Het maken van muziek is mensenwerk. Muziek gemaakt door mensen voor mensen.
Althans tot voor kort was dat helemaal waar. Tegenwoordig is er een groeiend aantal ‘artiesten’ te vinden op b.v. Spotify dat een product is van de digitale tekentafel. ‘Artiesten’ die hoewel ze niet bestaan een eigen Instagramaccount hebben. Wordt ergens hun bestaan in twijfel getrokken antwoorden ‘ze’ op Instagram ontwijkend. Iets in de trant van: ‘Some people question my existence. But I can assure you that I do feel very real!’
Een antwoord dat me doet denken aan een reclame van lang geleden: ‘Omo wast wit, witter kan het niet.’ De reclame lijkt te zeggen dat er niets boven Omo gaat qua waskracht. Maar er kan natuurlijk ook staan dat Omo niet beter kan presteren dan het doet. Het woord ‘het’ verwijst dan naar Omo. Zelfs als de was een grijzige schijn houdt heeft Omo niet gelogen: witter dan dit kan dit middel zoals het zelf immers al bekend heeft niet wassen.
Onlangs verscheen op Primevideo de fantastische documentaire Man on the Run over de eerste tien jaar van Paul McCartney na The Beatles. Een visuele uitwerking van het gelijknamige boek van Tom Doyle. Wat direct opvalt, naast de heerlijke zelfspot, is dat het archiefmateriaal er uitziet als archiefmateriaal. Beelen van lang geleden ogen oud en korrelig. Ik vind dat geweldig. Een beetje oppoetsen is prima, maar ik wil de ervaring van het oude, niet die van het gelikte.
Na lang twijfelen heb ik mijn Disney-account weer geactiveerd. Ik was enerzijds benieuwd naar de nieuwe beelden van de Anthology serie, anderzijds had ik mijn bedenkingen over bepaalde aanpassingen. Dingen die midden jaren negentig nog gezegd en getoond konden worden zijn nu een no go. Begrijpelijk, maar tegelijkertijd een vorm van geschiedvervalsing. In de beschrijving door George van de spaghetti scène in MMT zat het woord ‘fat’ in combinatie met lady. Dat kan terecht niet meer en dus is er gesneden in dit deel van het verhaal. Ik kijk, zo dacht ik, dan liever naar de Blu-Ray uit de jaren negentig waar George te horen is met deze zinnen zoals door hem uitgesproken. Ik ben oud en wijs genoeg om het onacceptabele van de opmerking te plaatsen binnen het morele kader van die lang vervlogen jaren. George wilde niemand beledigen. Het was toen gewoon geen probleem om het zo te formuleren. En ik wil graag horen wat hij gezegd heeft, niet wat men vindt dat hij had moeten zeggen.
De nieuwe versie van de serie bekijkend miste ik eigenlijk het woord ‘fat’ niet, evenmin als de gewoonte van Lennon zich door imitaties op het podium te misdragen medio jaren zestig.
Wel was er iets anders dat het kijken naar de serie moeilijk maakte.
Muziek is mensenwerk, of hoort mensenwerk te zijn
Anders dan bij Man on the Run het geval was bleek Anthology digitaal opgepoetst. En dat niet zo’n beetje. De interviews b.v. met Ringo waarin hij een rood overhemd met stippen draagt. Hij is zo glad getrokken en zijn haar ziet er zo nep uit dat ik het gevoel had naar een Lego figuurtje te kijken met opgeklikt haar. Ik kan dat niet negeren en ik begrijp het ook niet. Mensen worden ouder en dat maakt dat de zwaartekracht meer en meer grip op het gezicht, het lichaam krijgt. Wat is daar mis mee? Bovendien: Ringo is nu midden tachtig. Je kunt zien dat hij de zestig gepasseerd is, maar zijn werkelijke leeftijd zie je hem niet aan. Zijn gezicht, zijn postuur, zijn manier van bewegen. De man is een hoopgevend voorbeeld voor de ouder wordende mens. Zó kan het dus ook! Hij heeft die digitale poetsbeurt niet nodig.
