Nadat Paul plaats had genomen in zijn stoel nam hij het woord in een poging het daverende welkomstapplaus een beetje tot bedaren te brengen. Hij heette ons welkom en legde uit dat hij ons iets zou gaan vertellen over de totstandkoming van zijn nieuwe album, én dat we het uiteraard ook gingen beluisteren. Hij vertelde hoe zijn manager, Scott Rodger, hem een aantal jaar geleden had getipt eens af te spreken met de jonge producer Andrew Watt, destijds vooral bekend van zijn werk met uiteenlopende artiesten als Ozzy Osbourne, Miley Cyrus en Justin Bieber.
In 2021 bezocht Paul hem in diens studio in Los Angeles. Tijdens hun kennismakingsgesprek vertelde Paul dat een nieuw nummer voor hem soms begint bij een willekeurig akkoord dat hij niet direct kan plaatsen. Om dat te illustreren pakte hij vervolgens een gitaar. Het willekeurige akkoord dat hij aansloeg leidde tot een akkoordprogressie van drie arpeggio’s, waarop ze besloten ter plekke een nummer te componeren. Dat werd het uiteindelijke openingsnummer As You Lie There. De samenwerking beviel dusdanig goed dat de twee gedurende de vijf jaar die volgden werketn aan het album The Boys of Dungeon Lane, dat op 29 mei verschijnt. Een deel van het album werd in Los Angeles opgenomen met Watt, een ander deel in Pauls eigen studio Hog Hill Mill, met zijn vaste linkerhand Steve Orchard.
Paul keek me recht in de ogen aan terwijl hij vertelde hoe The Beatles vaak op vier sporen opnamen
As You Lie There:
Een origineel nummer vol onverwachte wendingen. Het begint met Paul’s gitaararpeggio’s en spoken word, maar ontpopt zich tot een energieke bandsong. Je voelt als luisteraar de vonk van die eerste spontane samenwerking. Een erg sterke albumopener.
Lost Horizon:
Paul vertelde dat zijn oude technicus Eddie Klein dit nummer ooit tegenkwam bij het overzetten van tapes naar DAT, vermoedelijk ergens in de jaren negentig. Paul kon zich niet herinneren het ooit geschreven of opgenomen te hebben, maar vond het zo goed dat hij het opnieuw opnam in Engeland, met een vrijwel identiek arrangement. Andrew Watt voegde later extra gitaarwerk toe in Los Angeles. Een sterk nummer dat in niets lijkt op het eerdere AI-nummer dat de ronde deed.
Days We Left Behind:
De eerste single: een klein, melancholisch en breekbaar liedje an een man die terugkijkt op zijn leven.
Ripples in a Pond:
In mijn herinnering een eenvoudig maar mooi akkoordschema dat associaties oproept met liedjes als Ever Present Past en See Your Sunshine van Memory Almost Full. Een poppy, ‘up’ nummer met klavecimbel.
Mountain Top:
Paul vertelde hoe een bezoek aan Glastonbury hem inspireerde om dit trippy nummer te schrijven over een festivalganger die aan het spacen is. Dromerig, experimenteel, met tape loops en een onverwacht stonerstuk aan het eind.
Down South:
Ligt in het verlengde van nostalgische storytelling-songs als Summer of ‘59 en On My Way To Work. Gaat over Pauls herinneringen aan zijn liftreizen met George en John, voor ze de wereld veroverden. Een charmant liedje met een duidelijke tekstuele verwijzing naar We Can Work It Out in de refreinen.
We Two:
Een bijzonder moment. Paul keek me recht in de ogen aan terwijl hij vertelde hoe The Beatles vaak op vier sporen opnamen en hoe hij jongere artiesten aanraadt dat ook eens te proberen, omdat je direct intuïtief keuzes moet maken en bepaalde schoonheidsfoutjes voor lief moet nemen die bijdragen aan de charme van het resultaat. Het voelde even als persoonlijke wijze raad. Andrew en Paul schreven dit nummer spontaan in Engeland om iets op te nemen op zijn Studer J-37 viersporenrecorder. Let vooral op hoe goed de snare drum klinkt, vertelde hij ons. De song begint met taperuis en eindigt met het terugspoelen van de band. Hoewel het liedje vooral voelt als een excuus om te kunnen experimenteren, vond ik het een geslaagd experiment.
Come Inside:
Paul had er niet veel over te vertellen, behalve dat het een ‘rocker’ was. Ik herinner me vooral dat hij na afloop wees op het slotakkoord. ‘Has anyone ever heard of the term Tears of Picaddy?’ verstond ik. Maar wat hij eigenlijk zei was Tierce de Picardie, oftewel een Picardische terts (een stuk in mineur dat eindigt met een majeur akkoord, zoals in And I Love Her).
Never Know:
Paul omschreef dit nummer als zijn interpretatie van de Laurel Canyon-scene en artiesten als Joni Mitchell en Jackson Browne.
