Volgens Wikipedia is Arjen Anthony Lucassen één van ons; “Lucassen’s love of music was sparked in the 60s, when he became a big fan of The Beatles.” Dat gezegd hebbend, smeekt diens Pink Beatles In A Purple Zeppelin (2012) om nadere uitleg:
Pink Beatles in a purple zeppelin, Same old sound, different song
(And the song remains the same)
Pink Beatles in a purple zeppelin, sounds so right, feels so wrong.
Als ik Youtube bevraag op video’s met Arjen (*) stuit ik op de Hard Rock/Heavy Metal/Hair Metal van Bodine (1978/1984) en Vengeance (1983/nu). Dat soort rock en hun podiumpersonages pasten prima in Alfred Lagarde’s Betonuur. De clipjes haakten – hoewel Hollands zuinig geproduceerd – aan bij de tijdgeest op MTV’s Headbangers Ball. Vanaf 1992 gooide multi-instrumentalist Lucassen het roer om en stoomde op eigen kracht verder; vanaf 1995 als verdienstelijke hoofdact Ayreon (met een breed scala aan gastvocalisten; vooral in de studio, soms live) met successievelijke nevenprojecten en solo uitstapjes als Strange Hobby (1996). Ik ben inmiddels gewend aan zijn buitenissige covers van Norwegian Wood en For No One daarop.
Arjen bewoog naar een andere plek in het muzikale spectrum. Welkom in het complexe universum van de Progressieve Rock, kort: Progrock; “De muziek wordt gekenmerkt door lang uitgesponnen nummers vol tempo- en themawisselingen.” Eind zeventiger, begin tachtiger jaren kwamen de gevestigde namen – denk aan Pink Floyd, Yes, ELP – en hun uitdagers – ik herinner me The Mandala band, Camel, Renaissance –op donderdagavonden vooral tot mij via Wim van Puttens onvolprezen elpeeuur. Musici in de lage landen lieten zich niet onbetuigd in het genre; wie groeide toen niet op met Kayak, Supersister, Alquin of Earth & Fire? En daar zit nou nèt de kneep; de singles zijn top, maar ik verdwaal in die eindeloze elpeetracks. Ik mis houvast en structuur, ik mis meefluiten op het refrein. Ten tijde van mijn studie in Amsterdam, vierde de New Wave hoogtij en verdampte mijn interesse.
Trouw aan de Progrock-traditie, vertelt Lucassen op het solo-album Lost In The New Real (2012) een science fiction verhaal over een hedendaagse meneer L “(. . .) who was cryopreserved at the moment of clinical death from a terminal disease. The album begins as Mr. L is being revived at a point in the distant future, when technology has advanced enough to cure his disease. Mr L finds himself in a world that has drastically changed — to the point that the line between what’s real and what’s not is no longer clear.” Wat dat laatste betreft, bleek de toekomst dichterbij dan verwacht, want wie weet anno 2024 – met alle social media, hun algoritmes en de onstuitbare opkomst van Kunstmatige Intelligentie – nog wat waar is?
Na zijn opwekking introduceert een psycholoog de protagonist van het conceptalbum in de nieuwe realiteit. Deze Voight-Kampff – vertolkt door Rutger Hauer – stelt hem in het intro van Pink Beatles In A Purple Zeppelin de retorische vraag “Why create more music – if it was all done before? Computer generated noise in millions of gigs. Of all kinds and in all formats. Imagine 7D plus! Flash your ID, pick your heart’s desire. Click it, keep it.” Arjen fantaseert dat bands als de Fab4 of Led Zeppelin een norm creëerden, die ten tijde van heer L’s wederopstanding als digitale muzikale mal fungeert; in Pink Beatles was dat nog toekomstmuziek, anno 2024 is de fiction inmiddels science. Als ik heden ten dage door K.I. . . . euhm . . . A.I. gegeneerde (pop)muziek beluister, breekt het angstzweet me uit. Waarom zou je nog een – in mijn geval – basgitaar ter hand nemen, waarom moeite doen om een liedje te componeren? Zèlfs André Hazes zou zijn rijmwoordenboek inruilen voor zo’n A.I.-muziekgenerator.
Hoe diep de kloof – qua lengte, thema, structuur, harmonieën – tussen de songs van Arjen, Ayreon en The Beatles op het eerste gehoor ook lijkt, het toont eens te meer aan dat het vakmanschap van onze Fab4 zich zélfs stevig in het Progrock-universum heeft genesteld. Luister maar eens naar When I’m A Hundred Sixty-Four, eveneens van Lost In The New Real. Of verbaas je over de psychedelische videoclip van Pink Beetles (sic!) In A Purple Zeppelin, waarin de caleidoscopische waanzin de grenzen van de alledaagse realiteit met voeten treedt. Ik vermoed dat in 1967 bij John Lennon vergelijkbare beelden aan zijn geestesoog voorbij trokken, toen – in meer of mindere mate onder invloed van een verboden middel – Strawberry Fields Forever uit zijn pen vloeide.
- Peter van der Linde - reacties: [email protected]