In de scène waarin Harrison Roll Over Beethoven zingt beweegt hij, vanuit de kijker gezien, zijn hoofd naar links. Even lijkt het alsof de digitale poetsbeurt de wang niet kan volgen. Er hangt een waas voor dit deel van Harrisons gezicht.
‘Let’s leave it in!’ Een soort lijfspreuk van The Beatles. De Fab Four omarmden het toeval dat niet zelden voor de meest geniale ingevingen zorgde. Denk alleen maar eens aan het eind van Rain. De achterwaarts gehoorde zang tegen het eind is een product van toeval, van een (denk)fout.
Her Majesty als een verlaat coda voor Abbey Road is het gevolg van toeval.
Muziek is mensenwerk, of hoort mensenwerk te zijn. Mensenwerk is het kraken van een stoel tijdens het laatste akkoord van het album Sgt. Pepper. Mensenwerk is de zachte count-in voor elke inzet van de swarmandal tijdens Strawberry Fields Forever. Mensen kuchen af en toe en op Norwegian Wood is, of was te horen dat de Beatles dat ook niet vrij kwamen. Mensenwerk is het tijdgebrek (wat neem ik aan de reden is) dat ervoor zorgt dat het intro van You’re Gonna Lose That Girl is blijven staan hoewel het behoorlijk vals is. Het is ondenkbaar dat George Martin dat niet gehoord heeft.
Het niet zuivere van Lose That Girl is er nog steeds. Mocht er geen Giles Martin mix van het album Help komen zal dat ook zo blijven. Maar de count-in op Fields is verdwenen.
Dat soort dingen heeft mij nooit gestoord. Ik heb het altijd ervaren als een kijkje in de keuken. Je hoort hoe mensen muziek maken, hoe mensen bewegen terwijl ze muziek maken (de stoel) of hoe instrumentalisten geholpen worden om de inzet goed getimed te krijgen (de count-in). De hoorbare kuch maakt dat de aanwezigheid van The Fab Four lang nadat ze de studio verlaten hebben voor de luisteraar nog navoelbaar is. Het kuchen plaatst deze fantastische muziek in een bepaald moment en in een ruimte. Ik vind dat een dimensie meer. Het mag graag blijven, maar volgens mij is de kuch op latere releases niet altijd meer te horen.
Muziek is mensenwerk. Het beluisteren van muziek valt onder intermenselijke contacten of bezigheden. Gescheiden zijn door tijd en plaats is niet van belang. Het horen hoe mensen ooit ergens muziek hebben gemaakt zodat ik ernaar kan luisteren verdiept de ervaring. En dan bedoel ik niet het horen van zo perfect mogelijk opgepoetste muzikale klanken, maar ook het kunnen horen van de bijgeluiden die verbonden zijn met deze menselijke activiteit.
Een echte artiest van vlees en bloed maakt muziek vanuit zijn of haar persoonlijke beleving
Ik mag hopen dat de muziekindustrie ooit op de gemaakte keuzes terugkomt. Het is ook funest voor de artiesten van vlees en bloed. De massa’s tieners die, zo merk ik in onze lespraktijk, op een zolderkamertje dromen van een carrière als producer gaan de muziekwereld ook niet redden. Een ProTools programmaatje op je pc maakt echt het verschil niet. Gelukkig ook maar. Muziek maken is meer dan een beetje sampelen. Echt muziek maken is meer dan een artiest creëren op de digitale tekentafel.
Uiteindelijk is de mate waarin wij mogen/moeten wennen aan een niet reële, kunstmatig gecreëerde perfectie ook funest voor de mensen die opgroeien met dit als de norm. Imperfectie wordt meer en meer als onacceptabel gezien met zelfopgelegde druk tot gevolg.