Home to Us:
Voorafgaand aan deze song vertelde Paul hoe Ringo Starr een aantal jaar geleden eens langs was geweest bij producer Andrew Watt voor een jam. Watt had de sessie opgenomen, en toen hij deze vervolgens aan Paul liet horen, componeerde deze een nieuw liedje over een loop van de losse drumpartij van Ringo. Hierna werd Ringo gevraagd het liedje opnieuw in te drummen en het liedje ook te zingen. Toen de opnames van Ringo binnenkwamen, bleek echter dat hij alleen het refrein had ingezongen, waarop Paul zich afvroeg of hij het nummer misschien niet zo had kunnen waarderen. Ringo zei echter dat hij dacht dat het slechts ging om het dubbelen van het refrein, waarna Paul uitlegde dat het hem juist leuk leek een duet van het nummer te maken. Het resultaat is Home To Us. Het resulterende liedje heeft een charmante tekstuele invalshoek en hoewel wellicht geen klassieker is het natuurlijk ontwapend en ontroerend deze twee oude vrienden op hoge leeftijd samen te horen spelen en zingen over hun vroege jeugd.
Life Can Be Hard:
Dit liedje dook voor het eerst op in de documentaire McCartney 3, 2, 1 in 2021 en volgens de geruchten stamt het uit het onvoltooide musicalproject It’s A Wonderful Life waar hij destijds aan werkte. Het fragment in de documentaire viel al in positieve zin op door het akkoordschema, de melodie en de tekst, en ik kan na beluistering melden dat het nummer nog een stuk verder doorontwikkeld is met een aantal typische McCartney-wendingen. Wat mij betreft ‘a late career classic’. Waar McCartney zichzelf in de serie op de piano begeleid, wordt de melodie hier ook nog gedubbeld door een akoestische gitaar. Later in het nummer komen er nog blazers tevoorschijn, die volgens Paul zijn opgenomen in Abbey Road Studio 2. Hij vertelde dat het liedje ontstond toen zijn vrouw Nancy en hij tijdens een lockdown tijd doorbrachten met het gezin van haar nichtje en Paul de melodie voor hun baby speelde voor het slapen gaan, waardoor ze het nummer allemaal zijn gaan associëren met die tijd, waarin ze het eigenlijk best goed hadden in hun kleine bubbel. Alvorens het nummer te draaien probeerde Paul het op gitaar te spelen, wat niet helemaal goed uit de verf kwam. ‘Anyone else would have practiced this for a moment like this, but I couldn’t be bothered.’
First Star of the Night:
Een opvallend liedje op de plaat. Geschreven op een hotelkamer in Costa Rica, op een dag waarop Paul op zon gehoopt had maar regen kreeg. De song begint met een fragment van de regen uit zijn telefoondemo. Tijdens het afspelen pakte Paul z’n gitaar en probeerde hij de akkoorden te memoreren. De akkoorden roepen subtiel een Latin-sfeertje op in het verlengde van een song als A Certain Softness, al lag het er daar iets dikker bovenop. Mooi liedje.
Salesman Saint:
Paul legde uit dat dit liedje ging over zijn ouders en hun leven voor, tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog. De salesman is zijn vader James, die textiel verkocht op de markt en de saint is zijn moeder, die als vroedvrouw werkte in het lokale ziekenhuis. Het was tijdens het afspelen duidelijk dat het liedje tekstueel persoonlijke betekenis had voor Paul; waar hij bij veel andere nummers mee zat te trommelen, zingen, tikken of spelen, keek hij hier wat introverter naar de vloer. De tweede helft van de song is voorzien van een origineel big band arrangement, wat herinneringen oproept aan het outro van You Want Her Too en naast een mooie verwijzing naar de tijd van zijn ouders natuurlijk ook een mooie knipoog is naar z’n vaders band, Jim Mac’s Jazz Band.
Momma Gets By:
In sommige vroege recensies een beetje een polariserend nummer. Paul noemde het een typische ‘story song’: ‘Momma gets by, while Poppa gets high’. Tekstueel lichtvoetig, maar muzikaal een mooie afsluiter met een prachtig arrangement voor houtblazers en strijkers. Een toepasselijke afsluiter.
‘ik word volgende maand 84, dit zou weleens mijn laatste plaat kunnen zijn’
Al met al voelt McCartney III achteraf een beetje als een tussendoortje; deze nieuwe plaat sluit veel meer aan bij NEW en Egypt Station, met een productie die eerder doet denken aan Mark Ronsons werk op NEW dan aan dat van Paul Epworth en Greg Kurstin.
Op het eerste gehoor sprongen voor mij vooral de eerste vier en de laatste vier songs eruit. Het was opvallend hoe kwiek, vitaal en scherp van geest Paul overkwam. Op de tafel naast hem lag een spiekbriefje met de tracklist van het album en het viel me op dat hij er pas na een liedje of vijf voor het eerst op begon te kijken welk liedje er hierna kwam.
Hij weet hoezeer zijn publiek smult van Beatles‑verhalen, en hoe ouder hij wordt, hoe emotioneler hij er zelf ook bij lijkt te zijn. Toch merk je aan alles dat hij niet denkt in termen als: ‘ik word volgende maand 84, dit zou weleens mijn laatste plaat kunnen zijn’.
Hij is nauwelijks bezig met zijn oude werk; hij kijkt vooral vooruit. Zo vertelde hij dat hij samen met technicus Steve Orchard momenteel zo’n duizend telefoondemo’s aan het doorploegen is, op zoek naar bruikbaar materiaal.
Na het slotnummer bedankte Paul ons voor onze aanwezigheid, het luisteren en de warme respons. Hij stond op, zwaaide, seinde naar zoon James dat ze elkaar zo zouden spreken, en liep onder luid applaus de trap weer op richting de controlekamer. Met een peaceteken verliet hij de ruimte, zijn publiek achterlatend in verwondering over hetgeen we zojuist hadden beleefd.
De dag dat we Paul McCartney ontmoetten.
- Yorick van Norden -
