In de jaren zestig was de televisie heilig. Op zaterdagmiddag verzamelden alle kinderen zich voor de kijkbuis om daar te genieten van Pipo de Clown, Floris of Ja Zuster Nee Zuster. Zo ook bij ons in de straat. Iedere zaterdagmiddag zaten wij – vier vierjarigen met de Hollandse namen Jan, Gijs, Wim en Arie – klaar.
Zo ook op 18 juli 1964. Die middag geen Dappere Dodo of Okkie Trooy maar het interview en het optreden van The Beatles in partycentrum Treslong in Hillegom. In ruim een half uur werden we meegesleurd in de euforie. Zoiets hadden we nog nooit gehoord, zeker niet in het streng gereformeerde vissersdorp Katwijk aan Zee waar wij opgroeiden. De impact was er niet minder om.
Direct na afloop renden we naar het huis van Wim om daar de tennisrackets van zijn ouders op te halen. Even later stonden we daarmee in de straat luidkeels ‘de Bietels yeah, yeah, yeah’ te zingen. Een paar ouderen konden er smakelijk om lachen. De meeste buren trokken een zuur gezicht bij zoveel verderfelijke invloed op zelfs de jongste jeugd. Wijzelf? Gijs en Wim heb ik er nooit meer over gehoord. Maar eind jaren zestig zat ik samen met Arie op zijn kamer te luisteren naar de Abbey Road lp van zijn zus. Bij ons was het kwartje gevallen.
- Jan van der Plas -
