Dit jaarlijkse Liverpool weekend werd dit keer vergezeld door een gezelschap van Beatlesfans die nog nooit in Liverpool waren geweest. Naast de bekende Beatles-hotspots en onze eigen Victorian pubtour hadden we daarom ook een andere missie dit weekend: Shakin’ Sunday in The Cavern Club. Daar zouden The Shakers spelen, van zes tot negen uur.
Wat voor band dat is? Een pure Merseybeatband, die de muziek uit de vroege jaren zestig zó goed speelt dat ze zelfs een eigen theatershow hebben — compleet met een zangeres die de nummers van Cilla Black vertolkt en een zanger die sprekend lijkt op Gerry Marsden. In drie sets spelen ze meer dan vijftig nummers, allemaal uit de Merseybeatperiode tot 1965. Van The Big Three, The Searchers, Billy J. Kramer, The Swinging Blue Jeans tot natuurlijk The Beatles — alles wat destijds in de originele Cavern optrad, komt voorbij.
De drijvende kracht achter de band is drummer Tony O’Keefe. Met een flinke dosis Noord-Hollandse bluf vroegen wij, of we even kennis mochten maken. Dat mocht — en dus stonden we even later backstage met Kevin (bassist) en Tom (slaggitarist) Benson (vader en zoon), Liam Frank Mannion (sologitarist), en Tony (drummer) zelf.
De backstage van The Cavern is klein, met houten sportbankjes en een kapstok — meer heb je niet nodig. Je waant je direct terug in de jaren zestig. Na de eerste set spraken we de mannen nog even. Zoals altijd in Liverpool waren ze vriendelijk, enthousiast en gastvrij. We kochten natuurlijk een cd als aandenken, die meteen werd gesigneerd. Dit keer wilden zíj juist met óns op de foto, in plaats van andersom.
de plek waar John Lennon en Paul McCartney elkaar voor het eerst ontmoetten
Ons reisgezelschap bestond uit doorgewinterde Beatlesfans, maar voor sommigen was dit dus hun eerste bezoek aan Liverpool. Na de bekende hotspots — Penny Lane, Strawberry Fields, en de Cavern — was het tijd om dieper in de geschiedenis te duiken van The Fab-Four. Maandagochtend namen we een Uber naar St. Peter’s Church, de plek waar John Lennon en Paul McCartney elkaar voor het eerst ontmoetten, en waar op het kerkhof de grafsteen van Eleanor Rigby staat.
Het weer was typisch Engels: grijs, nat en wispelturig. Toen we bij de kerk aankwamen, vroegen we ons af of we wel naar binnen konden. De keukendeur stond open, maar er was niemand te zien. Voorzichtig stapten we naar binnen en troffen daar een kleine groep mensen die een privé-Beatlestour volgden. Wat opviel was het speelgoed en de trapauto’s die in de zaal stonden — op maandag gebruikt men het gebouw blijkbaar als buitenschoolse opvang. Het gaf iets ontwapenends: een plek die voor de één heilig is op zijn manier, is voor de ander gewoon een lokaal.
Buiten gierde de regen naar beneden inmiddels, dus we bleven even schuilen. En toen gebeurde er iets bijzonders. Een oudere dame kwam binnen, haar capuchon nog op, en begroette ons vriendelijk. Ze had al snel door dat wij voor de ontmoetingsplek van John en Paul kwamen. Ze wenkte ons, wees naar een foto aan de muur met vrachtwagens die op 6 juli 1957 rondreden, en toonde een meisje op de foto. “Dat meisje,” zei ze glimlachend, “dat was ik. Zeven jaar oud.”
Haar naam was Pam, en ze woonde nog steeds in Woolton. Ze herinnerde zich John Lennon goed — hij was lid van de kerkclub, en stond vaak stiekem achter het gebouw te roken met zijn vrienden. Van het feest zelf herinnert ze zich vooral het lawaai van de vrachtwagens. De muziek van The Quarrymen had ze nauwelijks gehoord; als kind was ze daar niet mee bezig.
Pam vertelde dat ze John, Paul en Pete Shotton vaak samen had zien zitten op het muurtje bij de kerk. Over Pauls inspiratie die hij vond in een winkelraam voor Eleanor Rigby, was ze sceptisch. “Er liggen daar zóveel Rigby’s begraven, ik denk dat hij het hier wil beschermen,” zei ze. En inderdaad — toen we later keken, zagen we dat ze gelijk had. Het sterft van de Rigby’s.
Op mijn vraag of ze in de sixties ook fan was van The Beatles, moest ze lachen. “Nee hoor,” zei ze nuchter. “Ik was meer van de folk. Ik heb ooit één album gekocht, maar ik weet niet eens meer welke.” The Spinners uit Liverpool was haar band.
Toch vond ze het bijzonder dat zoveel mensen naar deze plek komen — haar kerk, haar dorp — om dat ene moment te herbeleven. En voor ons, als Beatlesfans, maakte juist zo’n ontmoeting met Pam uit Woolton de plek weer bijzonder. Een gewone vrouw, op een bijzondere plek, met herinneringen uit een tijd dat toen alles nog normaal was. De regen was inmiddels weer miezer geworden, wij liepen met Pam mee naar de voorkant van de weg. Want voor haar was het theetijd met de dames, de parkeerplaats stroomde vol met auto’s, waar dames op leeftijd uitstapten of werden gebracht. Voor ons was het ook tijd om te gaan, Tarrah Pam!
Liverpool, tot volgend jaar!
- Ruben Tijmes -
photo's copyright James Davis, used with permission