Een echte artiest van vlees en bloed maakt muziek vanuit zijn of haar persoonlijke beleving. Muziek voortkomend uit een echt leven. Als Lennon Help schrijft gaat dat over hem. De noodkreet van een mens die vastgelopen is. In Little Willow geeft McCartney stem aan de rouw die hij voelt vanwege het verlies van een dierbare uit zijn Beatlesverleden. Daarnaast zijn het woorden van troost van een songwriter voor de nabestaanden. Van een mens vóór mensen. My Sweet Lord geeft uitdrukking aan wat Harrison ervaart als de zin van zijn bestaan.
Het spreekt voor zich dat elk uitgegeven album een grote mate van manipulatie kent. Het productionele glazuur. Ik zou het niet zonder willen horen. Een album zoals door Glyn Johns gemaakt met het materiaal van de Get Back sessies gaat me, als definitieve en enige versie, te ver. Een mooi hebbedingetje dat zijn historische waarde ontleent aan het bestaan (sinds een paar jaar) naast de officiële uitgave van het album Let It Be. Maar zonder de officiële release? Nooit het derde deel van I’ve Got a Feeling in je collectie hebben, verre van perfecte versies van Don’t let me Down en Two of Us? Nee dat is absoluut niet wenselijk.
Graag complete en wat het grotere plaatje betreft prachtig geglazuurde muziek. Maar wat de details betreft: wat ben ik blij dat de door McCartney gespeelde foute en razendsnel gecorrigeerde basnoot direct na de solo van Something is blijven staan, zelfs in de 2019 Giles Martin mix.
Daarnaast ben ik bang dat A.I. en de digitale tekentafel uiteindelijk meer een vloek dan een zegen voor de muziekindustrie, of beter gezegd de (aspirant) artiesten zullen blijken te zijn.
Vanaf het moment dat muziek vastgelegd kan worden op geluidsdragers, geluidsdragers waar geld mee te verdienen is, is er de spagaat van de (beginnende) artiest enerzijds en het grote bedrijf anderzijds dat in de artiest een potentieel verdienmodel ziet.
Vooral de eerste generaties popartiesten zijn daar het slachtoffer van geworden. Wurgcontracten met maatschappijen en managers, wegggegeven rechten over het artistiek erfgoed dat songs toch zijn, afgescheept worden met een fooi per verkochte zwarte schijf. Vaak schijnbaar onvermijdelijke fouten gemaakt door mensen die ten koste van alles een kans willen krijgen in de muziekbusiness.
Tegenwoordig telt een gewaarschuwd mens voor twee. Tegelijkertijd zijn we gewend geraakt aan streamingservices die een minder dan minimale vergoeding bieden per keer dat een nummer gestreamd wordt. Gesanctioneerde diefstal.
De artiest die enkel als een digitale code bestaat is daarvan weer de overtreffende trap.
Waarom investeren in een artiest van vlees en bloed als een code bestaand uit combinaties van nul en één ook geld in het laatje brengt?
Zelfs achter iemand als Taylor Swift, een artiest die volledig misplaatst met The Beatles in één adem genoemd wordt, zit een productieteam dat aan de digitale tekentafel een basis voor een song in elkaar knutselt waarna Taylor Swift hier een melodie uit destilleert en een tekst bij maakt.
Voor wie denkt dat dit enkel de mening is van iemand met heimwee naar het verleden; producer, musicus en bekend YouTuber Rick Beato heeft over Taylor Swift en deze praktijk een interessant filmpje gemaakt.
Voor de muzikale toekomst wens ik dat t.a.v. het gebruik van A.I. gezond verstand en liefde voor muziek de boventoon zullen voeren. Het concept van de veel te ver doorgevoerde muzikale facelift mag van mij zo snel mogelijk in de prullenbak. Weg ermee. Echte muziek kan alleen gemaakt worden door echte mensen met een echt leven en echte gevoelens en ervaringen. Warts and all.
- Ton Steintjes -
