenen, maar oneindig groots in de uitwerking. En niet te vergeten het, mede door de vocale harmonieën schitterende ‘Because’.

 

De ‘Get Back’ documentaire van Peter Jackson laat een andere kant van John zien. Hij komt, afgeleid als hij is door Yoko en verslavende middelen, met weinig materiaal naar de repetities. Daarbij komt dat hij de Beatle is die het minst tot serieus werken kan komen. Niet zelden is hij beledigend naar zijn collega’s. De scéne waarin George ‘I Me Mine’ voorstelt is ronduit pijnlijk. George zegt dat het hem niet uitmaakt of de anderen zijn song kunnen waarderen, maar het kan niet anders of dit moet hem geraakt hebben.

John zag zijn scheppen als uitingsvorm van wie hij was

Een aantal bijdragen van Paul kan op een vergelijkbare behandeling rekenen. De country line dance kreten (grab your partners….) tijdens ‘Teddy Boy’ zijn op z’n zachtst gezegd niet vriendelijk.

 

In ‘The Lyrics’ vertelt Paul in het verhaal rond ‘Ticket to Ride’ dat hij een fijnere jeugd heeft gehad dan Lennon en dat Lennon een schild om zich heen had gecreëerd. Hij had een scherpe rand, was een complex persoon. De man die niet schroomde zijn diepste zielenroerselen bloot te geven hield niet altijd rekening met de gevoelens van anderen. Ik bewonder de manier waarop Paul daarmee omgaat en de manier waarop hij onvermoeibaar blijft gaan voor een zo goed mogelijk eindresultaat.

 

Er is een groot verschil tussen de muzikale benadering van John in vergelijking tot die van Paul. John zag zijn scheppen als uitingsvorm van wie hij was. Muziek als spiegel van zijn leven. Paul maakt muziek omwille van de muziek. Dat wil niet zeggen dat hij niets over zichzelf deelt, maar zijn verhaal vormt het vertrekpunt, de inspiratiebron voor de klanken die hij tevoorschijn tovert. En die klanken mogen wat hem betreft ook ontspringen aan de bron van een verzonnen verhaal. Dat laatste werd verafschuwd door John. Hij was niet geïnteresseerd in ‘a boy named Ted’.

 

Het verschil in benadering tussen John en Paul maakt dat de resonantie die die klanken oproepen in de individuele fan voor een groot afhangt van wat een fan verwacht. Als je, zoals ik, vooral geïnteresseerd bent in melodieën en akkoorden ben je vaker beter af bij Paul dan bij John. Het is een close finish maar toch heb ik nog meer bewondering voor McCartney dan ik voor Lennon heb. Maar ja, een top tien meest favoriete Beatsongs zou wel eens (bijna) helemaal uit Lennonsongs kunnen bestaan.

 

Hoe dan ook, vierenveertig jaar na dato staat me die achtste december 1980 nog heel helder voor de geest. Hoewel het nog maar de vraag is of John ooit ook maar bij benadering het niveau van zijn topjaren tijdens The Beatles weer zou hebben kunnen aantikken weet ik wel zeker dat een Lennon op halve kracht altijd nog veel meer te bieden zou hebben gehad dan menig ander artiest op de toppen van zijn of haar kunnen.

 

Acht december: ‘I think I’m gonna be sad, I think it’s today…….’

 

– Ton Steintjes –

STICHTING BEATLESFANCLUB NEDERLAND

Kennemerstraatweg 24

1815 LB Alkmaar