Wat als vrienden een autobiografie over je schrijven? Dan zit de waarheid waarschijnlijk ergens in het midden. Maar hoeveel biografieën zijn er geschreven over Yoko Ono? Vrijwel geen. En dus was ik verheugd toen ik las dat Yoko eindelijk de rehabilitatie kreeg die ze al zo lang verdiende.
Hoewel die erkenning er op bepaalde plekken allang was – bijvoorbeeld in de club- en dancescene van New York, waar ze regelmatig te horen en te vinden was – bleef brede waardering lange tijd uit. Inmiddels weten ook andere artiesten, denk aan The B-52’s of Sonic Youth, haar werk op waarde te schatten.
Ze had dan ook alle schijn tegen, eind jaren zestig in het Verenigd Koninkrijk. Aziatische vrouwen werden niet bepaald met open armen ontvangen. En toen haar liefde voor John Lennon ongeveer samenviel met het uiteenvallen van The Beatles, was een zondebok snel gevonden. Ze werd slachtoffer van racisme en seksisme. Maar het was Yoko die Lennon naar de opnamestudio sleepte wanneer hij daar eigenlijk helemaal geen zin in had. Lennon was in die periode flink de weg kwijt. Je zou kunnen stellen dat zonder Yoko het Beatles-sprookje al veel eerder zou zijn uitgeblazen. Zonder Yoko geen Abbey Road of Let It Be? Het is misschien wat vergezocht, maar ik vind de hypothese interessant genoeg om over na te denken.
Ook dit komt aan bod in het boek Yoko Ono van David Sheff. Sheff interviewde John en Yoko in 1980 voor Playboy Magazine en hoorde sindsdien bij Yoko’s inner circle.
Het boek is een prachtig overzicht van Yoko’s werk. Natuurlijk mis ik wel wat dingen – geen woord over haar bijdrage aan Free as a Bird, waarbij zij de nog levende Beatles de demo van Lennon gaf. Ook haar moeizame relatie met Julian en Cynthia (Johns zoon en ex-vrouw) blijft onbesproken.
Toch werd ik vrolijk van het boek, ondanks de loodzware materie. Je krijgt namelijk snel sympathie voor haar als je leest waar ze allemaal mee te maken heeft gehad.
Als twaalfjarig meisje zag ze vanuit haar slaapkamerraam de bommen vallen op Tokio. Ze groeide op in een welgestelde familie, maar kwam totaal berooid uit de oorlog. Haar familie leed honger.
Met haar broertje keek ze naar de hemel en fantaseerde over eten. Ze zei tegen hem: “Stel je voor, dit is een appel. Een heerlijke appel. Als je die eet, heb je geen honger meer.” Imagine.
Dat werd haar handelsmerk in de kunst: spelen met het voorstellingsvermogen van het publiek. Dat mondde uit in kaartjes en uiteindelijk in een geweldig boek: Grapefruit. Daarin stonden opdrachten zoals:
‘Stel je duizend zonnen voor,
tegelijk aan de hemel.
Laat die een uur schijnen,
laat ze dan langzaamaan smelten
in de lucht.
Maak een broodje tonijn en eet het op.’
Ze maakte ook werk als Self-Portrait, bestaande uit een spiegel in een bruine envelop. Wie de envelop opendeed, vond de spiegel en zag… zichzelf. Het was geen zelfportret van de kunstenaar, maar van jou.
Toen ze naar New York verhuisde, kwam ze in contact met Fluxus-kunstenaars en avant-gardecomponisten zoals John Cage. Ze had al succes in de kunstwereld vóór ze John ontmoette. Het werd dan ook hoog tijd voor een overzicht als dit boek.
Natuurlijk gaat een groot deel over John – dat kan ook niet anders. Maar het gaat vooral over het onmenselijke verdriet na zijn dood. Daarna volgt een indrukwekkende, soms heftige beschrijving van haar leven na John. Geobsedeerd door tarot en waarzeggers werd ze omringd door bedriegers. Sommige mensen stalen zelfs spullen van John. En mensen die ze vertrouwde, bleken haar te misleiden.
Naast haar eigen kunst bleef ze ook John’s nalatenschap bewaken en verspreiden. Dat leverde haar tot op de dag van vandaag kritiek op – ze zou “John Lennon uitmelken voor het geld”. Kortzichtige en zelfs seksistische aannames, als je leest wat haar werkelijke drijfveren zijn.
Toch eindigt het boek met een enorme glimlach. En dat is precies wat ik voelde toen ik vorig jaar haar grootste overzichtstentoonstelling bezocht in het Tate Modern in Londen. Haar kunst straalde zoveel positiviteit uit – ondanks de heftige thema’s zoals seksisme, oorlog en racisme.
Eindelijk krijgt Yoko via dit boek de erkenning die ze verdient. Je hoeft geen fan te zijn van haar muziek (ik ben dat wel), maar misschien begrijp je haar stukken beter na het lezen van dit boek.
– Tim Op Het Broek –
