Bij de deur draait hij zich nog een keer om. ‘Ik ga zo echt wel weg hoor, maar ik wil nog even zeggen dat ik het nieuwe album van Paul McCartney gehoord heb. Dat is goed!!!’
Zestien jaar is hij en sinds januari komt hij elke maandagavond bij ons voor zijn pianoles. Zestien jaar. Toen ik zo oud was, waren ‘Venus and Mars’ en ‘Wings at the Speed of Sound’ al verschenen en was het wachten (hoewel ik dat nog niet kon weten) op ‘London Town’.
Een magische tijd. Jong genoeg zijn om in bewonderende aanbidding te kunnen knielen voor het hoogaltaar van elke nieuwe release. Een hoogaltaar opgericht in puberale kritiekloze fanbeleving. Naarmate je ouder wordt maakt idolatie plaats voor een meer rationeel soort bewondering. Bewondering, het resultaat van muzikaal inzicht en een jarenlange reis waarbij de muziek van je held als soundtrack heeft mogen fungeren.
Ook mooi, maar die grenzeloze fan-adoratie, de puberale emotionele beleving, tjonge wat zou ik dat graag nog een keer willen ervaren. Helaas is dat onmogelijk.
Tenminste, dat dacht ik. Dat dacht ik tot het moment van verschijnen van ‘The Boys of Dungeon Lane.’
Op het moment van schrijven staat het album ruim twee weken in mijn platenkast. Twee weken in mijn kast en twee weken bijna constant in mijn hoofd. Wat een geniaal album. Wat onverwacht ook. De man is bijna vierentachtig. Er zijn weinig artiesten die er op latere leeftijd in slagen iets te creëren dat de vergelijking met het werk uit de glorie-jaren kan doorstaan.
Met ‘Dungeon Lane’ heeft Paul een album aan de wereld gegeven dat ontstaan is vanuit een bewust leven met zijn verleden. Dankbaarheid ook voor dat verleden. Er is het bekende verhaal van McCartney, opgetekend in de biografie van de hand van Howard Sounes. Een verhaal dat vertelt hoe Paul in een auto voor het huis zit waar hij als kind woonde. Het huis aan Fortlin Road. Op het moment dat fans in de gaten krijgen wie daar zit om het verleden te herbeleven rijdt hij weg.
‘The Boys of Dungeon Lane’ is het product van zijn liefde voor het verleden
Telkens weer als Abbey Road Studio’s een instrument met Beatles-connectie uit hun collectie van de hand doet vindt het een plek in McCartney’s collectie. Of het nu gaat om het pak dat hij droeg tijdens het maken van de foto voor de hoes van Pepper of om een rammelend versterkertje dat hij als tiener gebruikte, hij heeft het allemaal bewaard.
‘The Boys of Dungeon Lane’ is het product van zijn liefde voor het verleden. Een album dat in meerdere opzichten een nostalgisch album is. In de eerste plaats is er het letterlijk terugkijken in songs als ‘Home To Us’ en ‘Days We Left Behind’.
Maar er is ook een constant muzikaal terugkijken. Vanuit de eigen identiteit, de identiteit van een artiest op leeftijd die het allemaal al eerder gedaan heeft, die je niets meer wijs kunt maken, is ‘Dungeon Lane’ een muzikale staalkaart van ‘s mans verleden geworden.
Steeds weer is er die herinnering aan iets uit zijn rijke verleden. Een coda dat, hoe vaag ook, doet denken aan het coda van ‘Hello Goodbye’ (‘Never Know’) Of instrumenten die achterwaarts afgespeeld (lijken te) klinken (‘Never Know). ‘Getting Better’ achtige alternatieve manieren om geluid aan een pianosnaar te onttrekken door met een mes op een snaar te tikken (‘Ripples in a Pond). ‘We Two’ heeft in zijn harmonisatie een heel hoog ‘Teddy Boy’ gehalte. En ga zo maar door. Daarbij is er in alles die permanente Beatles en Wings kleur.
Sinds negenentwintig mei heeft dit album wekenlang zo goed als elke dag op de draaitafel gelegen. Op de momenten dat ik de plaat niet draai speelt de muziek in mijn hoofd. Waar ik, zoals gezegd, dacht dat deze vorm van bezetenheid verbonden zou zijn met mijn tienerjaren blijkt dankzij Dungeon Lane dat dit soort overdrive enthousiasme nog steeds in mij leeft.
Denkt het meisje waar hij verliefd op is aan hem?
Andrew van Parlogram durft aan het eind van zijn bespreking van het album te opperen dat dit op termijn misschien wel één van McCartney’s meest geweldige albums gaat blijken te zijn. Ik durf wel te stellen dat dat ‘misschien’ weg kan. Dit is een subliem album en ik moet McCartney mijn excuses aanbieden. In mijn column gewijd aan ‘Days We Left Behind’ zeg ik ergens dat Paul al lang geen harmonisch exceptionele dingen meer doet. Met dit album bewijst hij dat die opmerking onzin is. Wat een fenomenale harmonische structuren zijn er op dit album te vinden.
Niet zelden pakt hij met de harmonisatie groots uit. Soms zit het grootse in heel kleine dingen. ‘As You Lie There’ b.v. staat in G majeur. Denkt het meisje waar hij verliefd op is aan hem? Na bijna vijf magische minuten eindigt dit lied met G groot om vervolgens door te schuiven naar de parallelle mineur toonsoort e mineur. De stemming verandert naar verdrietige twijfel. De laatste twee akkoorden lijken pijnlijk duidelijk te maken dat ze toch niet aan hem denkt. Zo geniaal. Een eind mogelijk gemaakt doordat hier geen fade out gebruikt is. Nergens op het album overigens.
Er is al meer dan tien jaar veel te doen om de stem van McCartney. De man die ooit geen vocale grenzen hoefde te accepteren wordt nu geconfronteerd met de beperkingen van de ouder wordende stem. Waar qua omvang ooit the sky the limit was ligt nu veel van de muziek die hij lang geleden schreef buiten zijn bereik. De laatste jaren biedt ook het transponeren (het lager zetten van een lied) geen afdoende uitkomst meer.
Bij het schrijven van nieuwe muziek kan hij rekening houden met de grenzen die hij heeft moeten leren accepteren. Zijn nieuwe muziek is minder groot qua omvang. Op ‘Dungeon Lane’ is, naar je mag aannemen m.b.v. een paar technische hulpmiddelen hier en daar, een perfecte mix gecreëerd van een stem met een herinnering in klank aan wat ooit was en de oudere, meer kwetsbare versie van die stem.
Op ‘As You Lie There’ klinkt McCartney als de rocker die hij lang geleden was. Nee niet de mid jaren zeventig zanger, maar het heeft heel veel weg van zijn geluid zoals dat klonk in de jaren 90 van de vorige eeuw en in de eerste tien jaar van deze eeuw. Er is waarschijnlijk aan wat knoppen gedraaid, maar het klinkt heel erg overtuigend.
De muziek beeldt de tekst uit
Daarnaast is er die kwetsbare kant. De hoorbaar oudere man die herinneringen ophaalt of die verhaalt van lieve, gevoelige al dan niet verzonnen figuren. ‘Days We Left Behind’ b.v. laat in de kwetsbaarheid van de klank een emotie horen passend bij terugkijken.
En dan is er nog die fenomenale albumafsluiter ‘Momma Gets By’. Wat een inleiding alleen al. Dit tegenover van twee getrouwde mensen, een soort gespiegeld ‘Treat Her Gently’ perspectief met veel en veel meer niveau vindt in de muziek niet alleen een dragende begeleider, nee de muziek beeldt de tekst uit. ‘Momma gets by’ over het droeve van c mineur met een toegevoegde 9. ‘While papa gets high’ boven een Cmaj7 9 akkoord. Het high letterlijk in klank uitgedrukt door de ‘hogere’ terts van majeur, door het zwevende dat majeurseptiemakkoorden kenmerkt. Je hoort pa wegdromen terwijl ma alle zeilen bij moet zetten om de boel draaiend te houden.
Een 9 is letterlijk de negende toon boven de naamgevende toon van het akkoord. Het werkt als een soort overkapping voor de andere noten. Door het een beetje wringende houdt de negen b.v. de 7 wat meer uit de wind. Een akkoord met een 9 verruilt in zekere zin een beetje van zijn identiteit voor een breder perspectief.
Dit is zo mooi dat Paul lange tijd niets nieuws hoeft te introduceren. Maar op het moment dat hij dat wel doet: wow! Taking good care of me opent het mineur/majeur heen en weer naar meer. Maar twee nieuwe akkoorden maar door de beperkingen van even daarvoor en door de richting die de harmonisatie nu mee krijgt stroomt het zo magisch mooi. Het schoolvoorbeeld van hoe beperken tot kleine dingen iets dat volgt groots kan maken. ‘And if it rains’ terug naar mineur. ‘She never complains’ majeur. Weer passen de akkoorden als gegoten onder de tekst.
‘What are his faults compared to what she feels inside…..’ Deze zin weer gedragen door openende stromende akkoorden ontroert me elke keer weer. Dat Paul hier zo kwetsbaar klinkt helpt daarbij. Zo prachtig om in dit moment zijn vocale geschiedenis te horen. Die machtige stem veranderd in een stem die zekerheid heeft zien veranderen in kwetsbaarheid, grenzeloze moeiteloosheid in aanlopen tegen grenzen. Het kost meer moeite en we mogen dat horen. Magistrale keuzes t.a.v. de zang gemaakt op dit album. Het is allesbehalve eenvormig.
En dan: ‘She loves him…..’ nu mag de muziek echt gaan stromen. In de basis is het geen waanzinnig complexe akkoordsequentie maar het werkt fantastisch. C gaat naar Cmaj7 (weer dat jazzy zweven), waarna C7 volgt, een dominant die volgens de regels van de muzikale logica naar F gaat. Het is niets maar toch ook weer alles. In het kleine van haar leven viert de vrouw de liefde voor haar man groots.
Wat een song.
Wat een album.
Verslavend mooi.
- Ton Steintjes -
